Handgeschreven brief / ambtelijk concept.
Origineel
Handgeschreven brief / ambtelijk concept. Onvermeld (historisch te plaatsen in de periode 1940-1945). 37/61/4
Betrifft:
Schifffahrtsverkehr
auf Oude Wetering.
Herrn Kommandanten
G.A. Friedrich
Hauptmann und Leiter
des Quartieramtes,
Museumplein.
~~Hiermit erlaube ich mir,~~
wende ich mich mit der
Bitte an Sie bewirken zu wollen,
dass den Schiffern der Gemüse-Schiffe
aus dem Westlande, welche die "Oude
Wetering" vorüber fahren, Dispensation
gegeben wird von den Sperrzeiten für
die Schifffahrt, wie diese jetzt neu fest-
gelegt worden sind. Die Gemüse-Schiffe
dürfen die "Oude Wetering" erst um 5 Uhr Het document is een formeel verzoek aan een Duitse officier tijdens de bezetting van Nederland. De tekst is geschreven in een vlot Latijns cursief met invloeden van het oudere Duitse Kurrent-schrift.
De kern van de brief is een verzoek om dispensatie (vrijstelling). De schrijver vraagt namens schippers die groenten vervoeren vanuit het Westland om ontheffing van de recentelijk aangescherpte Sperrzeiten (spertijden/avondklok voor de scheepvaart). Het probleem is dat deze schepen de Oude Wetering pas om 05:00 uur mogen passeren, wat waarschijnlijk de tijdige levering van versproducten in de stad belemmert. De doorhaling aan het begin ("Hiermit erlaube ich mir") wijst op een zorgvuldige formulering van het concept. De brief is gericht aan Hauptmann G.A. Friedrich, die het hoofd was van het Quartieramt (kwartierbureau) aan het Museumplein in Amsterdam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het gebied rondom het Museumplein het zenuwcentrum van het Duitse militaire en civiele bestuur in Amsterdam.
De logistiek van de voedselvoorziening was een delicaat evenwicht tussen militaire controle en de noodzaak om de bevolking te voeden. Het Westland was (en is) een cruciale regio voor de tuinbouw. Vanwege militaire beperkingen en angst voor sabotage of smokkel voerden de Duitsers strenge spertijden in voor het scheepvaartverkeer. Dergelijke verzoekschriften kwamen vaak van Nederlandse civiele instanties of distributiediensten die probeerden de voedselketen operationeel te houden binnen de beperkingen van de bezettingsmacht.