Archief 745
Inventaris 745-288
Pagina 9
Dossier 68
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief / intern memorandum.

4 mei 1939 (verzonden op 6 mei 1939, blijkens handgeschreven aantekening). Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, te Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Ambtelijke brief / intern memorandum. 4 mei 1939 (verzonden op 6 mei 1939, blijkens handgeschreven aantekening). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, te Amsterdam ("Alhier"). 37/97/2 M
n 2

Verzonden 6/5

4 Mei 1939.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

In bylage dezes heb ik de eer U een contract in duplo te doen geworden ten name van B.van Dyk te Amsterdam, betreffende huur van pakhuisafdeeling no.C 15 op de Centrale Markt, voor den opslag van goederen (vide besluit van Bur- gemeester en Wethouders d.d. 7 April 1939, No.97 L.M.1939).

Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit contract door den heer Burgemeester te willen bevorde- ren en my het daarna te doen terugzenden; dezerzyds kan dan voor registratie worden zorggedragen.

De Directeur, Dit document is een formele ambtelijke brief uit de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de Centrale Markt zelf) verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om medewerking bij de afronding van een huurovereenkomst.

De kernpunten van de brief zijn:
* Huurder: Een zeker B. van Dyk uit Amsterdam.
* Object: Pakhuisafdeling no. C 15 op de Centrale Markt.
* Doel: Opslag van goederen.
* Procedure: Het contract is reeds goedgekeurd door een besluit van Burgemeester en Wethouders op 7 april 1939. Nu moet de Burgemeester het contract nog fysiek ondertekenen. De wethouder wordt gevraagd dit proces te bespoedigen ("bevorderen") en het getekende stuk terug te sturen voor de definitieve registratie.

De taal is uiterst hoffelijk en typisch voor die tijd ("heb ik de eer U", "moge U beleefd verzoeken"). De spelling hanteert nog de 'y' in plaats van 'ij' in eigennamen en sommige woorden (Dyk, my), wat destijds gebruikelijk was in ambtelijke correspondentie. De brief is gedateerd op 4 mei 1939, precies één jaar voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel de inhoud strikt administratief en routineus oogt — het huren van een opslagruimte — bevindt de context zich in een roerige tijd.

De Centrale Markthal in Amsterdam-West was in 1934 geopend als het kloppende hart van de voedseldistributie in de stad. Het was een modern complex waar handelaren hun waren opsloegen en verhandelden. De functie van de Wethouder voor de Levensmiddelen was in vredestijd belangrijk voor de marktordening, maar zou na de bezetting in mei 1940 een cruciale en beladen rol krijgen in het kader van de voedselvoorziening en distributie (bonkaartenstelsel) tijdens de oorlogsjaren.

Dit document biedt een inkijkje in de normale bureaucratische gang van zaken in een stad die zich op dat moment nog niet bewust was van de volledige omvang van de naderende bezetting, hoewel de mobilisatie en de dreiging van oorlog op de achtergrond al wel aanwezig waren.

Samenvatting

Dit document is een formele ambtelijke brief uit de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de Centrale Markt zelf) verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om medewerking bij de afronding van een huurovereenkomst.

De kernpunten van de brief zijn:
* Huurder: Een zeker B. van Dyk uit Amsterdam.
* Object: Pakhuisafdeling no. C 15 op de Centrale Markt.
* Doel: Opslag van goederen.
* Procedure: Het contract is reeds goedgekeurd door een besluit van Burgemeester en Wethouders op 7 april 1939. Nu moet de Burgemeester het contract nog fysiek ondertekenen. De wethouder wordt gevraagd dit proces te bespoedigen ("bevorderen") en het getekende stuk terug te sturen voor de definitieve registratie.

De taal is uiterst hoffelijk en typisch voor die tijd ("heb ik de eer U", "moge U beleefd verzoeken"). De spelling hanteert nog de 'y' in plaats van 'ij' in eigennamen en sommige woorden (Dyk, my), wat destijds gebruikelijk was in ambtelijke correspondentie.

Historische Context

De brief is gedateerd op 4 mei 1939, precies één jaar voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel de inhoud strikt administratief en routineus oogt — het huren van een opslagruimte — bevindt de context zich in een roerige tijd.

De Centrale Markthal in Amsterdam-West was in 1934 geopend als het kloppende hart van de voedseldistributie in de stad. Het was een modern complex waar handelaren hun waren opsloegen en verhandelden. De functie van de Wethouder voor de Levensmiddelen was in vredestijd belangrijk voor de marktordening, maar zou na de bezetting in mei 1940 een cruciale en beladen rol krijgen in het kader van de voedselvoorziening en distributie (bonkaartenstelsel) tijdens de oorlogsjaren.

Dit document biedt een inkijkje in de normale bureaucratische gang van zaken in een stad die zich op dat moment nog niet bewust was van de volledige omvang van de naderende bezetting, hoewel de mobilisatie en de dreiging van oorlog op de achtergrond al wel aanwezig waren.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Volant " "
A. Troost Azn. Open laadbak
A.v.d.Herfden Open wagen
A. v. d. Herpten Open wagen
J. Vermeyden Buiten Amsterdam
A.v.d.Mey Buiten Amsterdam
A.B. Pouw buiten A'dam
A.B. Pouw Buiten Amsterdam
L. de Rooij Buiten Amsterdam
A. Troost Azn. Open wagen
A. Troost Azn. Open wagen
B Fa. Thiet " "
C. Bras Buiten Amsterdam
C. Bras Buiten Amsterdam
C. de Mooy Buiten Amsterdam
C. Kooy Buiten Amsterdam
C. Kooy Open wagen
C. Rustenburg buiten A'dam
C. Rustenburg Buiten Amsterdam
Alle 100 kooplieden →