Ambbtelijke conceptbrief of beleidsnota (pagina 3).
Origineel
Ambbtelijke conceptbrief of beleidsnota (pagina 3). Omstreeks juli/augustus 1938 (verwijst naar een missive van 26 juli 1938). (Pagina 3)
3) . . . verkoper getreden, terwijl zij met datgeen wat overblijft in de stad gaan venten als concurrent van de venters, die op de markt bij hen kochten. Deze laatsten zullen dan ook ongetwijfeld een maatregel, die het optreden van de grossiers-venters practisch onmogelijk maakt, gaarne aanvaarden.
In het belang van koopers en verkoopers beiden geef ik voorts in overweging, om op de Vischmarkt te trachten een soortgelijke crediet- en betalingsregeling in te voeren, als op de C.M. wordt voorbereid.
[In de kantlijn:] (vide het Besluit van B en W d.d. 10 August No 630/1937).
Er zal dan dus een organisatie van koopers en verkoopers ~~moeten tot stand komen~~ op de Vischmarkt moeten tot stand komen, tot verbetering van het betalingswezen, terwijl het Reglement op de markten zal moeten worden aangevuld met een soortgelijke bepaling als t.z.t. in het Reglement op de C.M. zal worden opgenomen, houdende de mogelijkheid, dat B en W aan bepaalde wanbetalers de toegang tot de Vischmarkt ~~ontzeggen~~ ontzeggen, gedurende de tijd, dien zij in gebreke blijven.
Tenslotte ~~ware te overwegen~~ ter bevordering van den aanvoer, ~~aan den Minister~~ aan den Minister van Economische Zaken te verzoeken, de in zijn aan B en W gerichte missive d.d. 26 juli 1938 (No. 42668 Dir. v. Handel en Nijverheid / 500 Cul 1938) vervatte regeling van extra-toewijzing voor versche zeevisch aan importeurs zoodanig te wijzigen, dat daarbij de verplichting dat deze visch op den Amsterdamschen afslag wordt verkocht ~~wordt vervallen~~ vervangen wordt door een verplichting van verkoop op de Amsterdamsche Vischmarkt of in den op die markt gevestigden afslag. Voor de importeurs blijkt nl. de verplichting om steeds de op extra consent geïmporteerde visch via den afslag te verkoopen ~~niet~~ een beletsel te zijn om van extra consenten gebruik te maken; indien zij de visch zelf mogen verhandelen, durven zij meer aan te voeren. Het schijnt dat de Nederlandsche Visscherij Centrale in principe niet afwijzend hiertegenover staat. De tekst behandelt drie specifieke knelpunten in de Amsterdamse vishandel van de late jaren '30:
- Concurrentievervalsing door grossiers: Grossiers (groothandelaren) verkochten hun restanten via straatverkoop (venten), waardoor zij directe concurrenten werden van de kleine handelaren aan wie zij kort daarvoor zelf geleverd hadden. De auteur stelt voor dit aan banden te leggen.
- Krediet- en betalingsregeling: Er is behoefte aan een betere financiële structuur op de Vischmarkt, vergelijkbaar met de regels die toen werden opgesteld voor de Centrale Markthallen (C.M.). Dit hield ook in dat wanbetalers de toegang tot de markt ontzegd kon worden.
- Importrestricties en afzetverplichting: Om de visaanvoer naar Amsterdam te stimuleren, wordt voorgesteld om de strikte verplichting om via de centrale afslag te verkopen, te versoepelen. Importeurs zouden meer durven importeren als zij de vis direct op de Vischmarkt aan de man mochten brengen in plaats van verplicht via de veiling (de afslag). Dit document bevindt zich in de historische context van de economische crisis en de daaropvolgende ordening van de handel in Nederland. In 1938 was de bemoeienis van de overheid met de voedselvoorziening en marktordening groot.
De "C.M." verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, die in 1934 geopend waren om de handel in levensmiddelen te centraliseren en te controleren. De verwijzing naar de "Minister van Economische Zaken" en de "Nederlandsche Visscherij Centrale" (opgericht in 1933 onder de Landbouwcrisiswet) duidt op de sterke centralistische aansturing van de visserijsector in die periode. Het document illustreert de spanning tussen de gewenste centrale controle (verplichte afslag) en de behoefte van handelaren aan meer commerciële vrijheid om de aanvoer op peil te houden.