Getypte zakelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte zakelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 19 juli 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). den Heer J.A. Burgers, Osdorperweg 785, Halfweg. [Rechtsboven, handgeschreven in blauwe inkt]: M. Broese
[Linksboven, getypt]: 37/142/2 M.
[Midden boven, handgeschreven in blauwe inkt]: verzonden 19/7
[Rechts, getypt]: 19 Juli 1939.
[Adressering]:
den Heer J.A. Burgers,
Osdorperweg 785,
H a l f w e g.
[Inhoud]:
Naar aanleiding van Uw brief, ingekomen op 10 de-
zer bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek, niet voor
inwilliging in aanmerking kan komen. Het door de tuinders op
de Centrale Markt verschuldigde plaatsgeld is belangryk la-
ger gesteld, dan wat de grossiers moeten betalen, op grond
van de overweging, dat de tuinders dikwyls niet van hun
marktplaats gebruik maken. De door U bedoelde kwytschelding
van betaling kan U mitsdien niet worden verleend.
U gelieve zoo spoedig mogelyk op het door U voor
het kalenderjaar 1939 verschuldigde bedrag van ƒ 90,- een
gedeelte af te betalen.
[Ondertekening]:
De Directeur, * Onderwerp: Afwijzing van een verzoek tot kwijtschelding van marktgeld.
* Kernboodschap: De directeur van de markt weigert het verzoek van de heer Burgers om kwijtschelding van zijn openstaande schuld. De reden hiervoor is dat tuinders al een gereduceerd tarief betalen vergeleken met grossiers (groothandelaren), omdat zij niet dagelijks aanwezig zijn.
* Financiële status: De heer Burgers heeft een schuld van 90 gulden over het kalenderjaar 1939. Hem wordt gesommeerd om op korte termijn te beginnen met het afbetalen van dit bedrag in termijnen ("een gedeelte af te betalen").
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands uit het interbellum. Opvallend is de spelling met 'y' in plaats van 'ij' (belangryk, dikwyls, kwytschelding, mogelyk), wat in die tijd nog veelvuldig voorkwam in formele correspondentie.
* Administratieve sporen: De aantekening "verzonden 19/7" bevestigt dat de brief op de dag van datering ook daadwerkelijk is uitgegaan. De naam "M. Broese" duidt waarschijnlijk op de behandelend ambtenaar of de secretaris van de directeur. Dit document stamt uit juli 1939, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De economische nasleep van de crisis van de jaren '30 was nog merkbaar. De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat), die een cruciale rol speelden in de voedselvoorziening.
De ontvanger, J.A. Burgers, woonde aan de Osdorperweg in Halfweg. In die tijd was dit een agrarisch gebied waar veel tuinders gevestigd waren die hun producten naar de Amsterdamse markt brachten. Een schuld van 90 gulden was voor een kleine tuinder in 1939 een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: het gemiddelde weekloon voor een arbeider lag toen rond de 25-30 gulden). De brief illustreert de strikte handhaving van marktgelden door het gemeentelijk marktwezen, ondanks de waarschijnlijk moeilijke financiële positie van de individuele tuinder.