Handgeschreven ambtelijke nota of conceptbrief (pagina 2).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke nota of conceptbrief (pagina 2). 2) . . . lijkt mij daarom gewenscht, dat ik thans in de gelegenheid word gesteld hieromtrent te overleggen met de organisaties der koopers en verkoopers, alsmede met de bovenbedoelde sub-commissie.
Het voorloopig ontworpen tariefstelsel (waarbij natuurlijk tijdens de onderhandelingen nog veranderingen (in de tarieven) kunnen worden aangebracht) gaat uit van de zelfde twee principes, die in 1934 voor de CM zijn gesteld: a) heffing van plaatsgeld en b) heffing van entreegeld.
ad a) Het plaatsgeld kome in de plaats van het thans verschuldigde aanvoergeld. Op de Vischmarkt worden vaste plaatsen uitgegeven van 20 en 30 m² tegen de prijs van resp. f 150,- en f 200,- per kalenderjaar. Voor kortere perioden dienen op deze markt geen plaatsen te worden verstrekt (zie hieronder vervolgblad . . .).
ad b) Het entreegeld bestaat ook nu reeds op deze markt (art. 5 sub c jo art. 24 van de bovengenoemde heffingsverordening). Dit entreegeld bedraagt thans f 0,50 per halfjaar; door het te verhoogen tot f 1,50 à f 2,- per halfjaar wordt bewerkstelligd, dat de inkomsten van de Vischmarkt tengevolge van de voorgestelde tariefswijziging niet achteruitgaan. De koopers die het entreegeld betalen, schijnen tegenover deze tariefsverhooging niet afwijzend te staan.
Door de afschaffing van het aanvoergeld wordt de aanvoer van visch op het buitenterrein ongetwijfeld krachtig bevorderd. Door bovendien de verkoopplaatsen uitsluitend per kalenderjaar uit te geven, worden gelegenheids-handelaren geweerd, hetgeen in het belang is van den geregelden handel, die dan met minder risico en dus beter voor een goede voorziening kan zorgdragen. Bovendien worden daardoor de grossiers-venters geweerd, dat wil zeggen de kleine grossiers, die tevens een ventvergunning hebben en die thans op ongezette tijden op de Vischmarkt als... De tekst beschrijft een voorgestelde wijziging in de financiering en regulering van een vismarkt. De kern van het voorstel is de verschuiving van "aanvoergeld" (belasting op de binnengebrachte waar) naar een vast "plaatsgeld" (huur van een vaste plek per jaar).
Belangrijke punten in de tekst:
* Professionalisering: Door alleen jaarplaatsen te verhuren, wil men "gelegenheidshandelaren" en kleine "grossiers-venters" weren ten gunste van de gevestigde, regelmatige handel.
* Inkomstenbehoud: Om het wegvallen van het aanvoergeld te compenseren, wordt voorgesteld het entreegeld voor kopers aanzienlijk te verhogen (van f 0,50 naar f 1,50 à f 2,-).
* Draagvlak: De schrijver merkt op dat kopers waarschijnlijk niet negatief staan tegenover deze verhoging.
* Correcties: Het manuscript bevat diverse doorhalingen en tussenvoegingen, wat duidt op een concepttekst die nog aan verandering onderhevig was. Dit document past in de bredere geschiedenis van de marktprivatisering en -regulering in Nederland tijdens het interbellum of de vroege naoorlogse periode. De afkorting "CM" verwijst zeer waarschijnlijk naar de Centrale Markt (bijvoorbeeld in Amsterdam), waar de groothandel in levensmiddelen werd geconcentreerd. Het weren van kleine venters en het bevorderen van de "geregelde handel" was een typisch streven van marktmeesters en overheden in die tijd om de hygiëne, controleerbaarheid en belastingopbrengsten te verbeteren.