Archief 745
Inventaris 745-427
Pagina 497
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Brief / Ambtelijk schrijven (doorslag/kopie).

13 mei 1944 (verzonden 15 mei 1944, zie handgeschreven notitie). Van: Niet expliciet genoemd, maar uit de tekst blijkt dat dit geschreven is door de ambtenaren/directie verantwoordelijk voor de voedselvoorziening in Amsterdam ("de ondergetekenden").

Origineel

Brief / Ambtelijk schrijven (doorslag/kopie). 13 mei 1944 (verzonden 15 mei 1944, zie handgeschreven notitie). Niet expliciet genoemd, maar uit de tekst blijkt dat dit geschreven is door de ambtenaren/directie verantwoordelijk voor de voedselvoorziening in Amsterdam ("de ondergetekenden"). [Handgeschreven, bovenzijde:] Verzonden 15/5
[Handgeschreven, rechtsboven:] ter b.v. b. d. [...]
[Handgeschreven, midden boven, in cirkel:] ( 1 copy [...] )

46a/41/6M.
VD/SV.

13 Mei 1944.

Vischaanvoer.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
==========

Hiermede hebben de ondergetekenden de eer voor het volgende Uw aandacht te vragen.
Zoodals U weet wordt sedert 25 Maart jl. te Amsterdam zeer veel zeevisch uit Scheveningen aangevoerd; in een bepaalde week bedroeg het aanvoer cijfer zelf ruim 100.000 k.g. In verband hiermede is het aantal verkoopplaatsen met 6 uitgebreid, er werd een mobile colonne geformeerd en er werd nieuw personeel aangesteld. Deze gunstige toestand is alweer in het onzekere komen te verkeeren door maatregelen, welke buiten ons om te Den Haag zijn getroffen en welke ons een dezer dagen door den Directeur van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten als besluit werden medegedeeld.

In opdracht van de Duitsche Autoriteiten is een gedeelte van de vloot van Scheveningen (25 schepen) overgeplaatst naar IJmuiden; als motief wordt opgegeven, dat het te Scheveningen te druk werd. Tegelijkertijd is door het Bedrijfschap het percentage van den aanvoer te Scheveningen, bestemd voor Amsterdam, verlaagd van 30 op 15%. Deze maatregelen hebben voor Amsterdam de onderstaande gevolgen.

Door het overplaatsen van 25 visschersvaartuigen wordt de aanvoer te Scheveningen naar schatting 30% lager. Van de overblijvende 70% krijgt Den Haag 70%, Rotterdam 15% en Amsterdam 15%. Dit beteekent, dat Den Haag op haar oude percentage van 50% blijft namelijk 70% van 70% = 49%; Rotterdam wordt ± 10% (15% van 70%); dit was 20% en Amsterdam wordt ± 10% (15% van 70%); dit was 30%. In kg. uitgedrukt beteekent het bovenstaande het volgende:

Op 10 Mei jl. ontvingen wij 81 kisten à 40 kg. = 3240 kg.
Op 11 Mei jl. 101 kisten à 40 kg. = 4040 kg.

Als het oude percentage was gehandhaafd dan hadden wij ontvangen:
162 kisten = 6480 kg.
en 202 kisten = 8080 kg.

Den Haag ontving echter:
Op 10 Mei: ± 350 kisten à 40 kg. = 14000 kg.
Op 11 Mei: ± 480 kisten à 40 kg. = 19200 kg.

IJmuiden heeft de laatste dagen vrijwel niet aangevoerd. * Kernproblematiek: De brief kaart een drastische vermindering van de visaanvoer naar Amsterdam aan. Door besluitvorming van de Duitse bezetter en het Bedrijfschap voor Visscherijproducten is de toewijzing voor Amsterdam gehalveerd (van 30% naar 15% van het Scheveningse totaal), terwijl het totale aanbod ook nog eens slinkt door de verplaatsing van schepen naar IJmuiden.
* Logistieke gevolgen: Amsterdam had net geïnvesteerd in de distributie (6 extra verkooppunten, een 'mobiele colonne' en extra personeel) op basis van de eerdere hoge aanvoercijfers (100.000 kg per week). Deze investeringen dreigen nu nutteloos te worden.
* Ongelijkheid: De schrijvers wijzen op de scheve verhouding met Den Haag. Terwijl Amsterdam en Rotterdam hun aandeel zien kelderen, behoudt Den Haag nagenoeg haar volledige volume (circa 49-50% van het oorspronkelijke totaal).
* Kwanteitsgegevens: De brief bevat specifieke data (10 en 11 mei 1944) waarbij de werkelijke vangst (ca. 3000-4000 kg) wordt afgezet tegen wat Amsterdam had moeten krijgen (ca. 6000-8000 kg) en wat Den Haag daadwerkelijk ontving (14.000-19.000 kg). Dit document stamt uit mei 1944, een kritieke fase in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De voedselvoorziening werd steeds problematischer. De visserij was streng gereguleerd door de bezetter; veel kustgebieden waren Sperrgebiet vanwege de aanleg van de Atlantic Wall.

