Officieel rapport / proces-verbaal van het Marktwezen.
Origineel
Officieel rapport / proces-verbaal van het Marktwezen. 18 november 1944. R A P P O R T.
№ 20/91/12 [stempel:] M. 1944
Ondergeteekende, J.H. de Grebber en C. Veerman beiden ambtenaren van het Marktwezen, rapporteeren U het navolgende:
Op Zaterdag, 18 November 1944, bevonden wij ons in het pakhuis Pier B no. 8 gelegen op de Centrale Markt, alhier. Wij troffen daar 50 zakken gewasschen peen à 20 kg. De persoon, die zich in dit pakhuis bevond gaf ons desgevraagd te zijn genaamd:
Ewout van den Vijver,
geboren te Katwijk, Z.H., 26 April 1919, van beroep tuinder en wonende te Katwijk, Kerkplein 19. Van den Vijver kon ons geen geldige papieren van deze partij groenten toonen. Hij verklaarde ons:
"Deze 50 zakken peen heb ik in Katwijk van een onbekend persoon tegen den prijs van f. 2,25 per zak gekocht. Schipper Van Noort heeft de partij naar de Centrale Markt vervoerd. Het is mijn bedoeling om de groenten hier te verkoopen. Ik ben in loondienst van A. de Heyer. Deze weet echter niets af van deze transactie. Ik doe dit buiten hem om. Ik ben niet gerechtigd om den groothandel uit te oefenen. Ik ben in het bezit van een geldige toegangskaart, personeel verkooper".
Wij hebben de partij peen inbeslaggenomen en gedeponeerd in het pakhuis van Jac. Broerse, Centrale Markt, alhier.
De toegangskaart, no. P.V. 7204, gaat bij dit rapport.
Waarvan op ambtseed dit rapport te Amsterdam op 18 November 1944.
De ambtenaren voornoemd,
w.g. C. Veerman
w.g. J.H. de Grebber.
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen.
A l h i e r.
[Handgeschreven aantekeningen in rood potlood/inkt:]
14 dagen + ontzegging voor onbepaalden tijd.
[Handgeschreven aantekeningen in grijs potlood:]
(Links): gezien 1/12
(Onder): 20/91/12 a vd Vijver
20/91/12 b Wlm Dit document is een ambtelijk verslag van een overtreding van de distributie- of handelswetgeving tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is "sluikhandel": het buiten de officiële kanalen om verhandelen van voedsel.
De verdachte, Ewout van den Vijver, geeft openlijk toe dat hij de peen (wortelen) heeft gekocht van een onbekende en dat hij niet bevoegd is voor de groothandel. Hij probeert zijn werkgever (A. de Heyer) buiten de zaak te houden door te verklaren dat deze van niets wist. De partij van 1000 kg peen wordt direct in beslag genomen. De handgeschreven rode notitie onderaan geeft de sanctie aan: veertien dagen (waarschijnlijk hechtenis of ontzegging van de markt) en een verbod op toegang tot de markt voor onbepaalde tijd. De datum van het rapport, 18 november 1944, plaatst dit voorval midden in de Hongerwinter. In deze periode was de voedselvoorziening in de grote steden in het westen van Nederland ingestort door de Duitse blokkades en de spoorwegstaking. Voedsel was uiterst schaars en de handel was volledig gereguleerd via een distributiesysteem met bonnen.
Partijen voedsel die buiten dit systeem om werden verhandeld (de zwarte markt), werden door de autoriteiten (zowel de Nederlandse politie/marktwezen als de bezetter) streng aangepakt. De Centrale Markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de voedselverdeling en stond daarom onder strikte controle. De inbeslagname van 1000 kg peen was in deze context een aanzienlijke vangst, aangezien dergelijke hoeveelheden het verschil konden maken tussen leven en dood voor honderden stadsbewoners.