Archiefdocument
Origineel
Circa oktober/november 1944 (verwijst naar "5 October jl."). 3/16/1 "Afd. Joden"
De Heer v. d. Wikke, Eemsstraat 46 II huurder van
de fa. Wed. L. Ossedrijver heeft op de Anth. Heinsiusstraat
het kalenderjaar 1944 een pakhuis afdeeling genummerd
H 23 gehuurd en is daarvoor verschuldigd f 1400 -
te betalen in maandelijksche termijnen groot f 116.67
vervallende op den eersten van iedere maand.
Betrokkene is in gebreke gebleven om de op den
eersten van de maanden September en October 1944
verschenen termijnen te voldoen en is derhalve op heden
aan mijn dienst verschuldigd f 233.34
Op 5 October jl. heb ik v. d. Wikke tot
betaling aangemaand; afschrift van dit schrijven
gaat hierbij.
Te uwer bediening sluit ik tevens een
afschrift van het door betrokkene getekende huur-
contract in.
Ik verzoek U beleefd om de verdere De tekst betreft een zakelijke correspondentie over een huurschuld. De huurder, de heer V.D. Wikke (woonachtig aan de Eemsstraat 46-II te Amsterdam), huurt een pakhuisgedeelte (H 23) in de Antonie Heinsiusstraat van de firma Wed. L. Ossedrijver. De jaarhuur bedraagt 1400 gulden, te voldoen in maandelijkse termijnen van 116,67 gulden. De huurder heeft de termijnen van september en oktober 1944 niet betaald, waardoor een achterstand van 233,34 gulden is ontstaan. De schrijver meldt dat er reeds een aanmaning is verstuurd en draagt het dossier over voor verdere stappen. Dit document is historisch significant vanwege de context van de Duitse bezetting van Nederland in 1944. De handgeschreven notitie "Afd. Joden" (Afdeling Joden) bovenin duidt erop dat dit stuk deel uitmaakt van de administratie rondom het beheer van onteigende Joodse bezittingen. De firma Wed. L. Ossedrijver was een Joods bedrijf; tijdens de bezetting werden dergelijke ondernemingen onder toezicht gesteld van een 'Verwalter' (bewindvoerder) of organisaties zoals de Lippmann, Rosenthal & Co. bank (LiRo). Terwijl de Joodse eigenaren werden vervolgd en gedeporteerd, werd de exploitatie van hun vastgoed en bedrijven door de bezetter voortgezet voor eigen gewin. De brief toont de kille, bureaucratische precisie waarmee deze onteigende goederen werden beheerd, zelfs in de chaotische laatste maanden van de oorlog.
Samenvatting
De tekst betreft een zakelijke correspondentie over een huurschuld. De huurder, de heer V.D. Wikke (woonachtig aan de Eemsstraat 46-II te Amsterdam), huurt een pakhuisgedeelte (H 23) in de Antonie Heinsiusstraat van de firma Wed. L. Ossedrijver. De jaarhuur bedraagt 1400 gulden, te voldoen in maandelijkse termijnen van 116,67 gulden. De huurder heeft de termijnen van september en oktober 1944 niet betaald, waardoor een achterstand van 233,34 gulden is ontstaan. De schrijver meldt dat er reeds een aanmaning is verstuurd en draagt het dossier over voor verdere stappen.
Historische Context
Dit document is historisch significant vanwege de context van de Duitse bezetting van Nederland in 1944. De handgeschreven notitie "Afd. Joden" (Afdeling Joden) bovenin duidt erop dat dit stuk deel uitmaakt van de administratie rondom het beheer van onteigende Joodse bezittingen. De firma Wed. L. Ossedrijver was een Joods bedrijf; tijdens de bezetting werden dergelijke ondernemingen onder toezicht gesteld van een 'Verwalter' (bewindvoerder) of organisaties zoals de Lippmann, Rosenthal & Co. bank (LiRo). Terwijl de Joodse eigenaren werden vervolgd en gedeporteerd, werd de exploitatie van hun vastgoed en bedrijven door de bezetter voortgezet voor eigen gewin. De brief toont de kille, bureaucratische precisie waarmee deze onteigende goederen werden beheerd, zelfs in de chaotische laatste maanden van de oorlog.