Archief 745
Inventaris 745-288
Pagina 165
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Afschrift van een brief.

6 juni 1939. Van: Jac. Knoop, Makelaar (Kantoor Admiraal de Ruyterweg 196, Amsterdam). Aan: Den Wel Edel Achtbare Heer Burgemeester van Amsterdam.

Origineel

Afschrift van een brief. 6 juni 1939. Jac. Knoop, Makelaar (Kantoor Admiraal de Ruyterweg 196, Amsterdam). Den Wel Edel Achtbare Heer Burgemeester van Amsterdam. No.37/127/3 M.1939.
No.489 L.M.1939 9/6. AFSCHRIFT.


                                                                                   Amsterdam, 6 Juni 1939.
                         Den Wel Edel Achtbare Heer Burgemeester van Amsterdam.

     Wel Edel Achtbare Heer.
            Bygaande brief zou ik op 19 October 1938 aan Uw Edel Achtbare
     Heer verzenden.
     Op verzoek van den Wel Edele Heer A.v.d.Laan Directeur van het Marktwezen,
     zouden wy deze brief onderling behandelen.
     Na deze bespreking kwamen er meerdere plageryen voor, onder ander drie
     yzeren platen, een kist met gereedschap pakken nieuwe zakken een rek voor
     aardappelen op te leggen, van dit alles kwamen twee yzeren platen teregt,
     de andere zyn verdwenen.
     Alles werd geschreven op een ambtenaar welke byna 25 jaren by de Gemeente
     in dienst was, en plotseling is overleden, nu word alles op deze doode toe
     geschreven.
     Maandag 5 Juni is op de Centrale Markt, een party van circa 7000 kilo aard-
     appelen met dekkleed in brand gevlogen (kan ook gestoken zyn). Tusschen 2
     en 4 uur heeft dan geen contrôle plaats gehad, arbeiders hebben de brand
     gebluscht. Om 5 uur kwam den heer C.F.Sixma met andere hoofdambtenaren zien
     en zegde my toe te zullen onder zoeken, maar dit is my al zoo dikwyls toe
     gezegd.
     Zie brief 19 October 1938 gemerkt F No.1, dat daar nooit contrôle voor
     komt, dat het aan de markt bekend is by arbeiders, kooplieden, dat het
     veel aan myn politieke overtuiging ligt, al deze plageryen. Ik betaal ook
     300,- gulden per jaar en wensch dan ook de zelfde bescherming als anderen.
     Dat tusschen 19 October en heden geheel geen medewerking heb van het
     marktwezen.
     Ik verzoek u Edel Achtbare Heer Burgemeester, om my de schade door het
     marktwezen te laten vergoeden, daar ik als Makelaar ook de schade aan myn
     zenders moet vergoeden.
                                                                                   't Welk doende,
                                                                                   w.g. Jac.Knoop.

     Kantoor Admiraal de Ruyterweg 196
     Telefoon 81431. *   **Toon:** De brief is formeel van opzet maar dwingend en gefrustreerd van toon. De schrijver voelt zich onrechtvaardig behandeld en gediscrimineerd.
  • Kernpunten:
    1. Eerdere klachten: Knoop had al in oktober 1938 klachten, die op verzoek van de directeur van het Marktwezen "onderling" (buiten de officiële kanalen om) zouden worden afgehandeld.
    2. Pesterijen en Diefstal: Na die bespreking zijn de problemen verergerd ("plageryen"). Er zijn diverse goederen (ijzeren platen, gereedschap, zakken, een rek) verdwenen.
    3. Zondebokpolitiek: Knoop klaagt dat de schuld van misstanden wordt geschoven op een onlangs overleden ambtenaar die 25 jaar in dienst was.
    4. Incident op de Markt: Op 5 juni 1939 is er een grote partij aardappelen (7000 kg) verbrand. Knoop suggereert brandstichting en wijst op het gebrek aan toezicht tussen 14:00 en 16:00 uur.
    5. Politieke Discriminatie: De schrijver stelt expliciet dat de pesterijen te maken hebben met zijn "politieke overtuiging". Hij eist gelijke bescherming omdat hij jaarlijks 300 gulden betaalt voor zijn standplaats/vergunning.
    6. Aansprakelijkheid: Als makelaar is Knoop verantwoordelijk voor de schade aan zijn leveranciers ("zenders") en hij eist dat de gemeente (het Marktwezen) hem hiervoor schadeloos stelt. Dit document stamt uit juni 1939, een periode van grote politieke spanningen in Europa, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Nederland was de politieke polarisatie groot. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de Centrale Markt in Amsterdam, destijds een cruciaal punt voor de voedselvoorziening.

