Administratief jaarverslag (pagina 7).
Origineel
Administratief jaarverslag (pagina 7). -7-
Jan Evertsenstraat 1031(2129)2); Noordermarkt 4857(2903); Amstelveid 4654(4196); Mosplein 1307(1894)2); totaal 16601 (16744).
Halfjaarplaatsen en weekplaatsen zijn hier niet ingenomen.
2) In deze cijfers zijn begrepen de dagplaatsen, ingenomen op de tijdelijke hulpmarkt van de algemeene dagmarkt, welke ter plaatse wordt gehouden.
IV. STANDPLAATSEN BUITEN DE MARKTEN.
Hieronder volgt een overzicht van het aantal vergunningen door den Burgemeester in 1943 verleend voor het innemen van standplaatsen buiten de markten.
| Artikelen | Aantal vergunningen | |||
|---|---|---|---|---|
| bij het begin van het jaar | in den loop van het jaar | aan het einde van het jaar | ||
| uitgereikt | ingetrokken | |||
| Eet- of drinkwaren | 231 | 38 | 66 | 203 |
| Bloemen | 126 | 55 | 37 | 144 |
| Diverse artikelen | 6 | -- | 3 | 3 |
| Totaal: | 363 | 93 | 106 | 350 |
Van deze vergunningen waren aan het einde van het jaar 36 voor een gedeelte van het jaar verleend. Voor het uitstallen van kerstboomen en hulst zijn 45(v.j.85) tijdelijke vergunningen uitgereikt.
De opbrengst der standplaatsgelden bedroeg f. 9.935,31 (v.j. f. 11.260,02). Hierin is begrepen een bedrag van f. 3.284,80(v.j. f. 3.333,48) wegens het zg. kramengeld.
Op 1 Januari waren door den Burgemeester 1.404 vent- en opkoopersvergunningen verleend; op 31 December bedroeg dit aantal 676.
Van de aantallen ventvergunningen in de verschillende groepen van artikelen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar worden genoemd: aardappelen, groenten en fruit 173 - 1; bloemen en planten 310 - 220; brandstoffen(w.o.petroleum) 20 - 4 ; geringe eetwaren en consumptie-ijs 288 - 161; visch en zuurwaren 109 - 15; boter, kaas en eieren 26 - 18; diversen en manufacturen 166 - 128.
De aantallen opkoopersvergunningen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar bedroegen respectievelijk 312 - 129.
De opbrengst der ventgelden bedroeg f. 3.044,20(v.j.f.6.321,90).
De Directeur van het Marktwezen. * Taalgebruik: Het document hanteert de toenmalige spelling (bijv. "algemeene", "kerstboomen", "opkoopers") en ambtelijke terminologie.
* Structuur: Een formele rapportage met een tabel voor kwantitatieve gegevens, gevolgd door een tekstuele toelichting en financiële verantwoording.
* Opvallende gegevens: Er is een drastische afname te zien in het aantal vergunningen. Het totaal aantal vent- en opkopersvergunningen daalt in één jaar tijd van 1.404 naar 676.
* Specifieke sectoren: Vooral de handel in "aardappelen, groenten en fruit" (van 173 naar slechts 1 vergunning) en "visch en zuurwaren" (van 109 naar 15) is nagenoeg weggevaagd. De inkomsten uit ventgelden zijn meer dan gehalveerd ten opzichte van het voorjaar (v.j.). Dit document biedt een kille, administratieve blik op de economische ontwrichting in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog (1943). De enorme daling in vergunningen voor straathandel heeft twee hoofdoorzaken:
1. Schaarschte: Door de oorlogseconomie en de vordering van goederen door de bezetter waren er nauwelijks nog producten (zoals aardappelen en vis) beschikbaar voor de vrije handel. Alles ging via het distributiesysteem (bonnen).
2. De Jodenvervolging: Een zeer groot deel van de Amsterdamse straathandelaren en marktkooplieden was Joods. In 1943 waren de meesten van hen door de bezetter uit hun beroep gezet, gedeporteerd of ondergedoken. Dit verklaart de enorme terugval in het aantal vergunningen ("ingetrokken") en het verdwijnen van de handel in specifieke sectoren die traditioneel sterk bezet waren door Joodse Amsterdammers.