Handgeschreven telefoonnotitie / memo.
Origineel
Handgeschreven telefoonnotitie / memo. 14 november 1944. 14 Nov. '44. Getelefoneerd
met Mr. Smits C.C.D.
Den Haag.
Verschillende controleurs
C.C.D. wonen buiten. Zal
trachten uit algemene
controle C.C.D. Amsterdam
en paar menschen vrij te
maken.
Mr Smits zal nader laten horen.
Dit aan Mr. Bleijs
medegedeeld. Deze notitie betreft een kort verslag van een telefoongesprek met een zekere Mr. Smits van de Crisis Controle Dienst (C.C.D.) in Den Haag. De kern van het gesprek is het vrijmaken van personeel ("controleurs") voor een niet nader genoemde taak. Er wordt geconstateerd dat veel controleurs buiten de stad wonen, wat logistieke problemen kan geven. Smits zegt toe te zullen proberen om mensen van de C.C.D. in Amsterdam vrij te roosteren van hun algemene controletaken. De uitkomst van dit gesprek is gerapporteerd aan "Mr. Bleijs". De datum, 14 november 1944, plaatst dit document midden in de Hongerwinter in het nog bezette deel van Nederland. De Crisis Controle Dienst (C.C.D.) was officieel belast met het handhaven van de distributiewetten en prijsbeheersing. In de praktijk werkten veel C.C.D.-ambtenaren echter samen met het verzet om voedseltransporten naar onderduikers of hongerende steden te faciliteren.
De vermelding van Mr. Bleijs is cruciaal; dit verwijst zeer waarschijnlijk naar Lodewijk Bleijs (ook bekend als Pater Bleijs), een prominente leider binnen de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Het feit dat deze personeelskwestie aan hem werd teruggekoppeld, duidt erop dat de gezochte "vrije mensen" vermoedelijk ingezet zouden worden voor illegale verzetsactiviteiten of de clandestiene voedselvoorziening, waarbij de officiële status van een C.C.D.-controleur als dekmantel kon dienen voor verplaatsingen tijdens de spertijd. C.C.D.
Samenvatting
Deze notitie betreft een kort verslag van een telefoongesprek met een zekere Mr. Smits van de Crisis Controle Dienst (C.C.D.) in Den Haag. De kern van het gesprek is het vrijmaken van personeel ("controleurs") voor een niet nader genoemde taak. Er wordt geconstateerd dat veel controleurs buiten de stad wonen, wat logistieke problemen kan geven. Smits zegt toe te zullen proberen om mensen van de C.C.D. in Amsterdam vrij te roosteren van hun algemene controletaken. De uitkomst van dit gesprek is gerapporteerd aan "Mr. Bleijs".
Historische Context
De datum, 14 november 1944, plaatst dit document midden in de Hongerwinter in het nog bezette deel van Nederland. De Crisis Controle Dienst (C.C.D.) was officieel belast met het handhaven van de distributiewetten en prijsbeheersing. In de praktijk werkten veel C.C.D.-ambtenaren echter samen met het verzet om voedseltransporten naar onderduikers of hongerende steden te faciliteren.
De vermelding van Mr. Bleijs is cruciaal; dit verwijst zeer waarschijnlijk naar Lodewijk Bleijs (ook bekend als Pater Bleijs), een prominente leider binnen de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Het feit dat deze personeelskwestie aan hem werd teruggekoppeld, duidt erop dat de gezochte "vrije mensen" vermoedelijk ingezet zouden worden voor illegale verzetsactiviteiten of de clandestiene voedselvoorziening, waarbij de officiële status van een C.C.D.-controleur als dekmantel kon dienen voor verplaatsingen tijdens de spertijd.