Archiefdocument
Origineel
9 november 1944. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst of de Centrale Markt). 37/102/211. 2 9 November 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
=============
In bijlage dezes heb ik de eer U te
doen geworden een contract in duplo betreffende
de pakhuisafdeeling no. 21 van de hal op de Cen-
trale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te wil-
len bevorderen, dat dit contract door den heer
Burgemeester wordt geteekend. Daarna gelieve U het
mij te doen terugzenden, teneinde voor registratie
te kunnen zorgdragen.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke brief waarin een contract in tweevoud (in duplo) wordt aangeboden ter ondertekening. Het betreft het gebruik of de huur van een specifieke pakhuisafdeling (nummer 21) op de Centrale Markt. De toon is uiterst formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken").
De hiërarchie is duidelijk: de Directeur van een dienst (waarschijnlijk de marktmeester of directeur van de markthallen) stuurt het document naar de verantwoordelijke wethouder, met het verzoek de burgemeester te laten tekenen. Dit wijst op een formele vastlegging van vastgoed- of opslaggebruik binnen het gemeentelijk apparaat. De datum, 9 november 1944, is historisch zeer relevant. Nederland boven de rivieren bevindt zich op dat moment in de laatste oorlogswinter, de beruchte Hongerwinter. De voedselvoorziening in de grote steden was kritiek. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" bekleedde in deze periode een van de meest cruciale functies in het stadsbestuur.
De Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam, gezien de terminologie en structuur) was het spilpunt van de voedseldistributie. Dat er in deze tijd van uiterste schaarste en chaos nog steeds strikt volgens de bureaucratische regels contracten werden opgesteld, getekend door de burgemeester en geregistreerd, toont de continuïteit van de administratieve organisatie, zelfs onder extreme oorlogsomstandigheden. Pakhuizen op de markt waren essentieel voor de opslag van de schaarse voorraden die de stad nog bereikten.
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke brief waarin een contract in tweevoud (in duplo) wordt aangeboden ter ondertekening. Het betreft het gebruik of de huur van een specifieke pakhuisafdeling (nummer 21) op de Centrale Markt. De toon is uiterst formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken").
De hiërarchie is duidelijk: de Directeur van een dienst (waarschijnlijk de marktmeester of directeur van de markthallen) stuurt het document naar de verantwoordelijke wethouder, met het verzoek de burgemeester te laten tekenen. Dit wijst op een formele vastlegging van vastgoed- of opslaggebruik binnen het gemeentelijk apparaat.
Historische Context
De datum, 9 november 1944, is historisch zeer relevant. Nederland boven de rivieren bevindt zich op dat moment in de laatste oorlogswinter, de beruchte Hongerwinter. De voedselvoorziening in de grote steden was kritiek. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" bekleedde in deze periode een van de meest cruciale functies in het stadsbestuur.
De Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam, gezien de terminologie en structuur) was het spilpunt van de voedseldistributie. Dat er in deze tijd van uiterste schaarste en chaos nog steeds strikt volgens de bureaucratische regels contracten werden opgesteld, getekend door de burgemeester en geregistreerd, toont de continuïteit van de administratieve organisatie, zelfs onder extreme oorlogsomstandigheden. Pakhuizen op de markt waren essentieel voor de opslag van de schaarse voorraden die de stad nog bereikten.