Archief 745
Inventaris 745-288
Pagina 156
Dossier 67
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven rapportage of ambtelijke notitie.

28 juni 1939 (met een latere aftekening op 8 augustus 1939).

Origineel

Handgeschreven rapportage of ambtelijke notitie. 28 juni 1939 (met een latere aftekening op 8 augustus 1939). Alle nasporingen ten spijt heeft rapporteur
niemand kunnen vinden die den dader
heeft kunnen aanwijzen. Ook Enter heeft
nog verschillende dagen getracht om
aan het toegangshek den autobestuurder
bij het oprijden van de markt te ont-
dekken, echter zonder succes.

Amsterdam 28/6 '39
[Onleesbare handtekening]

[Linkermarge:]
Gez.

[Onderaan:]
opb 8-8-'39 arp * Inhoud: Het document betreft een korte rapportage waarin wordt geconstateerd dat een onderzoek naar een specifiek incident ("den dader") geen resultaat heeft opgeleverd. Er is geprobeerd om een autobestuurder te identificeren bij het toegangshek van een markt, vermoedelijk op het moment dat deze het terrein opreed. Ondanks observaties gedurende meerdere dagen door de rapporteur en een zekere "Enter", is dit niet gelukt.
* Terminologie:
* Rapporteur: De opsteller van het verslag, waarschijnlijk een opsporingsambtenaar of marktmeester.
* Den dader: Verwijst naar een persoon die betrokken was bij een overtreding of misdrijf.
* Gez.: Afkorting voor "Gezien", een gebruikelijke paraaf van een superieur ter goedkeuring.
* opb: Waarschijnlijk de afkorting voor "opgeborgen", wat aangeeft dat het dossier gesloten en gearchiveerd kon worden.
* Handschrift: Een verzorgd, hellend cursief handschrift dat typerend is voor de vroege 20e eeuw in Nederland. Het gebruik van de 'n'-boogjes is consistent. Het document dateert van de zomer van 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam waren de markten belangrijke knooppunten van activiteit waar streng toezicht werd gehouden. Het feit dat er gesproken wordt over een "toegangshek" en een "autobestuurder bij het oprijden van de markt" suggereert een incident op een afgesloten marktterrein (zoals de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat).

De notitie is een voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van kleine incidenten in die tijd. Hoewel het onderzoek zonder resultaat bleef, was het essentieel om formeel vast te leggen dat de nodige inspanningen waren verricht voordat een zaak "opgeborgen" (gearchiveerd) werd. De tijdspanne tussen het opstellen van de notitie (28 juni) en het definitief opbergen (8 augustus) duidt op een standaard administratieve doorlooptijd binnen de betreffende instantie.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document betreft een korte rapportage waarin wordt geconstateerd dat een onderzoek naar een specifiek incident ("den dader") geen resultaat heeft opgeleverd. Er is geprobeerd om een autobestuurder te identificeren bij het toegangshek van een markt, vermoedelijk op het moment dat deze het terrein opreed. Ondanks observaties gedurende meerdere dagen door de rapporteur en een zekere "Enter", is dit niet gelukt.
  • Terminologie:
    • Rapporteur: De opsteller van het verslag, waarschijnlijk een opsporingsambtenaar of marktmeester.
    • Den dader: Verwijst naar een persoon die betrokken was bij een overtreding of misdrijf.
    • Gez.: Afkorting voor "Gezien", een gebruikelijke paraaf van een superieur ter goedkeuring.
    • opb: Waarschijnlijk de afkorting voor "opgeborgen", wat aangeeft dat het dossier gesloten en gearchiveerd kon worden.
  • Handschrift: Een verzorgd, hellend cursief handschrift dat typerend is voor de vroege 20e eeuw in Nederland. Het gebruik van de 'n'-boogjes is consistent.

Historische Context

Het document dateert van de zomer van 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam waren de markten belangrijke knooppunten van activiteit waar streng toezicht werd gehouden. Het feit dat er gesproken wordt over een "toegangshek" en een "autobestuurder bij het oprijden van de markt" suggereert een incident op een afgesloten marktterrein (zoals de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat).

De notitie is een voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van kleine incidenten in die tijd. Hoewel het onderzoek zonder resultaat bleef, was het essentieel om formeel vast te leggen dat de nodige inspanningen waren verricht voordat een zaak "opgeborgen" (gearchiveerd) werd. De tijdspanne tussen het opstellen van de notitie (28 juni) en het definitief opbergen (8 augustus) duidt op een standaard administratieve doorlooptijd binnen de betreffende instantie.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Volant " "
A. Troost Azn. Open laadbak
A.v.d.Herfden Open wagen
A. v. d. Herpten Open wagen
J. Vermeyden Buiten Amsterdam
A.v.d.Mey Buiten Amsterdam
A.B. Pouw buiten A'dam
A.B. Pouw Buiten Amsterdam
L. de Rooij Buiten Amsterdam
A. Troost Azn. Open wagen
A. Troost Azn. Open wagen
B Fa. Thiet " "
C. Bras Buiten Amsterdam
C. Bras Buiten Amsterdam
C. de Mooy Buiten Amsterdam
C. Kooy Buiten Amsterdam
C. Kooy Open wagen
C. Rustenburg buiten A'dam
C. Rustenburg Buiten Amsterdam
Alle 100 kooplieden →