Archiefdocument
Origineel
11 december 1944 De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Voedselvoorziening of Centrale Keuken, Amsterdam) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier") [Handgeschreven bovenin:] extra [en een onleesbare naam/paraf, mogelijk "M. Ruijs"]
VD/RP.
2c/93/114. 11 December 1944.
Levering
suikerbieten.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Ingevolge Uw opdracht ben ik in contact
getreden met den Heer Vogelenzang van het
Departement van Bijzondere Economische Zaken
waarbij ik met hem ben overeengekomen, dat
genoemd Departement zal zorg dragen voor le-
vering aan de Gemeente Amsterdam, Koelhuis
Centrale Markt, 200 à 300 ton suikerbieten
van goede hoedanigheid tegen den prijs van
f.40.- per ton af boerderij. Het Departement
doet den aankoop der bieten bij verschillen-
de boerenbedrijven in de omgeving van Stompe-
toren en draagt verder zorg voor het trans-
port naar Amsterdam.
De kosten hiervan zijn voor rekening der
Gemeente.
Ik verzoek U te willen bevorderen, dat
een crediet voor dezen aankoop te mijner be-
schikking wordt gesteld van ten hoogste
f.12.000.-, waarbij dan nog komen de gemaak-
te transportkosten.
De Directeur, * Kern van de correspondentie: De brief is een formele bevestiging van een overeenkomst om 200 tot 300 ton suikerbieten aan te kopen voor de stad Amsterdam. De inkoop vindt plaats in de regio Stompetoren (Noord-Holland).
* Financieel: Er wordt een krediet aangevraagd van maximaal 12.000 gulden (gebaseerd op 300 ton x 40 gulden), exclusief de transportkosten.
* Logistiek: De bieten worden opgeslagen in het "Koelhuis Centrale Markt". Het Departement van Bijzondere Economische Zaken faciliteert de aankoop en het transport, terwijl de gemeente Amsterdam de financiële last draagt.
* Tonaliteit: Ondanks de crisisomstandigheden waarin de brief is geschreven, is de toon strikt zakelijk en ambtelijk. Dit document is opgesteld tijdens de Hongerwinter (1944-1945), een van de zwartste periodes uit de Nederlandse geschiedenis. West-Nederland was door de Duitse bezetter afgesneden van voedselaanvoer als straf voor de spoorwegstaking.
Suikerbieten, die normaal gesproken alleen voor de suikerindustrie en als veevoer werden gebruikt, werden in deze periode een essentieel overlevingsmiddel voor de stadsbevolking. De "goede hoedanigheid" waar de brief over spreekt, was cruciaal, omdat veel partijen bevroren of rot waren door de strenge winter. De locatie van de aankoop (Stompetoren) is logisch; dit ligt in de Schermer, een vruchtbaar landbouwgebied relatief dicht bij Amsterdam, waardoor transport (hoewel nog steeds zeer riskant en moeilijk) haalbaarder was dan vanuit verder gelegen provincies.