Handgeschreven memo of ambtelijke notitie op een klein vel papier.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke notitie op een klein vel papier. 14 november 1944. Poot Aardappelen
Wyers
14-11-44
Desgevraagd deelt
Th. Ter Beek p.v. van
Th. de Blaauw, leider
CCD Algem. Controle
mede dat partij poot-
aardappelen destijds bij
Wyers in beslag genomen
inderdaad door
CCD is vrijgegeven.
omdat
a. Transportbewijs Bedr. schp.
Zaai- & Pootgoed deugdelijk
was
b. die aardappelen inderdaad
bestemd zijn voor pootgoed
maar slechts bij Wyers
werden opgeslagen omdat
Wesselink geen geschikte
bergplaats had.
z.o.z. Dit document is een formele bevestiging van de vrijgave van een partij pootaardappelen die eerder door de Crisis Controle Dienst (CCD) in beslag was genomen bij een zekere Wyers. De beslissing wordt medegedeeld door Th. Ter Beek namens Th. de Blaauw, de leider van de algemene controle van de CCD.
De vrijgave wordt gebaseerd op twee gronden:
1. Legitimiteit: Er was een geldig transportbewijs aanwezig van het 'Bedrijfschap voor Zaai- en Pootgoed', wat aantoonde dat het transport legaal was.
2. Verklaring voor opslag: Er is vastgesteld dat de aardappelen legitiem als pootgoed bedoeld waren en dat de opslag bij Wyers slechts een praktische noodgreep was omdat de eigenlijke bestemming (Wesselink) op dat moment geen geschikte, vorstvrije of veilige bergplaats had.
De afkorting 'z.o.z.' (zie ommezijde) onderaan suggereert dat er op de achterzijde van het papier mogelijk aanvullende details of administratieve aantekeningen staan. Het document dateert van november 1944, een kritieke fase in de Tweede Wereldoorlog. Terwijl het zuiden van Nederland al bevrijd was, leed het noorden en westen onder de Duitse bezetting en het begin van de Hongerwinter. Voedsel was uiterst schaars en de controle hierop was rigoureus.
De Crisis Controle Dienst (CCD) speelde een centrale rol in het handhaven van de distributiewetten en het bestrijden van de zwarte handel. Inbeslagnames van partijen voedsel kwamen veelvuldig voor wanneer documentatie ontbrak of wanneer men vermoedde dat goederen voor de illegale handel bedoeld waren.
Het veiligstellen van pootaardappelen was van cruciaal belang voor de voedselvoorziening van het daaropvolgende jaar (1945). Het was strikt verboden om pootgoed te consumeren. Dit memo illustreert de bureaucratische bewijsvoering die nodig was om in tijden van extreme schaarste aan te tonen dat een voorraad aardappelen niet voor de zwarte markt bestemd was, maar voor legitiem agrarisch gebruik. De namen Wyers en Wesselink verwijzen vermoedelijk naar lokale landbouwers of tussenhandelaren.
Samenvatting
Dit document is een formele bevestiging van de vrijgave van een partij pootaardappelen die eerder door de Crisis Controle Dienst (CCD) in beslag was genomen bij een zekere Wyers. De beslissing wordt medegedeeld door Th. Ter Beek namens Th. de Blaauw, de leider van de algemene controle van de CCD.
De vrijgave wordt gebaseerd op twee gronden:
1. Legitimiteit: Er was een geldig transportbewijs aanwezig van het 'Bedrijfschap voor Zaai- en Pootgoed', wat aantoonde dat het transport legaal was.
2. Verklaring voor opslag: Er is vastgesteld dat de aardappelen legitiem als pootgoed bedoeld waren en dat de opslag bij Wyers slechts een praktische noodgreep was omdat de eigenlijke bestemming (Wesselink) op dat moment geen geschikte, vorstvrije of veilige bergplaats had.
De afkorting 'z.o.z.' (zie ommezijde) onderaan suggereert dat er op de achterzijde van het papier mogelijk aanvullende details of administratieve aantekeningen staan.
Historische Context
Het document dateert van november 1944, een kritieke fase in de Tweede Wereldoorlog. Terwijl het zuiden van Nederland al bevrijd was, leed het noorden en westen onder de Duitse bezetting en het begin van de Hongerwinter. Voedsel was uiterst schaars en de controle hierop was rigoureus.
De Crisis Controle Dienst (CCD) speelde een centrale rol in het handhaven van de distributiewetten en het bestrijden van de zwarte handel. Inbeslagnames van partijen voedsel kwamen veelvuldig voor wanneer documentatie ontbrak of wanneer men vermoedde dat goederen voor de illegale handel bedoeld waren.
Het veiligstellen van pootaardappelen was van cruciaal belang voor de voedselvoorziening van het daaropvolgende jaar (1945). Het was strikt verboden om pootgoed te consumeren. Dit memo illustreert de bureaucratische bewijsvoering die nodig was om in tijden van extreme schaarste aan te tonen dat een voorraad aardappelen niet voor de zwarte markt bestemd was, maar voor legitiem agrarisch gebruik. De namen Wyers en Wesselink verwijzen vermoedelijk naar lokale landbouwers of tussenhandelaren.