Ambtelijke brief/advies (handgeschreven).
Origineel
Ambtelijke brief/advies (handgeschreven). 20 augustus 1944. [Links bovenin, potlood:] 27/8 42
[Onderwerp links:] Kortebaan-draverijen op C.M.
[Rechts bovenin:] A'dam 20/8 1944
[Ondertekening/Initialen:] W.L.M.
Onder terugzending van de met
Uw handbrief dd. 10 Aug. jl. om spoedig
advies ontvangen stukken no. 669 LM/1944
heb ik de eer U het volgende te berichten.
In de jaren 1936 - 1937 is de Hal
op de C. M. verschillende malen gebruikt
voor andere doeleinden, dan waarvoor de
markt was bestemd nl. voor het houden
van groote vergaderingen o.a. van toenmalige
politieke partijen. De beschikbaarstelling van
gedeelten der markt heeft toen groote moei-
lijkheden opgeleverd met de belasting-autori-
teiten omdat naar de meening van dezen
daardoor de reden tot vrijstelling van perso-
neele belasting - krachtens art. 4 der Wet
op de Personeele Belasting - en van de grondbe-
lasting - krachtens art 25 lid 1 der Wet -
ophield te bestaan. Met groote moeite is het
toenmaals, een hen zelf door interventie van
een Minister, gelukt om de gemeente van een aanslag,
[doorgehaald: markmeesters voor andere doeleinden zonder dat toestemming te krijgen tot het gebruik van de]
welke tienduizenden guldens per jaar zou
hebben bedragen, te vrijwaren. Verwezen moge
worden naar de terzake in die jaren gevoerde
correspondentie nos. 366 LM/1936; 1021 LM/1936; 380 LM/1937
[onderaan:] 636 LM/37.
[Marge links:] Daarom tot gevolg zou zijn geweest De kern van deze brief is een formele waarschuwing over de fiscale gevolgen van het organiseren van evenementen (zoals kortebaandraverijen) op het terrein van de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam. De schrijver wijst op een historisch precedent uit de jaren '30.
Wanneer de markthallen voor andere doeleinden dan de markt zelf worden gebruikt (zoals politieke bijeenkomsten of sportevenementen), vervalt volgens de belastingdienst de wettelijke basis voor belastingvrijstelling. Het gaat hier specifiek om de Personeele Belasting en de Grondbelasting. De schrijver herinnert de ontvanger eraan dat het in 1936-1937 slechts door tussenkomst van een Minister is gelukt om een enorme naheffing van tienduizenden guldens te voorkomen. De toon is ambtelijk-voorzichtig: men wil een herhaling van deze financiële risico's voorkomen. * Historische periode: De brief is geschreven in augustus 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland bezet was, ging het civiele en gemeentelijke apparaat door met de dagelijkse administratie. Het is opvallend dat men zich in deze roerige tijd (vlak voor Dolle Dinsdag) nog bezighield met dergelijke specifieke fiscale kwesties rondom markthallen.
* Centrale Markt (C.M.): Dit verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in 1934 werden geopend. Het was een cruciaal logistiek punt voor de voedselvoorziening van de stad.
* Politieke partijen: De referentie naar "toenmalige politieke partijen" in 1936-1937 doelt waarschijnlijk op de grote mobilisaties van die tijd, mogelijk bijeenkomsten van de SDAP of de NSB, die vaker gebruikmaakten van grote hallen voor hun massa-bijeenkomsten.