Archief 745
Inventaris 745-427
Pagina 495
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum betreffende de voedselvoorziening.

25 mei 1944. Van: Vermoedelijk de Directie van het Marktwezen van de Gemeente Amsterdam (gezien de inhoudelijke focus op de stad en de handgeschreven kanttekening).

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum betreffende de voedselvoorziening. 25 mei 1944. Vermoedelijk de Directie van het Marktwezen van de Gemeente Amsterdam (gezien de inhoudelijke focus op de stad en de handgeschreven kanttekening). Marktwezen [handgeschreven]

25 Mei 1944.

L.M.
450 -1944-

Ond.: Vischaanvoer.

Hierdoor verzoek ik Uw aandacht voor de volgende aangelegenheid.

Sedert 25 Maart j.l. wordt, dank zij de medewerking van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten hier ter stede in ruimere mate zeevisch uit Scheveningen aangevoerd; in een der afgeloopen weken bedroeg het aanvoercijfer zelfs ruim 100.000 kg.

Ten einde een grooter deel van de bevolking hiervan te laten profiteeren, is het aantal openbare verkoopplaatsen met zes uitgebreid (het aantal bedraagt thans 16). Bovendien werd een z.g. "mobile colonne" van vischverkoopers geformeerd, die straatsgewijze de visch onder toezicht van ambtenaren bij het Marktwezen verkoopt.

Ik behoef U, die uiteraard geheel bekend zijt met de moeilijke omstandigheden, waaronder de bevolking hier ter stede ten opzichte van de voedselvoorziening verkeert, niet te verzekeren, hoe zeer deze ruimere aanvoer van visch moet worden toegejuicht.

Deze gunstige toestand is thans ernstig in gevaar gebracht door de maatregelen, die onlangs te 's-Gravenhage zijn getroffen en dezer dagen aan den Directeur van het Marktwezen door den Directeur van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten als besluit der bevoegde instanties werden medegedeeld, zonder dat mij de gelegenheid is gegeven ter zake van advies te dienen. Wat is n.l. het geval. Bij het op last van de Duitsche autoriteiten overbrengen van een deel der Scheveningsche visschersvloot naar IJmuiden, heeft men tevens het percentage van den aanvoer te Scheveningen, dat bestemd is voor Amsterdam, met niet minder dan 15% verlaagd, n.l. van 30 tot 15%.

Door de overplaatsing van 25 visschersvaartuigen wordt de aanvoer te Scheveningen naar schatting 30% lager. Van de overblijvende 70% ontvangt den Haag 70%, Rotterdam en Amsterdam beiden 15%. Dit beteekent, dat 's-Gravenhage op haar oude percentage van 50% blijft (70% van 70% = 49%). Rotterdam wordt ± 10% (15% van 70%) dit was 20% en Amsterdam wordt thans ± 10% (15% van 70%) dit was 30%.

In kg beteekent dit het volgende:
de aanvoer alhier bedroeg op 10 Mei 1944 : 81 kisten à 40 kg = 3240 kg
" " " " " 11 " " : 101 " " 40 " = 4040 "
Indien het oude percentage was gehandhaafd dan had Amsterdam ontvangen
op 10 Mei 1944 : 162 kisten = 6480 kg
op 11 Mei 1944 : 202 " = 8080 "
dus het dubbele aantal kg.
De gemeente den Haag echter ontving op
10 Mei ± 350 kisten à 40 kg = ± 14.000 kg
11 Mei ± 480 " " 40 " = ± 19.200 "

Duidelijk blijkt ook de achteruitstelling van Amsterdam ten opzichte

den heer Directeur-Generaal
voor de Voedselvoorziening
te
's-G_R_A_V_E_N_H_A_G_E Deze brief is een formeel beklag over de drastische inperking van de visaanvoer voor de stad Amsterdam tijdens de Duitse bezetting in mei 1944. De kern van het document is de proteststem tegen een nieuwe verdeelsleutel van de visvangst uit Scheveningen.

