Handgeschreven register/logboekpagina voor transportvergunningen.
Origineel
Handgeschreven register/logboekpagina voor transportvergunningen. Afgegeven Geleide biljetten
Eigen Vischmarkt
Van 26 Dec '43 t/m 1 Jan '44
| Datum | № Geleide biljetten | Aan Wie afgegeven | Waarheen | hoeveelheid |
|---|---|---|---|---|
| 28/12 | 216 | Wagenaar | Joodsche Keuken Amsterdam | 27 KG brasem |
| 30/12 | 217 | J Kuper | Keizersgr 19. | 10 KG baars |
| 30/12 | 218 | Busman | Nieuwmarkt 8 | 210 KG schol |
| 31/12 | 219 | Wagenaar | Joodsche Keuken Amsterdam | 50 KG brasem |
| 31/12 | 220 | C Buber | Velsenweg 37 | 110 KG gest bliek |
| 31/12 | 221 | C Buber | Velsenweg 37 | 35 kg id. |
[Ondertekening/Paraaf]
№ 46 A/2/1 M. 1944 6/1 * Inhoud: Het document legt de legale verplaatsing van visvoorraden vast tijdens de laatste dagen van 1943. Elke rij vertegenwoordigt een officiële toestemming (geleidebiljet) om een bepaalde hoeveelheid vis te vervoeren naar een specifieke locatie.
* Opvallende vermeldingen: De leveringen door "Wagenaar" aan de "Joodsche Keuken Amsterdam" (op 28 en 31 december) zijn historisch zeer relevant. Het betreft hier de gaarkeukens die onder toezicht van de Joodsche Raad stonden.
* Producten: Er wordt melding gemaakt van zoetwatervis (brasem, baars) en zeevis (schol). "Gest bliek" verwijst waarschijnlijk naar gezouten of gestreepte bliek.
* Locaties: De genoemde adressen (Keizersgracht, Nieuwmarkt) wijzen op Amsterdam als centrale handelsplaats. De "Velsenweg" kan duiden op de transportas richting de kust (IJmuiden). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was de voedselvoorziening streng gereguleerd via distributiesystemen en transportvergunningen om de zwarte handel tegen te gaan en de bevoorrading te controleren.
De vermelding van de Joodsche Keuken geeft een inkijkje in de precaire situatie van de overgebleven Joodse bevolking in Amsterdam in de winter van 1943-1944. Terwijl de deportaties in volle gang waren (of voor velen al hadden plaatsgevonden), moesten de achtergeblevenen en de medewerkers van de Joodsche Raad worden gevoed via deze centrale keukens. Dat er nog officiële leveringen van brasem plaatsvonden, toont de bureaucratische continuïteit van de voedseldistributie aan de Joodse gemeenschap, zelfs in deze late fase van de bezetting.