Brief/rapport (kopie of doorslag).
Origineel
Brief/rapport (kopie of doorslag). E.J. Voûte, Burgemeester van Amsterdam en J.F. Franken, Gemeentesecretaris. van Den Haag uit de volgende cijfers. In Amsterdam werd in de periode
van 9 - 20 Mei j.l. in totaal aangevoerd 75.000 kg visch in den Haag
werd - berekend op grond van de verhoudingscijfers - alleen uit Sche-
veningen 155.000 kg aangevoerd, welke hoeveelheid nog vermeerderd
moet worden met hetgeen uit IJmuiden werd ontvangen.
Hieraankan worden toegevoegd, dat hetgeen uit IJmuiden in de afge-
loopen twee weken hier ter stede werd aangevoerd, verre van toerei-
kend is om de gevolgen van de bovengenoemde maatregelen, ook maar
eenigermate te compenseeren.
Uiteraard zal Amsterdam, nu een gedeelte van de Scheveningsche
vloot op IJmuiden gaat visschen, weliswaar meer visch dan gewoonlijk
uit die plaats ontvangen, doch deze ontvangst zal zeker het verlies
door de mindere toewijzing in Scheveningen niet kunnen vergoeden.
In IJmuiden gaat n.l. eerst 1/3 gedeelte van den aanvoer voor de
Duitsche Weermacht af; in Scheveningen daarentegen niets. Bovendien
ontvangt Amsterdam van den IJmuider aanvoer gemiddeld niet meer dan
± 10% (d.w.z. 6 2/3 % van den totalen aanvoer aldaar).
Uit het vorenstaande moge U duidelijk zijn, dat de gemeente
's-Gravenhage met belangrijk minder inwoners, haar vischaanvoer
houdt, terwijl Amsterdam zeer achteruitgaat. De maatregelen die dan
ook ten behoeve van een betere spreiding van de visch over de bevol-
king zijn genomen, en die ik U reeds opsomde, worden hierdoor groo-
tendeels teniet gedaan. Het gevolg van een en ander is, dat opnieuw
het overgroote deel van de bevolking van visch verstoken blijft.
Met klem roep ik Uw medewerking in om aan deze onbillijke ten-
achterstelling ^van Amsterdam ten opzichte van 's-Gravenhage een einde te
maken, opdat eerstgenoemde Gemeente ook een redelijk deel ontvangt
van de visch, die in Scheveningen en IJmuiden wordt aangevoerd.
VM
De Burgemeester van Amsterdam,
(get) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get) J. F. FRANKEN In dit document beklaagt de burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) zich bij een hogere instantie over de scheve verdeling van de visaanvoer in Nederland. De kernpunten zijn:
* Kwantitatieve ongelijkheid: Terwijl Amsterdam tussen 9 en 20 mei 75.000 kg vis ontving, kreeg Den Haag alleen al uit Scheveningen 155.000 kg, exclusief de leveringen uit IJmuiden.
* Inwonersaantal: Voûte wijst erop dat Den Haag aanzienlijk minder inwoners heeft dan Amsterdam, waardoor de huidige verdeling als "onbillijk" (onrechtvaardig) wordt bestempeld.
* Duitse opeising: Hij merkt op dat in IJmuiden een derde van de vangst direct naar de Duitse Weermacht gaat, terwijl dit in Scheveningen niet gebeurt. Dit benadeelt Amsterdam extra, omdat de stad meer afhankelijk is van IJmuiden.
* Oproep: De burgemeester verzoekt om dringende maatregelen om de Amsterdamse bevolking van voldoende vis te kunnen blijven voorzien. Dit document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Edward John Voûte was van 1941 tot 1945 de (door de bezetter benoemde) burgemeester van Amsterdam. De tekst illustreert de constante strijd om voedselvoorraden en de schaarste die ontstond door zowel oorlogsvoering als de opeisingen door de Duitse bezetter ("Duitsche Weermacht"). Vis was een cruciale eiwitbron in een tijd waarin vlees en andere producten schaars en zwaar gerantsoeneerd waren. De rivaliteit en logistieke problemen tussen de grote steden over de toewijzing van schaarse goederen was een terugkerend thema in de correspondentie van die tijd.