Officiële brief / Correspondentie van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief / Correspondentie van de Gemeente Amsterdam. 4 mei 1939. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam (ondertekend door de Burgemeester en de Secretaris). De Directeur van het Marktwezen. GEMEENTE AMSTERDAM
Nº 37/99/1 M. 1039 f (gestempeld)
AFD. Bur. G.
No. 226
BIJLAGEN 1
AMSTERDAM, 4 Mei 1939.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING
VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
[Handgeschreven aantekening/paraaf in rood: H. [Onleesbaar]]
Het raadslid Mej. Mr. N. S. Corry Tendeloo heeft, in verband met een door haar te houden lezing over "Het huishouden van Amsterdam", verzocht te willen bevorderen, dat gelegenheid tot filmen wordt verleend aan den heer Paul Wijnhoff, cineast, P. C. Hooftstraat 121, alhier. De te maken film betreft een aantal onderwerpen van gemeentelijke zorg, vermeld op den hierbij gevoegden staat en moet dienen ter illustratie van bovengenoemde lezing.
Wij verzoeken U, aan den heer Paul Wijnhoff de noodige medewerking, voor zoover dit met de belangen van den dienst in overeenstemming is te brengen, te verleenen.
v. d. B.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
[Handgeschreven handtekening: Tellegen]
de Secretaris,
[Handgeschreven handtekening: [Onleesbaar, mogelijk v. Luijn]]
Aan
den Directeur van het Marktwezen
(ten aanzien van No. 8).
Model G.A. 7
25.000-1-'39
[Rechtsonder handgeschreven cijfer: 37] Deze brief is een formele opdracht van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) aan de Directeur van het Marktwezen. Het doel is om faciliteiten te verlenen aan de cineast Paul Wijnhoff. Hij krijgt toestemming om opnamen te maken van "onderwerpen van gemeentelijke zorg" (in dit specifieke geval gericht op de afdeling Marktwezen).
De aanleiding is een lezing getiteld "Het huishouden van Amsterdam", die gehouden zal worden door het toenmalige raadslid Corry Tendeloo. De filmopnames moeten dienen als visuele ondersteuning (illustratie) bij deze lezing. De brief bevat de gebruikelijke ambtelijke voorbehouden, zoals de zinsnede dat de medewerking moet passen binnen de "belangen van den dienst".
Interessant is de vermelding van de bijlage ("den hierbij gevoegden staat"), die blijkbaar een lijst bevatte van de exacte onderwerpen of locaties die gefilmd moesten worden, hoewel deze bijlage bij dit specifieke document ontbreekt. Dit document stamt uit mei 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. Het werpt licht op de politieke en maatschappelijke activiteiten in Amsterdam in die tijd.
- Corry Tendeloo: Mej. Mr. N.S. (Corry) Tendeloo was een zeer markante figuur in de Nederlandse geschiedenis. Ze was op dat moment raadslid voor de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB). Later zou ze landelijk bekend worden als Tweede Kamerlid dat streed voor vrouwenrechten, met als hoogtepunt de motie-Tendeloo in 1955, die leidde tot de afschaffing van de handelingsonbekwaamheid van de getrouwde vrouw.
- Burgemeester Tellegen: De handtekening onder de brief is van Burgemeester Edward John Voûte's voorganger, maar gezien de datum betreft het hier waarschijnlijk de waarnemend burgemeester of een ondertekening namens de zittende burgemeester. Echter, de handtekening lijkt sterk op die van de latere verzetsburgemeester Feike de Boer of een eerdere functionaris; in 1939 was Willem de Vlugt burgemeester van Amsterdam. De handtekening "Tellegen" verwijst naar de eerdere burgemeester (1915-1921), wat suggereert dat dit document mogelijk door een specifieke secretaris of wethouder is getekend wiens naam hier op lijkt, of dat er een verwarring is in de archivering van de naamstempels.
- Visualisering van Bestuur: Het feit dat een raadslid een film laat maken om een lezing over gemeentebestuur te ondersteunen, toont aan dat men destijds al zeer bewust bezig was met moderne media (film) voor publieksvoorlichting en politieke communicatie.
- Marktwezen: De specifieke adressering aan het Marktwezen suggereert dat de markten van Amsterdam (zoals de Albert Cuyp of de Noordermarkt) een belangrijk onderdeel vormden van wat Tendeloo beschouwde als het "huishouden" van de stad.