Het "Bedrijfschap voor Visscherijproducten" was een zogeheten ordeningsoptiek onder toezicht van de Duitsers, bedoeld om de productie en distributie volledig te controleren. De verplaatsing van de vloot van Scheveningen naar IJmuiden onder het mom van "te druk" was vaak een strategische of militaire beslissing van de Duitse Kriegsmarine of de Organisation Todt.

De brief illustreert de constante strijd van lokale Nederlandse overheden om voldoende rantsoenen te bemachtigen voor hun burgers tegenover de willekeur en het centralisme van de bezettingsmacht en haar instituten. Slechts enkele maanden na deze brief zou de situatie in de West-Nederlandse steden volledig escaleren tijdens de beruchte Hongerwinter (1944-1945).

Samenvatting

  • Kernproblematiek: De brief kaart een drastische vermindering van de visaanvoer naar Amsterdam aan. Door besluitvorming van de Duitse bezetter en het Bedrijfschap voor Visscherijproducten is de toewijzing voor Amsterdam gehalveerd (van 30% naar 15% van het Scheveningse totaal), terwijl het totale aanbod ook nog eens slinkt door de verplaatsing van schepen naar IJmuiden.
  • Logistieke gevolgen: Amsterdam had net geïnvesteerd in de distributie (6 extra verkooppunten, een 'mobiele colonne' en extra personeel) op basis van de eerdere hoge aanvoercijfers (100.000 kg per week). Deze investeringen dreigen nu nutteloos te worden.
  • Ongelijkheid: De schrijvers wijzen op de scheve verhouding met Den Haag. Terwijl Amsterdam en Rotterdam hun aandeel zien kelderen, behoudt Den Haag nagenoeg haar volledige volume (circa 49-50% van het oorspronkelijke totaal).
  • Kwanteitsgegevens: De brief bevat specifieke data (10 en 11 mei 1944) waarbij de werkelijke vangst (ca. 3000-4000 kg) wordt afgezet tegen wat Amsterdam had moeten krijgen (ca. 6000-8000 kg) en wat Den Haag daadwerkelijk ontving (14.000-19.000 kg).

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1944, een kritieke fase in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De voedselvoorziening werd steeds problematischer. De visserij was streng gereguleerd door de bezetter; veel kustgebieden waren Sperrgebiet vanwege de aanleg van de Atlantic Wall.

Het "Bedrijfschap voor Visscherijproducten" was een zogeheten ordeningsoptiek onder toezicht van de Duitsers, bedoeld om de productie en distributie volledig te controleren. De verplaatsing van de vloot van Scheveningen naar IJmuiden onder het mom van "te druk" was vaak een strategische of militaire beslissing van de Duitse Kriegsmarine of de Organisation Todt.

De brief illustreert de constante strijd van lokale Nederlandse overheden om voldoende rantsoenen te bemachtigen voor hun burgers tegenover de willekeur en het centralisme van de bezettingsmacht en haar instituten. Slechts enkele maanden na deze brief zou de situatie in de West-Nederlandse steden volledig escaleren tijdens de beruchte Hongerwinter (1944-1945).

Kooplieden in dit dossier 100

A. den Heyer Rijnsb.7 Rijnsb.7
A.den Heyer Rijnsb.7 Rijnsb.7
A.den Heyer Rijnsb.7 Rijnsb.7
A.F. Kitz 35221
A.F. Kitz 35221
A.F. Kitz 35221
A. Spanjaard 133.34 ✓
A. v.d. Mekke 233.34
C. de Jong 84040
C. de Jong 84040
C. de Jong 84040
C. de Mooij 100 – ✓
C. Kooy 8457 2
C. Kooy 84572
C. Kooy 84572
C. Kooy 84572
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3