Ambtelijke correspondentie (begeleidend schrijven).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (begeleidend schrijven). De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven in de bovenmarge:] Verzonden 4/1 1945 HB.
41/12/1M. 2. 21 December 1944.
Ontvangen markt-
gelden over de Den Heer Wethouder
maand November voor de Levensmiddelen,
1944.
A l h i e r .
=============
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen
toekomen twee staten van ontvangen marktgelden
over de maand N o v e m b e r 1944.
De Directeur,
[Paars stempel of paraaf] * **Inhoud:** Het betreft een korte, zakelijke geleidebrief waarbij twee financiële overzichten ("staten") worden aangeboden aan de verantwoordelijke wethouder. Deze overzichten bevatten de administratie van de geïnde marktgelden van de voorgaande maand (november 1944).
- Vorm: Getypt op grijsachtig doorslagpapier. De tekst is formeel ("heb ik de eer U te doen toekomen") en volgt de standaard lay-out voor ambtelijke correspondentie uit die tijd, inclusief de gespatieerde weergave van belangrijke termen zoals "A l h i e r" en "N o v e m b e r".
- Opvallend: Er zit een aanzienlijk tijdsverloop tussen de datum van opmaak (21 december) en de daadwerkelijke verzending (4 januari). Dit kan wijzen op de administratieve traagheid of verstoringen door de oorlogsomstandigheden in die periode. Dit document stamt uit de winter van 1944-1945, een cruciale periode in de Nederlandse geschiedenis. In de nog bezette delen van Nederland (Noord- en West-Nederland) heerste op dat moment de Hongerwinter. De functie van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze context van levensbelang; hij was verantwoordelijk voor de distributie en de zeer schaarse voedselvoorziening in de gemeente.
Dat er in deze tijd van extreme schaarste nog steeds sprake is van "marktgelden", laat zien dat de gemeentelijke bureaucratie en de reguliere handel (hoe beperkt ook) onder het bezettingsregime bleven functioneren. De brief toont de continuïteit van de lokale administratie, zelfs in tijden van acute crisis en oorlog. De term "Alhier" duidt erop dat zowel de afzender als de ontvanger zich in hetzelfde gemeentehuis of dezelfde stad bevonden.