Bijblad (archiefstuk), Model No. 14 van Algemene Zaken.
Origineel
Bijblad (archiefstuk), Model No. 14 van Algemene Zaken. Oktober 1939 (verschillende data: 16, 20 en 21 oktober). (Stempel linksboven:)
BIJBLAD VAN:
M. No. 37/201/1 1939
DOORGEZONDEN: 16/10-'39
(Handgeschreven onder stempel:)
21/10/'39 [paraaf]
(Grote rode letters centraal links:)
38/201/2 M
(Tekst centraal rechts, zwarte inkt:)
Bij Centr. Markt is geen
M. J. Luitendorff bekend
[Paraaf]
m i doorgeven aan
politie
20/10 39
(Tekst linksonder, zwarte inkt:)
brief doorzenden
aan HC.
2.
(Tekst rechtsonder, potlood:)
Komt niet in het
kaartsysteem voor
[Paraaf]
(Gedrukte tekst onderaan:)
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het betreft een administratieve notitie (een "bijblad") die fungeert als bewijs van een uitgevoerd onderzoek naar een individu. Er is navraag gedaan bij de "Centr. Markt" (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam) naar een zekere M. J. Luitendorff. De uitslag is negatief: de persoon is daar niet bekend en komt evenmin voor in het gehanteerde kaartsysteem. Op basis hiervan wordt de instructie gegeven ("m.i." - mijns inziens of met instructie) om deze informatie door te geven aan de politie. De notitie linksonder duidt op de verdere administratieve afhandeling (doorzenden van de brief aan 'HC'). De datering van oktober 1939 is saillant; Nederland bevindt zich op dat moment in de mobilisatieperiode, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maar vóór de Duitse inval. In deze gespannen periode was er sprake van intensieve administratieve controle en surveillance door de overheid (Algemene Zaken). Onderzoeken naar personen bij centrale distributiepunten zoals de Centrale Markt konden te maken hebben met vermoedens van spionage, zwarte handel of simpelweg het verifiëren van persoonsgegevens in het kader van de nationale veiligheid. J. Luitendorff M. No Politie
Samenvatting
Het betreft een administratieve notitie (een "bijblad") die fungeert als bewijs van een uitgevoerd onderzoek naar een individu. Er is navraag gedaan bij de "Centr. Markt" (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam) naar een zekere M. J. Luitendorff. De uitslag is negatief: de persoon is daar niet bekend en komt evenmin voor in het gehanteerde kaartsysteem. Op basis hiervan wordt de instructie gegeven ("m.i." - mijns inziens of met instructie) om deze informatie door te geven aan de politie. De notitie linksonder duidt op de verdere administratieve afhandeling (doorzenden van de brief aan 'HC').
Historische Context
De datering van oktober 1939 is saillant; Nederland bevindt zich op dat moment in de mobilisatieperiode, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maar vóór de Duitse inval. In deze gespannen periode was er sprake van intensieve administratieve controle en surveillance door de overheid (Algemene Zaken). Onderzoeken naar personen bij centrale distributiepunten zoals de Centrale Markt konden te maken hebben met vermoedens van spionage, zwarte handel of simpelweg het verifiëren van persoonsgegevens in het kader van de nationale veiligheid.