Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten van den Burgemeester van Amsterdam)
Origineel
Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten van den Burgemeester van Amsterdam) 1 september 1944 Nº 669 L.M. 1944.
Nº 37/85/3
[Stempel:] M. 1944 [handgeschreven:] 5/10
[Rechtsboven handgeschreven:] Marktwezen [en een paraaf met datum/naam:] 2/9 Dir
Korte baan-draverijen op de Centrale Markt.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 1 September 1944.
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen deelt mede, dat een Comité tot het organiseeren van korte baandraverijen het verzoek tot den Burgemeester heeft gericht, om op een Zondag in September een draverij te mogen organiseeren op de Centrale Markt.
De Directeur van het Marktwezen wijst er in zijn rapport dd. 21 Augustus 1944 No.37/85/2 M op, dat verwacht moet worden, dat het toestaan van een draverij tot gevolg zal hebben, dat de gemeente Amsterdam in de Personeele- en Grondbelasting zal worden aangeslagen, waarmede tienduizenden guldens per jaar gemoeid zijn. Voor het geval hiervan vrijstelling zou worden verleend, bestaan er bij hem geen overwegende bezwaren, het verzoek toe te staan.
De Gemeentelijke Adviseur in zake Belastingen deelt in een rapport van 30 Augustus 1944 mede, dat een aanslag in de Personeele belasting na de wetswijziging van 8 Mei 1942 Stbl.No.99, op grond van deze korte baandraverij uitgesloten moet worden geacht.
Een bespreking met den controleur der Grondbelasting heeft tot resultaat gehad, dat deze in het voor deze enkele maal afstaan van het terrein voor een korte baandraverij geen aanleiding zal vinden, een aanslag in de Grondbelasting op te leggen. De voor het afstaan te bedingen vergoeding van ƒ 1000 als naar boven afgeronde som voor ten laste der Gemeente komende extra kosten, levert in dit verband geen bezwaren op. Deze beslissing van den controleur heeft uitsluitend betrekking op het onderhavige, aan de orde gestelde geval; daaraan mag geen wijdere of voor de toekomst verdere strekking worden toegekend.
De Burgemeester besluit - gelet op deze rapporten - goed te vinden dat aan het verzoek van voornoemd Comité wordt voldaan, onder voorwaarde, dat ƒ 1000.- zal worden betaald ter bestrijding van de door de Gemeente te maken kosten. Hij noodigt den Wethouder voor de Levensmiddelen uit, deze aangelegenheid verder met het Comité te regelen.
Afschrift hiervan zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (4 stuks) en Financiën (2 stuks).
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Handgeschreven in rode inkt onderaan:]
niet doorg—
b.v.m.
tijd omstandigheden
Ketz zou mij berichten
Is dit gebeurd?
[paraaf]
--- Het document is een officieel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur onder leiding van de burgemeester. De kern van de zaak is de afweging tussen het faciliteren van volksvermaak (paardendraverijen) en de potentiële fiscale risico's voor de gemeente. De vrees bestond dat het incidenteel openstellen van de Centrale Markt voor dergelijke evenementen zou leiden tot een permanente belastingaanslag (Personele- en Grondbelasting) die in de tienduizenden guldens zou lopen.
Na technisch advies van belastingexperts wordt geconcludeerd dat dit risico verwaarloosbaar is, mits het bij een eenmalig evenement blijft en het organiserende comité een onkostenvergoeding van 1000 gulden betaalt.
De handgeschreven notities in rode inkt zijn cruciaal: ze suggereren dat de draverij uiteindelijk waarschijnlijk niet is doorgegaan vanwege de "tijd omstandigheden".
--- Dit document is gedateerd op 1 september 1944, een historisch uiterst gevoelig moment. Het is slechts vier dagen voor Dolle Dinsdag (5 september 1944). Terwijl de geallieerden in hoog tempo oprukten door België richting de Nederlandse grens, was het ambtenarenapparaat in Amsterdam onder de door de Duitsers aangestelde burgemeester Edward Voûte nog bezig met de bureaucratische afhandeling van een vergunning voor sportevenementen.
De opmerking "tijd omstandigheden" in de rode kanttekeningen verwijst vrijwel zeker naar de acute chaos en de spoorwegstaking die kort daarna uitbraken, waardoor het organiseren van publieksevenementen onmogelijk werd. Ook de schaarste en de naderende Hongerwinter maken de plannen voor een paardendraverij op dat moment achteraf bezien surrealistisch. De genoemde wetswijziging van 8 mei 1942 (Stbl. No. 99) is een directe verwijzing naar wetgeving die tijdens de bezetting werd ingevoerd.