Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 5 juni 1943 (verzonden op 7 juni 1943 blijkens handgeschreven aantekening). De Directeur (vermoedelijk van een distributie-instantie of visserijautoriteit). Den Heer Directeur van de "Imex", IJmuiden. [Handgeschreven in blauwe inkt bovenaan:]
Verzonden 7/6 [onleesbare paraaf]
[Getypte tekst:]
46b/16/20 M. VD/SV
1
5 Juni 1943.
Den Heer Directeur van de "Imex"
Postbus 8,
<u>Y m u i d e n</u> (NH)
===========
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 6 Mei jl.
ref 2/Ro/116 deel ik U mede, dat ik thans van het Ge-
meente-bestuur bericht heb ontvangen, dat aan Uw verzoek
om de vischtoewijzing van J. Savelberg op Uw firma over
te schrijven, niet kan worden voldaan. Het vestigen van
een vischconcern te dezer stede wordt ongewenscht geacht,
zoodat U zich dient te beperken tot de 7 Joodsche zaken.
Het is onjuist, dat de vischtoewijzingen aan een bepaalde
wijk zijn gebonden.
De gezegelde verklaring van J. Savelberg zend
ik hierbij terug.
De Directeur, * **Kernboodschap:** De brief is een afwijzing van een verzoek om een visvergunning of visallocatie ("vischtoewijzing") van een zekere J. Savelberg over te dragen naar de firma "Imex".
- Argumentatie: Het gemeentebestuur weigert de overdracht omdat zij de vorming van een "vischconcern" (monopolievorming of concentratie van economische macht) ongewenst vindt.
- Opvallend detail: De ontvanger krijgt de expliciete instructie zich te "beperken tot de 7 Joodsche zaken". Dit duidt op een gesegregeerde distributieketen waarbij Imex blijkbaar specifiek belast was met of beperkt werd tot de levering aan of het beheer van Joodse ondernemingen.
- Formele elementen: De brief hanteert de toen gebruikelijke archaïsche spelling ("vischtoewijzing", "zoodat", "ongewenscht"). De naam IJmuiden is gespatieerd en dubbel onderstreept getypt ter benadrukking van de bestemming. Dit document stamt uit juni 1943, een kritieke fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het distributiestelsel (voedselbonnen en toewijzingen) volledig onder controle van de bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucreatie.
De vermelding van de "7 Joodsche zaken" is historisch significant. In 1943 waren de meeste Joodse ondernemingen reeds onder toezicht gesteld van "Verwalters" (bewindvoerders) of geliquideerd als onderdeel van de economische uitsluiting van Joden. Deze brief suggereert dat "Imex" mogelijk fungeerde als een tussenpersoon of beheerder voor de resterende Joodse vishandelaren, of dat er een specifiek quotum was vastgesteld voor de Joodse bevolking die op dat moment nog niet was gedeporteerd (hoewel de grote deportaties uit de provincie toen al in volle gang waren). De weigering om uit te breiden buiten deze "Joodsche zaken" past in het beleid van de bezetter om Joodse economische activiteiten strikt te isoleren van de rest van de markt. J. Savelberg