Zakelijke brief (verzoekschrift)
Origineel
Zakelijke brief (verzoekschrift) 11 januari 1944 „De Fijnvischhandel” (P.A.A.T. Hoffman), Overtoom 118, Amsterdam-W. Weledelgestrenge Heer Sixma, Marktwezen, alhier (Amsterdam). [Briefhoofd]
„DE FIJNVISCHHANDEL”
TELEFOON 85862
AMSTERDAM-W., 11/1 '44
OVERTOOM 118
[Stempels linksboven]
Nº 46A/10/1
M. 1944 Nº
[Adressering]
Weled. Heer Sixma
Marktwezen
Alhier.
[Inhoud brief]
Door deze bericht ondergeteekende
u, dat zijn loopjongen per 6 Jan. l.l.
naar den Arbeidsdienst is vertrokken.
Tot heden mocht ik er nog niet in
slagen een jongen aan te nemen,
reden waarom ik U beleefd verzoek
toestemming te willen verleenen,
om den Heer Redeker, vischhandelaar,
Bilderdijkstr 202 alhier te machtigen,
voor mij de toegewezen versche visch
in ontvangst te nemen.
Gaarne ten spoedigste eene
gunstige beschikking van u
tegemoet ziende,
teeken ik hoogachtend,
[Handtekening]
P. A. A. T. Hoffman.
[Kanttekening linksonder in ander handschrift]
In verband met mit ev. [eventuele] inwilliging
en het verzoek voortvloeiende
consequentiën, geef ik u
in overweging het verzoek af
te wijzen.
22/-1-'44
deBoer
[Aantekening rechtsonder in blauw/rood potlood en inkt]
46A/10/1 a
N. a. v. Uw brief
dd. 11 dezer deel
ik U mede, dat aan
Uw verzoek, i.v.m. de
consequentiën,
niet kan worden voldaan.
sh [Paraaf]
K 299 Deze brief illustreert de dagelijkse worstelingen van kleine ondernemers in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting in januari 1944. De eigenaar van "De Fijnvischhandel" kampt met een acuut personeelstekort omdat zijn loopjongen is vertrokken naar de Arbeidsdienst (de Nederlandsche Arbeidsdienst, NAD). De NAD werd tijdens de oorlog gebruikt als een vorm van dienstplicht waarbij jonge mannen werden ingezet voor civiel werk, vaak als voorstadium voor de gedwongen tewerkstelling in Duitsland (Arbeidseinsatz).
Vanwege dit tekort vraagt Hoffman toestemming om een collega-visboer (de heer Redeker uit de Bilderdijkstraat) te machtigen zijn visallocatie op te halen. Omdat vis en andere levensmiddelen streng gerantsoeneerd waren en de distributie door het Marktwezen (de gemeentelijke instantie) nauwlettend werd gecontroleerd, mocht men niet zomaar voor elkaar goederen ophalen.
De bureaucratische afhandeling in de marge is veelzeggend: een ambtenaar (De Boer) adviseert het verzoek af te wijzen vanwege "consequentiën" (waarschijnlijk uit vrees voor het scheppen van een precedent). De definitieve beslissing rechtsonder bevestigt deze afwijzing: het verzoek wordt niet ingewilligd. * Tijdsperiode: Januari 1944, de late fase van de Tweede Wereldoorlog waarin de druk op de Nederlandse arbeidsmarkt en de schaarste aan goederen hun hoogtepunt bereikten.
* Locatie: Amsterdam-West (Overtoom/Bilderdijkstraat).
* Instellingen: Het Marktwezen was cruciaal voor de voedselvoorziening in de stad. De strikte handhaving van regels rondom distributie was bedoeld om fraude en zwarte handel tegen te gaan, maar leidde in gevallen zoals dit tot grote onpraktische situaties voor ondernemers.
* Arbeidsdienst: De vermelding van de loopjongen die naar de Arbeidsdienst vertrekt, toont hoe de bezettingsmaatregelen direct ingrepen in de bedrijfsvoering van lokale winkeliers.