Het document illustreert de moeizame verhouding tussen individuele ondernemers en de gemeentelijke bureaucreatie (het Marktwezen). De namen A.v.d. Laan en C.F. Sixma verwijzen naar hooggeplaatste ambtenaren uit die tijd. De bewering over politieke vervolging is interessant; dit kan wijzen op sympathieën voor partijen die destijds buiten de mainstream vielen (zoals de NSB of juist communistische partijen), wat in die tijd vaker leidde tot conflicten op de werkvloer of in commerciële relaties met de overheid.

Samenvatting

  • Toon: De brief is formeel van opzet maar dwingend en gefrustreerd van toon. De schrijver voelt zich onrechtvaardig behandeld en gediscrimineerd.
  • Kernpunten:
    1. Eerdere klachten: Knoop had al in oktober 1938 klachten, die op verzoek van de directeur van het Marktwezen "onderling" (buiten de officiële kanalen om) zouden worden afgehandeld.
    2. Pesterijen en Diefstal: Na die bespreking zijn de problemen verergerd ("plageryen"). Er zijn diverse goederen (ijzeren platen, gereedschap, zakken, een rek) verdwenen.
    3. Zondebokpolitiek: Knoop klaagt dat de schuld van misstanden wordt geschoven op een onlangs overleden ambtenaar die 25 jaar in dienst was.
    4. Incident op de Markt: Op 5 juni 1939 is er een grote partij aardappelen (7000 kg) verbrand. Knoop suggereert brandstichting en wijst op het gebrek aan toezicht tussen 14:00 en 16:00 uur.
    5. Politieke Discriminatie: De schrijver stelt expliciet dat de pesterijen te maken hebben met zijn "politieke overtuiging". Hij eist gelijke bescherming omdat hij jaarlijks 300 gulden betaalt voor zijn standplaats/vergunning.
    6. Aansprakelijkheid: Als makelaar is Knoop verantwoordelijk voor de schade aan zijn leveranciers ("zenders") en hij eist dat de gemeente (het Marktwezen) hem hiervoor schadeloos stelt.

Historische Context

Dit document stamt uit juni 1939, een periode van grote politieke spanningen in Europa, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Nederland was de politieke polarisatie groot. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de Centrale Markt in Amsterdam, destijds een cruciaal punt voor de voedselvoorziening.

Het document illustreert de moeizame verhouding tussen individuele ondernemers en de gemeentelijke bureaucreatie (het Marktwezen). De namen A.v.d. Laan en C.F. Sixma verwijzen naar hooggeplaatste ambtenaren uit die tijd. De bewering over politieke vervolging is interessant; dit kan wijzen op sympathieën voor partijen die destijds buiten de mainstream vielen (zoals de NSB of juist communistische partijen), wat in die tijd vaker leidde tot conflicten op de werkvloer of in commerciële relaties met de overheid.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Volant " "
A. Troost Azn. Open laadbak
A.v.d.Herfden Open wagen
A. v. d. Herpten Open wagen
J. Vermeyden Buiten Amsterdam
A.v.d.Mey Buiten Amsterdam
A.B. Pouw buiten A'dam
A.B. Pouw Buiten Amsterdam
L. de Rooij Buiten Amsterdam
A. Troost Azn. Open wagen
A. Troost Azn. Open wagen
B Fa. Thiet " "
C. Bras Buiten Amsterdam
C. Bras Buiten Amsterdam
C. de Mooy Buiten Amsterdam
C. Kooy Buiten Amsterdam
C. Kooy Open wagen
C. Rustenburg buiten A'dam
C. Rustenburg Buiten Amsterdam
Alle 100 kooplieden →