Uittreksel uit een gemeentelijk jaarverslag (vermoedelijk Amsterdam).
Origineel
Uittreksel uit een gemeentelijk jaarverslag (vermoedelijk Amsterdam). 1943 (met betrekking tot de jaren 1942 en 1943). -6-
ALGEMENE DAGMARKTEN.
De tijdelijke hulpmarkten, welke werden gehouden in de speeltuinen op het Waterlooplein en in de Gaaspstraat uitsluitend voor Joodsche verkoopers, koopers en bezoekers, zijn met ingang van 9 Augustus opgeheven(Gemeenteblad 1943, afd.3, volgno. 67).
De aanwijzing der overige tijdelijke hulpmarkten is tijdens het verslagjaar voor ten hoogste één jaar verlengd(Gemeenteblad 1943, afd. 3, volgno.8).
Met het oog op een betere contrôle zijn op de markten Albert Cuypstraat, Dapperstraat, Ten Katestraat en Lindengracht loodsen aangewezen als verkoopplaatsen van visch(Gemeenteblad 1943, afd.3, volgno.66).
De opbrengst aan marktgeld bedroeg f. 62.927,40(vorig jaar f. 61.863,-).
Het hieronder volgende staatje geeft een overzicht van de in 1942 en 1943 ingenomen plaatsen.
| Markten | halfjaarplaatsen | maandplaatsen | weekplaatsen | dagplaatsen | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1942 | 1943 | v.a. 1-6-1943 | 1942 | 1943 t/m 31-5 | 1942 | 1943 | |
| Nieuwmarkt | 5 | 18 | 562 | 2.095 | 1.524 | 12.457 | 24.076 |
| Waterlooplein | 3 | 1 | 6 | 5.863 | 1.728 | 2.039 | --- |
| Dapperstraat | 52 | 88 | 173 | 2.878 | 1.346 | 3.532 | 3.426 |
| Alb.Cuypstraat | 33 | 45 | 1.461 | 10.162 | 4.672 | 9.816 | 10.593 |
| Ten Katestraat | 28 | 45 | 974 | 6.450 | 3.332 | 7.029 | 5.065 |
| Lindengracht | 44 | 76 | 918 | 7.062 | 3.432 | 3.484 | 3.020 |
| Joubertstraat | 3 | --- | 138 | 4.264 | 1.368 | 227 | --- |
| Gaaspstraat | 3 | --- | 132 | 10.111 | 3.567 | 4.274 | --- |
| Beethovenstraat | --- | 7 | 34 | 256 | 144 | --- | --- |
| Minervaplein | --- | --- | 16 | 485 | 356 | --- | --- |
| J.Evertsenstraat | --- | 23 | 235 | 1.029 | 1.150 | 2.129(1) | 1.031 |
| Mosplein | --- | 2 | 136 | 610 | 483 | 1.894(1) | 1.307 |
| Stadionplein | --- | 15 | 16 | 284 | 358 | --- | --- |
| Totaal: | 171 | 320 | 4.801 | 51.549 | 23.460 | 46.881 | 48.518 |
1) In deze cijfers zijn ook begrepen de dagplaatsen, ingenomen op de weekmarkt.
III. WEEKMARKTEN.
BOOM- EN BLOEMMARKT.
Deze markt is ook dit jaar de geheele week gehouden. Daartoe is het gedeelte van den Singel(Zuidzijde) tusschen de Wijde Heisteeg en het Muntplein wederom voor den tijd van een jaar aangewezen als tijdelijke hulpmarkt van de Boom- en Bloemmarkt. (Gemeenteblad 1943, afd.3, volgno.8).
De opbrengst aan marktgeld bedroeg f.1.889,42(vorig jaar f. 1.540,75).
ALGEMENE WEEKMARKTEN.
De opbrengst aan marktgeld bedroeg f. 4.752,85(vorig jaar f. 3.524,65).
In het verslagjaar zijn op de volgende markten de daarachter vermelde dagplaatsen ingenomen(de tusschen haakjes geplaatste getallen vermelden de overeenkomstige gegevens over 1942): Westerstraat 4013(4355); Sumatrastraat 739(1067); Dit document is een administratief verslag van de Amsterdamse markten tijdens een cruciaal jaar van de Tweede Wereldoorlog. De cijfers en mededelingen tonen twee belangrijke ontwikkelingen:
- Segregatie en Vervolging: De meest opvallende passage betreft het opheffen van de "tijdelijke hulpmarkten" op het Waterlooplein en in de Gaaspstraat per 9 augustus 1943. Deze markten waren door de bezetter ingesteld als "Joodsche markten" om de Joodse bevolking te isoleren. De opheffing in augustus 1943 is een direct gevolg van het feit dat het overgrote deel van de Joodse Amsterdammers tegen die tijd was gedeporteerd. In de tabel is te zien dat de dagplaatsen op het Waterlooplein en de Gaaspstraat in 1943 naar nul zijn gedaald.
- Economische Regulering: De overheid probeerde meer grip te krijgen op de handel, wat blijkt uit de aanwijzing van specifieke loodsen voor de visverkoop voor "betere contrôle". Ondanks de oorlogsomstandigheden en schaarste steeg de totale opbrengst van het marktgeld licht (van ca. 62.000 naar 63.000 gulden voor dagmarkten), wat duidt op de aanhoudende noodzaak van markten voor de voedselvoorziening.
- Verschuivingen: De tabel laat zien dat de Nieuwmarkt in 1943 een enorme groei doormaakte in dagplaatsen (bijna een verdubbeling), terwijl markten in wijken met een grote Joodse populatie (zoals de Joubertstraat in de Transvaalbuurt) volledig verdwenen. In 1941 stelden de Duitse bezetters speciale markten in waar uitsluitend Joden mochten komen. Dit was onderdeel van de toenemende uitsluiting van Joden uit het openbare leven. De markten op het Waterlooplein en de Gaaspstraat waren de bekendste locaties hiervoor. In de zomer van 1943 vonden de laatste grote deportaties uit Amsterdam plaats. Met de formele opheffing van deze markten in augustus 1943 werd de fysieke aanwezigheid van de Joodse gemeenschap in het Amsterdamse straatbeeld nagenoeg volledig uitgewist. De administratieve, zakelijke toon van dit verslag contrasteert scherp met de menselijke tragedie die achter deze cijfers schuilgaat.