Officieel ambtelijk rapport.
Origineel
Officieel ambtelijk rapport. 16 december 1944. [Stempel linksboven:] № 2/91/40 [Stempel midden boven:] M. 1944 21/12
[Rechtsboven:]
Aan den Heer Inspecteur
t/h Marktwezen
Alhier.
Rapport.
Ondergeteekenden F. de Vries en J.C. Lobbel berichtten:
Ingevolge opdracht van den Heer Directeur hebben wij een onderzoek ingesteld bij C.B. Wessell, Sluisstr 65-4 en G. Bödeker, Veerstraat 62.
Cornelis, Bernardus, Wessell, geb: 6-3-1910 Sluisstraat 65-4 te Amsterdam, van beroep Groentehandelaar, verklaarde dat hij zijn goede appelen niet voor val heeft geruild maar ze aan zijn klanten heeft verkocht.
De laatste levering appelen is geweest ± 6 weken geleden van Gebr. Kooy, pier E, Centrale Markt. Als er groene kool en wortelen op de C. Markt aanwezig zijn, haalt hij ze.
Bij onderzoek is gebleken, dat er in den winkel en in den kelder geen appelen aanwezig waren.
Gerardus Bödeker, geb 15-8-1889, Schinkelkade 48^4 (winkel Veerstraat 62) te Amsterdam, van beroep Groentehandelaar, verklaarde het volgende: dat hij ± 5 weken geleden appelen en peren had ontvangen, geleverd door de fa. Roos, pier A, Centrale Markt en aan zijn klanten uitgereikt. Bödeker heeft geen appelen geruild en ook niet zwart verkocht.
Bij contrôle is gebleken, dat hier niet zwart wordt verkocht. In den winkel en de opslagplaats waren geen appelen te bekennen.
Amsterdam 16 Dec ’44
De Ambtenaren t/h Marktwezen,
[Handtekening:] J.C. Lobbel
[Handtekening:] F. de Vries
[Marginale aantekeningen onderaan:]
Links (potlood): n. i. dir.
Midden (rode inkt): Door wie was deze klacht ingediend?
Rechts (potlood): "is hiervan een briefje"
Datum (rode inkt): 22-12-44
Onderaan (potlood): gen brief bij rapporteurs. Het document is een verslag van een inspectie tijdens de Hongerwinter (december 1944). In deze periode van extreme schaarste hield de Dienst van het Marktwezen scherp toezicht op de distributie van schaars voedsel. De kern van het onderzoek draait om de verdenking dat winkeliers "goede appelen" zouden ruilen voor "val" (gevallen/minderwaardig fruit) buiten het officiële distributiesysteem om, of dat zij goederen op de zwarte markt verkochten.
De twee genoemde handelaren ontkennen de beschuldigingen. Ze geven aan al weken geen voorraad meer te hebben gehad. De inspecteurs bevestigen dit door te noteren dat er in de winkels, kelders en opslagplaatsen inderdaad "geen appelen te bekennen" waren. Opvallend is de ambtelijke taal en de nauwkeurige registratie van persoonsgegevens (geboortedata en adressen), wat duidt op de repressieve en controlerende aard van het bestuur tijdens de bezetting. Dit rapport moet worden gezien in de context van de Duitse bezetting van Nederland en specifiek de Hongerwinter. De Centrale Markt in Amsterdam (nu het Food Center Amsterdam) was het centrale punt waar voedsel werd aangevoerd en verdeeld. De schaarste leidde tot een bloeiende zwarte markt en ruilhandel.
De autoriteiten probeerden dit met inspecties zoals deze te onderdrukken om de officiële rantsoenering in stand te houden. De opmerkingen onderaan het document ("Door wie was deze klacht ingediend?") wijzen erop dat dit onderzoek waarschijnlijk werd gestart na een (anonieme) tip of aangifte. Het feit dat er "geen brief" bij de rapporteurs bekend was, suggereert dat de bron van de klacht onduidelijk bleef of mogelijk mondeling was doorgegeven.