Handgeschreven verzoekschrift / brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief. 18 januari 1944 (rechtsboven vermeld). [Stempel:] Nº = 46 A / 10 / 2
[Stempel:] M. 1944
[Rechtsboven handgeschreven:] 18 - 1 - 1944 / 20/1 / 726 / 21-1-44 / n.v.d.h.
Wel Edel Heer
Beleefd vraag ik u mijn verzoek in te
willigen. Daar ondergetekende P.A. Huijsman
en G. Jansen al jaren gezamelijk in compaonschap
zaken doen, en tevens een winkel hebben in visch
anno andere bij paste artikelen. Maar daar door
is in de commissie twee toewijzingen op een
zaak niet toelaatbaar meer was, een van ons
bijde naar de markt moest. Daar ik P.A. Huijsman
de jongste was, zodoende ben ik naar de markt
gegaan. maar daar hebben wij natuurlijk niets
op tegen. alleen worden wij financieel gedupeerd
om dat wij alle twee tegelijk op de markt moeten
wezen om ons toewijzing persoonlijk in onvangst
te neemen en zodoende de winkel meestal
’s morgens en ’s middags gesloten is en onze verkoop
van onze bij artikelen stilstaan. Nu vragen
wij u Wel Edel Heer om zakelijke reden
van de zuiverste aard om een vergunning of een
mondelingse toezeggen dat mijn Compaon G. Jansen
mijn toewijzing in onvangst mag neemen. Daar
ik P.A. Huijsman heelemaal in de winkel ben inge-
steld. Hopende dat u ons verzoek niet zult af-
wijzen teekenen wij met de meeste Hoogachting
adres P.A. Huijsman
binnen kant G. Jansen De brief is een formeel verzoek van twee vennoten (Huijsman en Jansen) die een vishandel drijven. De kern van het probleem is bureaucreatie: omdat zij als één zaak worden gezien, staat de "commissie" (waarschijnlijk een distributie- of marktcommissie) niet toe dat zij twee afzonderlijke toewijzingen van goederen ontvangen zonder dat beide personen fysiek aanwezig zijn.
Huijsman, de jongste van de twee, is degene die normaal gesproken de markt bezoekt. Echter, omdat de regels vereisen dat zij beiden hun toewijzing persoonlijk in ontvangst nemen, moeten zij tegelijkertijd naar de markt. Hierdoor moet hun winkel in de tussentijd sluiten, wat leidt tot financieel verlies ("gedupeerd"). De schrijvers verzoeken om een uitzondering (een vergunning of mondelinge toezegging) zodat Jansen de toewijzing van Huijsman mag ophalen, waardoor de winkel open kan blijven.
Het taalgebruik is nederig maar dringend ("Beleefd vraag ik u", "Hoogachting"), typerend voor correspondentie met de overheid in die tijd. Het document dateert uit januari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van extreme schaarste en een streng distributiesysteem.
- Distributie en Toewijzingen: "Toewijzingen" verwijzen naar de rantsoenering van goederen. Voor winkeliers was het essentieel om deze officiële toewijzingen te krijgen om überhaupt handel te kunnen drijven. De overheid (vaak onder toezicht van de bezetter) controleerde de goederenstroom strikt om zwarte handel te voorkomen.
- Bureaucratie: De eis dat men persoonlijk aanwezig moest zijn voor de "onvangst" (ontvangst) was een controlemaatregel.
- Economische overleving: Voor kleine ondernemers was de balans tussen het ophalen van schaarse voorraden en het openhouden van de winkel cruciaal voor hun voortbestaan. De brief illustreert hoe de rigide oorlogsregels de dagelijkse bedrijfsvoering bemoeilijkten.
- Administratie: De vele stempels en codes bovenin de brief tonen de uitgebreide bureaucratische molen waarin dergelijke eenvoudige verzoeken terechtkwamen. De afkorting "n.v.d.h." in rood potlood zou kunnen staan voor "naar van de heer..." of een vergelijkbare administratieve routering. G. Jansen P.A. Huijsman Marktcommissie