Handgeschreven getuigenverklaring / klachtbrief.
Origineel
Handgeschreven getuigenverklaring / klachtbrief. 28 november 1944. E. de Bruijn. den Heer Peltzer deelde mij mede, alsdat hij met de Wethouder
niets te maken had, en met het marktwezen in het geheel niets
want voegde hij er aan toe: "Overal waar het marktwezen komt, gooien
ze de boel in elkaar." Den Heer Peltzer was zoo kwaad, dat hij
de lossers toeschreeuwde: "vooruit jongens aan boord en met die
kerels hebben wij niets te maken." Tevens gelaste hij mij van
boord te gaan en voegde mij de woorden toe: "Als je niet van boord
gaat gooi ik je eraf." Ik heb den Heer Peltzer toen nogmaals
gewezen op het feit alsdat de Wethouder beslag had gelegd, doch
hij schreeuwde: "Ik neem de volle verantwoording en wij beginnen
weer te lossen." wat dan ook gebeurde. Ik vind de manier
van optreden van den Heer Peltzer meer als treurig, vooral
daar dit zich allemaal afspeelde in bijzijn van honderden
menschen, en verzoek U dan ook deze zaak aan een grondig
onderzoek te onderwerpen.
Zaandam 28-11-44
E. de Bruijn
[Aantekening in ander handschrift:]
Gezien 2-12-44
[Onleesbare handtekening/paraf] In deze brief doet E. de Bruijn verslag van een opmerkelijk incident waarbij de autoriteit van een wethouder openlijk werd getart. De heer Peltzer weigert zich te schikken naar een officieel beslag dat op een lading is gelegd. De toon van de brief is formeel-verontwaardigd. De auteur benadrukt de agressieve houding van Peltzer ("schreeuwde", "gooi ik je eraf") en het feit dat dit publiekelijk gebeurde voor het oog van "honderden menschen".
De kern van het conflict lijkt te liggen in een botsing tussen het lokale marktwezen (waarschijnlijk verantwoordelijk voor voedseldistributie) en Peltzer, die de controle over de lossing opeist. Peltzer spreekt zijn diepe wantrouwen uit jegens het marktwezen, wat duidt op een verstoorde werkrelatie of onenigheid over de effectiviteit van de distributieorganen in die tijd. De datum van het document, 28 november 1944, is cruciaal voor het begrip van de situatie. Nederland bevond zich midden in de Hongerwinter. In de bezette gebieden boven de grote rivieren, waaronder Zaandam, heerste een nijpend tekort aan voedsel en brandstof.
Tijdens deze crisis was de distributie van schaarse goederen een zaak van leven of dood. Wethouders en ambtenaren van het 'Marktwezen' probeerden de controle te houden over de aanvoer van voedsel via schepen om eerlijke verdeling te waarborgen of vorderingen door de bezetter te voorkomen. Het feit dat er "honderden menschen" toekeken bij het lossen, illustreert de wanhoop en de spanning die er rondom elke voedselzending hing. Peltzers eigenmachtige optreden kan duiden op een poging om goederen buiten de officiële kanalen om te verdelen (mogelijk voor eigen gewin of juist uit onvrede over de bureaucratie), wat in de gegeven omstandigheden leidde tot hoogoplopende emoties en een breuk in de gezagsverhoudingen.