Getypte verklaring/proces-verbaal betreffende economische overtredingen.
Origineel
Getypte verklaring/proces-verbaal betreffende economische overtredingen. 18 november 1944 (gebaseerd op de spiegeltekst aan de onderzijde). Desgevraagd verklaarde van Mooy f. 0,50 vracht per colli te
betalen aan schipper Van Noort. De andijvie wordt aan de
kleinhandel verkocht voor f. 1,75 á f. 2.- per kist. De peen
+ f. 4.- per zak. C. de Mooy prcoes-verbaal aangezegd.
Sleutel van het pakhuis gaat hierbij. C. de Mooy verklaarde
tevens niet gerechtigd te zijn de groothandel uit te oefenen
en deze b.o. handeling meermalen te hebben gedaan.
P.S. C.Rustenburg mede huurder van pakhuis A no.12 is nog in
bezit van een sleutel van het pakhuis.
De verklaring voor accoord geteekend.
w.g. C. de Mooy.
(Onderstaande tekst is in spiegelbeeld en deels onleesbaar, maar bevat onder andere:)
- 500 pond [...]
- 100 balen [...]
- 50 [...]
- 150 kisten [...]
- 4 kisten andijvie
Amsterdam, 18 November 1944.
Aan den Heer Directeur
van het Rijksbureau [...] Dit document is een verslag van een verhoor of een bekentenis van een handelaar genaamd C. de Mooy. De kern van de zaak is de illegale uitoefening van groothandelsactiviteiten zonder de vereiste vergunningen ("niet gerechtigd te zijn de groothandel uit te oefenen").
Er worden specifieke prijzen genoemd voor groenten (andijvie en peen), wat in de context van de tijd duidt op prijsbeheersing. De Mooy geeft toe dat hij deze handelingen "meermalen" heeft verricht. Het feit dat er een "proces-verbaal" (getypt als 'prcoes-verbaal') is aangezegd en dat de sleutel van het pakhuis is ingeleverd, wijst op een officiële inbeslagname of sluiting van de handelslocatie door de autoriteiten. De afkorting "b.o." staat waarschijnlijk voor "betreffende onderhavige". Het document dateert van 18 november 1944, midden in de Hongerwinter tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening kritiek en stond de handel onder strikt toezicht van de bezetter en de Nederlandse crisisorganisaties (zoals de Crisis-Controle-Dienst, CCD).
De vermelding van het "Rijksbureau" in de spiegeltekst is cruciaal; deze bureaus waren verantwoordelijk voor de distributie en prijsstelling van goederen. Handel buiten de officiële kanalen om ("zwarte handel") of tegen hogere prijzen dan vastgesteld, werd streng bestraft. De verklaring van De Mooy laat zien hoe de autoriteiten probeerden grip te houden op de schaarse voedselvoorraden in Amsterdam door handelaren die zich niet aan de distributieregels hielden, op te sporen en hun voorraden (in dit geval in Pakhuis A no. 12) te verzegelen. C. Rustenburg C. de Mooy Rijksbureau
Samenvatting
Dit document is een verslag van een verhoor of een bekentenis van een handelaar genaamd C. de Mooy. De kern van de zaak is de illegale uitoefening van groothandelsactiviteiten zonder de vereiste vergunningen ("niet gerechtigd te zijn de groothandel uit te oefenen").
Er worden specifieke prijzen genoemd voor groenten (andijvie en peen), wat in de context van de tijd duidt op prijsbeheersing. De Mooy geeft toe dat hij deze handelingen "meermalen" heeft verricht. Het feit dat er een "proces-verbaal" (getypt als 'prcoes-verbaal') is aangezegd en dat de sleutel van het pakhuis is ingeleverd, wijst op een officiële inbeslagname of sluiting van de handelslocatie door de autoriteiten. De afkorting "b.o." staat waarschijnlijk voor "betreffende onderhavige".
Historische Context
Het document dateert van 18 november 1944, midden in de Hongerwinter tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening kritiek en stond de handel onder strikt toezicht van de bezetter en de Nederlandse crisisorganisaties (zoals de Crisis-Controle-Dienst, CCD).
De vermelding van het "Rijksbureau" in de spiegeltekst is cruciaal; deze bureaus waren verantwoordelijk voor de distributie en prijsstelling van goederen. Handel buiten de officiële kanalen om ("zwarte handel") of tegen hogere prijzen dan vastgesteld, werd streng bestraft. De verklaring van De Mooy laat zien hoe de autoriteiten probeerden grip te houden op de schaarse voedselvoorraden in Amsterdam door handelaren die zich niet aan de distributieregels hielden, op te sporen en hun voorraden (in dit geval in Pakhuis A no. 12) te verzegelen.