Dienstbrief / Officiële correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Officiële correspondentie. 3 november 1944. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Dienst der Publieke Werken of de Dienst van de Stadsreiniging). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Rechtsboven handgeschreven paraaf/notitie: Hmj/Sw]
37/102/1M. 1 3 November 1944.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
==============
In bijlage dezes heb ik de eer U
een contract in duplo te doen geworden ten
name van C. Maasdijk betreffende huur van het
winkelhuis, Jan van Galenstraat 22.
Ik moge U beleefd verzoeken de
onderteekening van dit contract door den
heer Burgemeester te willen bevorderen en
mij het daarna te doen retourneeren, dezer-
zijds kan dan voor registratie worden zorgge-
dragen.
De Directeur, * Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare formele en ambtelijke stijl (bijv. "In bijlage dezes", "te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken"). De spelling volgt de vooroorlogse conventies (zoals "onderteekening" en "retourneeren").
* Inhoud: Het betreft een puur administratieve handeling waarbij een huurcontract voor een winkelpand aan de Jan van Galenstraat 22 in Amsterdam ter ondertekening door de burgemeester wordt aangeboden via de wethouder.
* Sociale context: De vermelding van een "winkelhuis" suggereert een pand met zowel een commerciële functie als woonruimte. C. Maasdijk is de beoogde huurder. * Historische periode: De datum, 3 november 1944, valt midden in de Tweede Wereldoorlog en markeert het begin van de Hongerwinter in het bezette West-Nederland. Amsterdam kampte op dat moment met extreme tekorten aan voedsel en brandstof.
* Bestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie vanwege de distributie van schaarse goederen. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment Edward Voûte, een NSB-burgemeester die door de Duitse bezetter was aangesteld.
* Locatie: De Jan van Galenstraat ligt in Amsterdam-West. Het feit dat de gemeente betrokken is bij de verhuur van een winkelhuis duidt erop dat dit pand gemeentelijk bezit was of dat de verhuur onder speciaal oorlogsbeheer stond. Vaak werden panden van gedeporteerde Joodse bewoners in deze periode door de bezetter of de gemeente opnieuw uitgegeven, hoewel uit deze brief niet direct blijkt of dat hier het geval is.