Concept-brief (Typoscript met handgeschreven correcties en annotaties).
Origineel
Concept-brief (Typoscript met handgeschreven correcties en annotaties). Mei 1944 (specifieke dagen in de tekst genoemd: 10 en 11 mei 1944). [Linksboven:]
CONCEPT.
No. 450 L.M. -1944-
[Midden:]
O. Vischaanvoer
[Rechtsboven:]
Amsterdam, Mei 1944.
[Midden:]
Aan den Directeur-Generaal voor de Voedselvoorziening te ’s-GRAVENHAGE.
[Tekst:]
~~Ik vraag hierbij gaarne~~ [Handgeschreven boven regel:] Hiermede verzoek ik Uw aandacht voor ~~het volgende.~~ [Handgeschreven boven regel:] deze aangelegenheid.
Sedert 25 Maart j.l. wordt, dank zij de medewerking van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten hier ter stede in ruimere mate zeevisch uit Scheveningen aangevoerd; in een der afgeloopen weken bedroeg het aanvoercijfer zelfs ruim 100.000 kg.
Ten einde een grooter deel van de bevolking hiervan te laten profiteeren, is het aantal openbare verkoopplaatsen met zes uitgebreid (het aantal bedraagt thans 16). Bovendien werd een z.g. "mobile colonne" van vischverkoopers geformeerd, die straatsgewijze de visch onder toezicht van ambtenaren bij het Marktwezen verkoopt.
Ik behoef U, die uiteraard geheel bekend zijt met de moeilijke omstandigheden, waaronder de bevolking hier ter stede ten opzichte van de voedselvoorziening verkeert, niet te verzekeren, hoe zeer deze ruimere aanvoer van visch moet worden toegejuicht.
Deze gunstige toestand is thans ernstig in gevaar gebracht door de maatregelen, die onlangs te 's-Gravenhage zijn getroffen en dezer dagen aan den Directeur van het Marktwezen door den Directeur van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten als besluit werden medegedeeld, zonder dat mij de gelegenheid is gegeven ter zake van advies te dienen. Wat is n.l. het geval. Tengevolge van het op last van de Duitsche autoriteiten overbrengen van een deel der Scheveningsche visschersvloot naar IJmuiden, heeft het Bedrijfschap het percentage van den aanvoer te Scheveningen, dat bestemd is voor Amsterdam, met niet minder dan 15% verlaagd, n.l. van 30% op 15%.
Door de overplaatsing van 25 visschersvaartuigen wordt de aanvoer te Scheveningen naar schatting 30% lager. Van de overblijvende 70% ontvangt den Haag 70%, Rotterdam en Amsterdam beiden 15%. Dit beteekent, dat 's-Gravenhage op haar oude percentage van 50% blijft (70% van 70% = 49%). Rotterdam wordt ± 10% (15% van 70%) dit was 20% en Amsterdam wordt thans ± 10% (15% van 70%) dit was 30%.
In kg beteekent dit het volgende:
de aanvoer alhier bedroeg op 10 Mei 1944 : 81 kisten à 40 kg = 3240 kg.
de aanvoer alhier bedroeg op 11 Mei 1944 : 101 [idems] = 4040 kg.
Indien het oude percentage was gehandhaafd dan had Amsterdam ontvangen
op 10 Mei: 162 kisten = 6480 kg
op 11 Mei: 202 " = 8080 "
dus het dubbele aantal kg.
De gemeente den Haag echter ontving op
10 Mei ± 350 kisten à 40 kg = ± 14.000 kg
11 Mei ± 480 " " " = ± 19.200 "
IJmuiden heeft de laatste dagen vrijwel niet aangevoerd.
Uiteraard zal Amsterdam, nu een gedeelte van de Scheveningsche vloot op IJmuiden gaat visschen, meer visch dan gewoonlijk uit die plaats ontvangen, doch deze ontvangst zal zeker het verlies van Scheveningen niet vergoeden. In IJmuiden gaat n.l. eerst 1/3 gedeelte van den aanvoer voor de Duitsche Weermacht af; in Scheveningen daarentegen niets. Bovendien ontvangt Amsterdam van den IJmuider aanvoer gemiddeld niet meer dan ± 10%.
[Handgeschreven toevoeging onderaan:]
Hoewel IJmuiden de laatste dagen weer heeft aangevoerd is verre van bereikbaar om de gevolgen van de te Scheveningen getroffen maatregel te compenseren.
[onleesbaar krabbel] maar compensatie.
[Rechtsonder handgeschreven aantekening:]
Dir. heeft hiervoor getelefoneerd met Ir. Deijssel. Vond bijv.
--- * Kern van het conflict: De brief is een formeel protest tegen de herverdeling van de visquota. Door de verplaatsing van een deel van de vloot van Scheveningen naar IJmuiden (op last van de Duitsers) is het percentage vis dat voor Amsterdam bestemd is gehalveerd van 30% naar 15%.
* Benadeling van Amsterdam: De schrijver toont met harde cijfers aan dat Amsterdam onevenredig hard wordt getroffen ten opzichte van Den Haag. Terwijl Amsterdam 50% van zijn aanvoer verliest, blijft de toevoer naar Den Haag nagenoeg gelijk (van 50% naar 49%).
* Strategisch belang van de locatie: De schrijver voert een cruciaal argument aan over IJmuiden: daar wordt 1/3 van de vangst direct opgeëist door de Deutsche Weermacht, terwijl de aanvoer in Scheveningen (vooralsnog) volledig voor de civiele markt is. De verschuiving van de vloot naar IJmuiden betekent dus een netto verlies voor de Nederlandse voedselvoorziening.
* Innovatie in distributie: Er wordt melding gemaakt van een "mobile colonne" en de uitbreiding van verkooppunten (van 10 naar 16) in Amsterdam om de vis snel bij de hongerende bevolking te krijgen.
--- Dit document stamt uit mei 1944, de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, vlak voor de invasie in Normandië en de daaropvolgende Spoorwegstaking en Hongerwinter.
- Voedseldistributie: Vis was een van de weinige eiwitbronnen die nog enigszins beschikbaar waren, aangezien vlees uiterst schaars en zwaar gerationeerd was. De strijd om de visquota was dus een strijd om de volksgezondheid.
- Duitse inmenging: De verplaatsing van de vloot naar IJmuiden was waarschijnlijk ingegeven door de bouw van de Atlantikwall en de beperkingen die de Kriegsmarine oplegde aan de visserij vanuit Scheveningen, die te dicht bij de verdedigingswerken lag.
- Bestuurlijke spanningen: De brief getuigt van de spanning tussen lokale overheden (Amsterdam) en de centrale distributieorganen in Den Haag, waarbij de hoofdstad zich achtergesteld voelde. Het feit dat het een "Concept" is met veel correcties, wijst op de gevoeligheid van de formulering richting de hogere autoriteiten.