Belangrijkste punten uit de analyse:
1. Logistieke organisatie: Er wordt melding gemaakt van een "mobile colonne" en een uitbreiding van verkooppunten om de visdistributie in de stad te verbeteren. Dit wijst op een strak gereguleerde distributie onder toezicht van het "Marktwezen".
2. Duitse inmenging: De aanleiding voor de crisis is het bevel van de Duitse autoriteiten om een deel van de vloot van Scheveningen naar IJmuiden te verplaatsen.
3. Benadeling van Amsterdam: De schrijver toont met cijfers aan dat Amsterdam dubbel wordt getroffen: door een lagere totale vangst én door een halvering van het toeweizingspercentage (van 30% naar 15%).
4. Vergelijking met Den Haag: Er wordt een scherp contrast geschetst met 's-Gravenhage, dat verhoudingsgewijs nauwelijks iets inlevert, terwijl de nood in Amsterdam (met 10.000 kg minder dan voorheen) zeer hoog is. Dit document stamt uit de late fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1944), enkele maanden voor de invasie in Normandië en de daaropvolgende spoorwegstaking die zou leiden tot de Hongerwinter.

Historische context:
* Voedseldistributie: Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening een kritieke en zeer gevoelige politieke kwestie. De "Directeur-Generaal voor de Voedselvoorziening" (destijds de collaborerende maar vaak pragmatische Hans Louwes) hield toezicht op de schaarste.
* Visserij: De Noordzeevisserij was door de Duitsers aan banden gelegd vanwege het risico op vluchtpogingen naar Engeland en de aanwezigheid van mijnenvelden. Scheveningen en IJmuiden waren de belangrijkste resterende aanvoerhavens onder strikt toezicht.
* Sociale spanning: De brief reflecteert de groeiende spanningen tussen lokale besturen en het centrale gezag (onder Duitse controle). De nadruk op de "moeilijke omstandigheden waaronder de bevolking verkeert" is een eufemisme voor de toenemende ondervoeding in de grote steden in het westen van het land.

Samenvatting

Deze brief is een formeel beklag over de drastische inperking van de visaanvoer voor de stad Amsterdam tijdens de Duitse bezetting in mei 1944. De kern van het document is de proteststem tegen een nieuwe verdeelsleutel van de visvangst uit Scheveningen.

Belangrijkste punten uit de analyse:
1. Logistieke organisatie: Er wordt melding gemaakt van een "mobile colonne" en een uitbreiding van verkooppunten om de visdistributie in de stad te verbeteren. Dit wijst op een strak gereguleerde distributie onder toezicht van het "Marktwezen".
2. Duitse inmenging: De aanleiding voor de crisis is het bevel van de Duitse autoriteiten om een deel van de vloot van Scheveningen naar IJmuiden te verplaatsen.
3. Benadeling van Amsterdam: De schrijver toont met cijfers aan dat Amsterdam dubbel wordt getroffen: door een lagere totale vangst én door een halvering van het toeweizingspercentage (van 30% naar 15%).
4. Vergelijking met Den Haag: Er wordt een scherp contrast geschetst met 's-Gravenhage, dat verhoudingsgewijs nauwelijks iets inlevert, terwijl de nood in Amsterdam (met 10.000 kg minder dan voorheen) zeer hoog is.

Historische Context

Dit document stamt uit de late fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1944), enkele maanden voor de invasie in Normandië en de daaropvolgende spoorwegstaking die zou leiden tot de Hongerwinter.

Historische context:
* Voedseldistributie: Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening een kritieke en zeer gevoelige politieke kwestie. De "Directeur-Generaal voor de Voedselvoorziening" (destijds de collaborerende maar vaak pragmatische Hans Louwes) hield toezicht op de schaarste.
* Visserij: De Noordzeevisserij was door de Duitsers aan banden gelegd vanwege het risico op vluchtpogingen naar Engeland en de aanwezigheid van mijnenvelden. Scheveningen en IJmuiden waren de belangrijkste resterende aanvoerhavens onder strikt toezicht.
* Sociale spanning: De brief reflecteert de groeiende spanningen tussen lokale besturen en het centrale gezag (onder Duitse controle). De nadruk op de "moeilijke omstandigheden waaronder de bevolking verkeert" is een eufemisme voor de toenemende ondervoeding in de grote steden in het westen van het land.

Kooplieden in dit dossier 100

A. den Heyer Rijnsb.7 Rijnsb.7
A.den Heyer Rijnsb.7 Rijnsb.7
A.den Heyer Rijnsb.7 Rijnsb.7
A.F. Kitz 35221
A.F. Kitz 35221
A.F. Kitz 35221
A. Spanjaard 133.34 ✓
A. v.d. Mekke 233.34
C. de Jong 84040
C. de Jong 84040
C. de Jong 84040
C. de Mooij 100 – ✓
C. Kooy 8457 2
C. Kooy 84572
C. Kooy 84572
C. Kooy 84572
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3