Officiële brief/doorslag (gemeentelijke correspondentie).
Origineel
Officiële brief/doorslag (gemeentelijke correspondentie). 19 april 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentedienst). Den Heer J. Hillegers, Nieuwe Leliestraat 2 hs, Amsterdam-Centrum (Wijk 7). [Linksboven, getypt:]
28/42/2 M.
[Middenboven, handgeschreven/stempel:]
Verzonden 19/4
[Rechtsboven, handgeschreven:]
M. de Laer
[Rechtsboven, getypt:]
D/G.
19 April 1939.
den Heer J. Hillegers,
Nieuwe Leliestraat 2 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 7.
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 31 Maart
jl. bericht ik U, dat ik er geen bezwaar tegen heb, dat U
gedurende drie maanden na dato dezes Uw plaats op de markt
Lindengracht niet inneemt, mits U zorgdraagt, dat het ook
tydens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld wekelyks aan
den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele toestemming aan de heer Hillegers om drie maanden afwezig te zijn van zijn marktplaats op de Lindengracht in Amsterdam.
* Voorwaarde: De afwezigheid wordt gedoogd op voorwaarde dat het verschuldigde marktgeld gedurende die periode wel wekelijks wordt doorbetaald aan de aanwezige marktambtenaar.
* Taalgebruik: Er wordt gebruikgemaakt van de toenmalige spelling (bijv. "tydens" en "wekelyks" met een y in plaats van ij; "Maart" met een hoofdletter). De toon is zakelijk en ambtelijk.
* Administratie: De handgeschreven aantekening "Verzonden 19/4" dient als bewijs voor de verzending op de dag van datering. De naam "M. de Laer" rechtsboven kan duiden op de ambtenaar die het dossier behandelde. De Lindengrachtmarkt in de Jordaan is een van de oudste en bekendste markten van Amsterdam. Dit document geeft inzicht in de strikte regulering van marktplaatsen in de jaren dertig. Marktkramers waren gebonden aan hun toegewezen plek; langdurige afwezigheid zonder toestemming kon leiden tot het verlies van de vergunning of standplaats. De eis dat het marktgeld doorbetaald moet worden, benadrukt dat de inkomsten voor de gemeente gewaarborgd moesten blijven, ongeacht of de koopman daadwerkelijk aanwezig was. Het adres van de ontvanger (Nieuwe Leliestraat) ligt op loopafstand van de Lindengracht, wat typerend was voor de toenmalige Jordaanbewoners die vaak in hun eigen buurt handel dreven. J. Hillegers M. de Laer