Getypte brief / ambtelijke correspondentie.
Origineel
Getypte brief / ambtelijke correspondentie. 31 mei 1944. [Linksboven:] 37/63/3M.
[Midden:] 1
[Rechtsboven:] 31 Mei 1944.
[Handgeschreven paraaf in potlood en rode streep]
[Blauw rond stempel met onleesbaar teken]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
Raadhuis,
A l h i e r.
===========
In bijlage dezes heb ik de eer U te
doen geworden: 1 contract in duplo betreffen-
de pakhuisafdeeling No. H.22 van de hal op de
Centrale Markt;
Ik moge U beleefd verzoeken wel te wil-
len bevorderen, dat deze contracten door den
heer Burgemeester worden geteekend. Daarna ge-
lieve U ze mij te doen terugzenden, teneinde
voor registratie te kunnen zorgdragen.
De Directeur, Dit document is een formele geleidebrief van een ongenoemde Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt of een daaraan verbonden gemeentelijke dienst) gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het doel van de brief is de administratieve afhandeling van een huur- of gebruikscontract voor pakhuisruimte (No. H.22) op het terrein van de Centrale Markt. De procedure vereist de handtekening van de Burgemeester, waarna het contract terug naar de afzender moet voor definitieve registratie. Het taalgebruik is uiterst beleefd en ambtelijk ("ik moge U beleefd verzoeken", "U te doen geworden"). De datum van het document, 31 mei 1944, plaatst deze correspondentie in de late fase van de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markthallen in Amsterdam waren in deze periode van cruciaal belang voor de voedselvoorziening en distributie in de stad. De functie "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een zware politieke en logistieke verantwoordelijkheid vanwege de toenemende schaarste en het distributiesysteem. De brief toont aan dat, ondanks de oorlogsomstandigheden, de ambtelijke bureaucratie en contractvorming rondom de exploitatie van de markthallen strikt werd voortgezet.
Samenvatting
Dit document is een formele geleidebrief van een ongenoemde Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt of een daaraan verbonden gemeentelijke dienst) gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het doel van de brief is de administratieve afhandeling van een huur- of gebruikscontract voor pakhuisruimte (No. H.22) op het terrein van de Centrale Markt. De procedure vereist de handtekening van de Burgemeester, waarna het contract terug naar de afzender moet voor definitieve registratie. Het taalgebruik is uiterst beleefd en ambtelijk ("ik moge U beleefd verzoeken", "U te doen geworden").
Historische Context
De datum van het document, 31 mei 1944, plaatst deze correspondentie in de late fase van de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markthallen in Amsterdam waren in deze periode van cruciaal belang voor de voedselvoorziening en distributie in de stad. De functie "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een zware politieke en logistieke verantwoordelijkheid vanwege de toenemende schaarste en het distributiesysteem. De brief toont aan dat, ondanks de oorlogsomstandigheden, de ambtelijke bureaucratie en contractvorming rondom de exploitatie van de markthallen strikt werd voortgezet.