Doorslag (doorschrijfkopie) van een ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag (doorschrijfkopie) van een ambtelijke brief. 12 juli 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een overkoepelende gemeentelijke dienst). (Handgeschreven: Verzonden 12/7) (Handgeschreven: Muller)
37/71/1M. 4 12 Juli 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
In bijlage dezes heb ik de eer U
te doen geworden 2 contracten in duplo
betreffende de pakhuisafdeelingen nos. 3 en
18 van pier E op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te
willen bevorderen, dat deze contracten
door den heer Burgemeester worden geteekend.
Daarna gelieve U ze mij te doen terugzenden,
opdat dezerzijds voor registratie kan
worden zorggedragen.
De Directeur, De brief is een formeel administratief verzoek betreffende de huur of het gebruik van vastgoed op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam. De directeur verzoekt de Wethouder van Levensmiddelen om zorg te dragen dat twee contracten voor pakhuisruimtes (pier E, nummers 3 en 18) worden ondertekend door de burgemeester.
Opvallend is de strikte hiërarchische en beleefde toon ("heb ik de eer", "ik moge U beleefd verzoeken"), die typerend is voor de ambtelijke correspondentie uit die periode. Het document is een 'minuut' of doorslag voor het eigen archief, wat blijkt uit de handgeschreven paraaf van verzending. Het document dateert van 12 juli 1944, een cruciale periode in de Tweede Wereldoorlog. Nederland was bezet door nazi-Duitsland. De Centrale Markt in Amsterdam speelde een vitale rol in de voedselvoorziening van de stad, die door de oorlogsomstandigheden en blokkades steeds meer onder druk kwam te staan.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze tijd een sleutelfiguur binnen het gemeentebestuur. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment de door de bezetter aangestelde Edward Voûte. Ondanks de oorlog en de naderende 'Hongerwinter' (die enkele maanden later zou beginnen), bleef de bureaucratische molen van de gemeente Amsterdam, zoals dit document toont, tot in detail doorlopen voor zaken als pakhuiscontracten. Gemeente Amsterdam
Samenvatting
De brief is een formeel administratief verzoek betreffende de huur of het gebruik van vastgoed op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam. De directeur verzoekt de Wethouder van Levensmiddelen om zorg te dragen dat twee contracten voor pakhuisruimtes (pier E, nummers 3 en 18) worden ondertekend door de burgemeester.
Opvallend is de strikte hiërarchische en beleefde toon ("heb ik de eer", "ik moge U beleefd verzoeken"), die typerend is voor de ambtelijke correspondentie uit die periode. Het document is een 'minuut' of doorslag voor het eigen archief, wat blijkt uit de handgeschreven paraaf van verzending.
Historische Context
Het document dateert van 12 juli 1944, een cruciale periode in de Tweede Wereldoorlog. Nederland was bezet door nazi-Duitsland. De Centrale Markt in Amsterdam speelde een vitale rol in de voedselvoorziening van de stad, die door de oorlogsomstandigheden en blokkades steeds meer onder druk kwam te staan.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze tijd een sleutelfiguur binnen het gemeentebestuur. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment de door de bezetter aangestelde Edward Voûte. Ondanks de oorlog en de naderende 'Hongerwinter' (die enkele maanden later zou beginnen), bleef de bureaucratische molen van de gemeente Amsterdam, zoals dit document toont, tot in detail doorlopen voor zaken als pakhuiscontracten.