Ambbtelijk rapport / proces-verbaal.
Origineel
Ambbtelijk rapport / proces-verbaal. 20 november 1944. Rapport.
Op 20 november 1944, begaf ik mij,
P.G. de Vries, ambtenaar bij het
marktwezen, in opdracht van den
heer Directeur van het marktwezen
naar het vaarwater nabij de
Schollenbrug, alwaar zich een schuit
met appelen zou bevinden. Ik
was vergezeld van de ambtenaren
Dijkema & Engelen. In opdracht
van den wethouder van de levens-
middelen, Dr. Statz, voegde zich bij
mij de heer Nakken, gekleed in de
uniform van de Germaansche SS.
Tegenover perceel Schollenbrugstraat 13
troffen wij aan twee schuiten, inhoudende
eenige groente- of fruitkisten.
~~Schipper~~ Andries Katenburg, geboren 13 mei 1899
te Vreeswijk, ~~wonende~~ domicilie aldaar, Dorpsstraat 7,
schipper van de "Anna" - Vreeswijk 58 ton,
verklaarde appelen aangevoerd te hebben
voor de fa. S. Ooms en deze appelen Dit document is een verslag van een inspectie op de illegale handel of distributie van schaarse levensmiddelen (appelen) tijdens de bezettingstijd. De ambtenaar P.G. de Vries voert de controle uit samen met collega’s en onder toezicht van hogere instanties.
Opvallend is de deelname van de heer Nakken, gekleed in het uniform van de Germaansche SS. Dit duidt op de directe betrokkenheid van paramilitaire nationaalsocialistische organisaties bij de controle op de voedselvoorziening. Jan Nakken was een beruchte SS-officier in Amsterdam die nauw betrokken was bij vorderingen en distributiecontroles.
De schipper, Andries Katenburg uit Vreeswijk, wordt geïdentificeerd met zijn schip de "Anna". Het document breekt af bij de verklaring over de bestemming van de lading (firma S. Ooms). De locatie van de controle, nabij de Schollenbrug (de brug over de Amstel die de verbinding vormde tussen Amsterdam-Oost en de Watergraafsmeer), was destijds een belangrijke plek voor de aanvoer van goederen over het water. Het rapport is gedateerd op 20 november 1944, midden in de beginfase van de Hongerwinter. In deze periode was er een nijpend tekort aan brandstof en voedsel in West-Nederland. De distributie van levensmiddelen stond onder streng toezicht van de bezetter en het collaborerende gemeentebestuur.
Dr. Gerhard Statz, die in de tekst wordt genoemd, was een NSB-wethouder die verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening in Amsterdam. De aanwezigheid van de SS bij een dergelijke inspectie illustreert de harde hand waarmee de distributiewetten werden gehandhaafd en de voortdurende jacht op 'zwarte handel' of niet-gevorderde voorraden, die cruciaal waren voor het overleven van de stadbevolking. De vermelding van Vreeswijk als herkomstplaats van het schip is logisch, aangezien dit een knooppunt was voor de binnenvaart tussen de grote rivieren en de steden in de Randstad.