Ambtelijke notitie/advies betreffende marktplaatsvergunning.
Origineel
Ambtelijke notitie/advies betreffende marktplaatsvergunning. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/60/1 193 9
DOORGEZONDEN: 16/5
[Tekst rechtsboven]
33
B. Kok. pl 255 Lindengracht
Hr Wolf
advies
17-5-39
Dellaan
[Hoofdtekst]
Tegen inwilliging van het verzoek
van B. Kok om zich op zijn plaats op
de markt Lindengracht, nog eenigen tijd
te mogen laten vervangen door zijn doch-
ter, bestaat m.i. geen bezwaar.
Ik geef U in overweging dit toe te
staan voor den tijd van drie maanden.
23-5-39
Dellaan [handtekening]
[Aantekeningen onderaan]
20/5/39 [onleesbaar, paraaf?]
3
20/60/2 [in rood]
[Voetnoot]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een intern ambtelijk advies over een verzoek van een marktkoopman genaamd B. Kok. Deze Kok heeft een vaste staanplaats (nummer 255) op de markt aan de Lindengracht in Amsterdam. Hij heeft verzocht om zich voor een bepaalde periode te laten vervangen door zijn dochter.
De adviseur, Dellaan, concludeert dat er "mijns inziens" (m.i.) geen bezwaar is tegen dit verzoek. Hij stelt voor om de vervanging toe te staan voor een periode van drie maanden. Het document toont de strikte bureaucratische afhandeling van marktplaatsvergunningen in die tijd; zelfs een tijdelijke vervanging door een direct familielid vereiste een officieel verzoek en een ambtelijk advies. De Lindengrachtmarkt in de Amsterdamse Jordaan is een van de oudste en bekendste markten van de stad. In de jaren '30 waren de marktreglementen zeer streng: een vergunninghouder was in principe verplicht om persoonlijk op de markt aanwezig te zijn. Afwijkingen hiervan, bijvoorbeeld wegens ziekte of familieomstandigheden, moesten schriftelijk worden goedgekeurd door de marktmeester of de relevante gemeentelijke afdeling (Algemene Zaken).
De datum, mei 1939, plaatst dit document in de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het administratieve systeem van de gemeente Amsterdam was in deze periode zeer gedetailleerd en methodisch, wat terug te zien is in het gebruik van specifieke "modellen" (formulieren) en de zorgvuldige dossieverwijzingen (de nummers 20/60/1 en 2). B. Kok M. No Gemeente Amsterdam