Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 515
Dossier 90
Jaar 1944
Stadsarchief

Brief op officieel briefpapier.

2 mei 1944. Van: Hendrik en Maria Stichting (J. Arnoldi, secretaris-penningmeester). Aan: De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Brief op officieel briefpapier. 2 mei 1944. Hendrik en Maria Stichting (J. Arnoldi, secretaris-penningmeester). De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Briefhoofd:]
HENDRIK EN MARIA STICHTING
BINNENKANT 19-20

POST GIRO: NO. 188213
TEN NAME J. ARNOLDI, SECR. PENN.

AMSTERDAM, 2 Mei 1944.
SECRETARIAAT: FREDERIKSPLEIN 36
TELEFOON 33101

[Stempels linksboven:]
466/67/1
M. 1944 7/5 [handgeschreven toevoeging]

[Adresing:]
Den Heer Directeur
van het Marktwezen
te A M S T E R D A M
Jan van Galenstraat 14

[Handgeschreven aantekening rechtsonder adres:]
vid. afwijzen [?]
466/67/2

[Inhoud:]
Weledelgestrenge Heer,

Op verzoek van den Heer Hoving, vischhandelaar, alhier, Koestraat 36, deel ik U mede, dat de Hendrik & Maria Stichting eene inrichting van Weldadigheid is, waarin dames worden opgenomen van den Protestantschen Godsdienst, die niet geheel in eigen onderhoud kunnen voorzien.
Er is plaats voor 13 dames; alle kamers zijn bezet. Bovendien is het personeel 5 man sterk.

Hoogachtend,
[Handtekening:]
Arnoldi

[Handgeschreven rechtsonder:]
46 A. In deze brief verklaart de secretaris van de 'Hendrik en Maria Stichting' de aard van hun organisatie aan de Directeur van het Marktwezen. De brief is geschreven op verzoek van een zekere heer Hoving, een visboer uit de Koestraat. De stichting omschrijft zichzelf als een "inrichting van Weldadigheid" die onderdak biedt aan dertien protestantse dames die niet volledig in hun eigen onderhoud kunnen voorzien.

De reden voor deze verklaring wordt niet expliciet genoemd, maar het feit dat een visboer hierom heeft gevraagd en dat de brief is gericht aan de directeur van het Marktwezen, suggereert dat het gaat over de toewijzing van voedsel of rantsoenen (in dit geval vis) voor de bewoners en het personeel van de stichting. De handgeschreven notitie "vid. afwijzen" (zie afwijzen) rechtsboven suggereert dat het verzoek door de ontvanger negatief is beoordeeld. De brief dateert van mei 1944, een periode van extreme schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Instellingen zoals de Hendrik en Maria Stichting (een hofje/rusthuis aan de Binnenkant in Amsterdam) waren voor hun voedselvoorziening afhankelijk van officiële toewijzingen en rantsoenering.

De tussenkomst van een lokale handelaar (Hoving) was waarschijnlijk bedoeld om de noodzaak van extra leveranties voor deze specifieke doelgroep (bejaarde protestantse dames) te onderbouwen bij de instantie die over de marktverdeling ging. De droge vermelding van het aantal bewoners en personeelsleden diende als bewijsvoering voor de benodigde hoeveelheden. J. Arnoldi Marktwezen

Samenvatting

In deze brief verklaart de secretaris van de 'Hendrik en Maria Stichting' de aard van hun organisatie aan de Directeur van het Marktwezen. De brief is geschreven op verzoek van een zekere heer Hoving, een visboer uit de Koestraat. De stichting omschrijft zichzelf als een "inrichting van Weldadigheid" die onderdak biedt aan dertien protestantse dames die niet volledig in hun eigen onderhoud kunnen voorzien.

De reden voor deze verklaring wordt niet expliciet genoemd, maar het feit dat een visboer hierom heeft gevraagd en dat de brief is gericht aan de directeur van het Marktwezen, suggereert dat het gaat over de toewijzing van voedsel of rantsoenen (in dit geval vis) voor de bewoners en het personeel van de stichting. De handgeschreven notitie "vid. afwijzen" (zie afwijzen) rechtsboven suggereert dat het verzoek door de ontvanger negatief is beoordeeld.

Historische Context

De brief dateert van mei 1944, een periode van extreme schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Instellingen zoals de Hendrik en Maria Stichting (een hofje/rusthuis aan de Binnenkant in Amsterdam) waren voor hun voedselvoorziening afhankelijk van officiële toewijzingen en rantsoenering.

De tussenkomst van een lokale handelaar (Hoving) was waarschijnlijk bedoeld om de noodzaak van extra leveranties voor deze specifieke doelgroep (bejaarde protestantse dames) te onderbouwen bij de instantie die over de marktverdeling ging. De droge vermelding van het aantal bewoners en personeelsleden diende als bewijsvoering voor de benodigde hoeveelheden.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

Olie & Techniek: Machine Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6