Officiële brief.
Origineel
Officiële brief. 22 maart 1944. Bedrijfschap voor Visscherijproducten, 's-Gravenhage. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. 903
BEDRIJFSCHAP VOOR VISSCHERIJPRODUCTEN
Afdeeling: Verd.
Betreffende: zeevisch
's-Gravenhage, 22 Maart 1944.
Bij antwoord vermelden: 6677 V/vZe
Den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM.
[Stempel paars:] No = 46A/41/2
[Stempel grijs:] M. 1944 23/3
[Handgeschreven aantekeningen en paraaf in potlood/pen]
In verband met het stopzetten der visscherij met de groote vaartuigen is de aanvoer te IJmuiden tot het minimale teruggeloopen.
Met het oog hierop hebben wij den groothandel te Scheveningen opdracht gegeven 20% van de te Scheveningen aangevoerde zeevisch aan Uw afslag door te leveren.
Deze opdracht geldt met ingang van 20 dezer en is als overgangsmaatregel bedoeld.
Binnenkort zal dezerzijds een nadere regeling inzake de verdeeling der te Scheveningen aangevoerde visch worden getroffen.
Voor zoover noodig zullen wij te zijner tijd op dezen brief terugkomen.
BEDRIJFSCHAP VOOR VISSCHERIJPRODUCTEN,
[Handtekening: onleesbaar]
Secretaris
Gr.
2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage — Postgirorekening 351833 — Telegram-adres: BEVIPRO
Telefoon 720080 en 772162, Intercomm. XX. Voor afdeeling Distributie 722641
40305-10000-1-'44 V.V.O. 6698 K 2435 Deze brief is een administratief bevel van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen (gevestigd aan de Jan van Galenstraat, de Centrale Markthallen). De kern van de boodschap is een gedwongen herverdeling van schaarse middelen. Omdat de visserij met grote schepen is gestaakt, waarschijnlijk door de oorlogsomstandigheden en mijnengevaar, is de aanvoer in de haven van IJmuiden nagenoeg stilgevallen.
Om de visvoorziening in Amsterdam op peil te houden, wordt de groothandel in Scheveningen verplicht om 20% van hun aanvoer direct door te sluizen naar de Amsterdamse afslag. Dit wordt gepresenteerd als een tijdelijke "overgangsmaatregel" in afwachting van een definitievere distributieregeling. Het document dateert uit maart 1944, de late fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De visserij was in deze periode uiterst riskant en zwaar gereguleerd door de Duitse bezetter. Grote delen van de Noordzee waren verboden gebied of bezaaid met zeemijnen.
Het "Bedrijfschap voor Visscherijproducten" was een orgaan binnen de nationaalsocialistische ordening van het bedrijfsleven (het zogeheten 'organisatiewezen'). Via dergelijke bedrijfschappen hield de overheid (onder toezicht van de bezetter) strakke controle op de productie, prijsvorming en distributie van voedsel om de schaarste te beheersen. De brief illustreert de centrale regie over de voedselvoorziening die nodig was om de bevolking in de grote steden, zoals Amsterdam, van de minimale rantsoenen te voorzien.