Pagina's uit een officieel gemeenteblad (Gemeenteblad afd. 3).
Origineel
Pagina's uit een officieel gemeenteblad (Gemeenteblad afd. 3). [Linkerpagina, pag. 6]
Volgn. 94 6
ART. 20
De in art. 4 sub b bedoelde belasting bedraagt per vaartuig per geheele ton van 1000 kg laadvermogen van dat vaartuig:
I voor lichters of vaartuigen als lichters dienstdoende:
a per kalenderweek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . f 0,04
met een minimum van f 0,75 per vaartuig,
b per kalendermaand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ,, 0,16
met een minimum van f 3 per vaartuig,
c per kalenderjaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ,, 1,60
met een minimum van f 30 per vaartuig;
II voor vaartuigen, waarmede goederen ter markt worden aan- of afgevoerd:
a per reis strekkende voor een onafgebroken verblijf van ten hoogste één week . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . f 0,04
met een minimum van f 0,75 per vaartuig;
b bij langer onafgebroken verblijf dan een week, voor elke volgende week. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ,, 0,04
met een minimum van f 0,75 per vaartuig.
AFDEELING VI
Van de Vischmarkt.
ART. 21
De in artikel 5 sub a bedoelde belasting bedraagt:
1° a voor den aanvoer van visch, met uitzondering van mosselen, in bunnen of soortgelijke ruimten van een vaartuig, per vaartuig per ton van 1000 kg laadvermogen van dat vaartuig, per dag f 0,25;
b voor den aanvoer van mosselen per vaartuig per ton van 1000 kg laadvermogen van dat vaartuig, per dag . . . . . . . . ,, 0,10;
2° voor den aanvoer van visch op andere wijze dan onder 1° genoemd:
a voor aal, paling, tarbot, griet en tong per 100 pond. . . . . . f 0,40
b voor Zuiderzeebot en zoetwatervisch per 100 pond . . . . . . . . ,, 0,25
c voor Noordzeebot, kabeljauw, poon, schelvisch, tongschar, schar, schol, wijting, makreel, leng en koolvisch per 100 pond ,, 0,15
d voor spiering per 100 pond . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ,, 0,10
e voor geep per tal (200 stuks) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ,, 0,15
f voor panharing per tal (200 stuks) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ,, 0,02
g voor garnalen per mand of lit van ongeveer 50 tot 60 pond ,, 0,06
h voor gerookte of gestoomde visch per kistje. . . . . . . . . . . . . . ,, 0,01
i voor bokking, haring en gezouten visch per fust . . . . . . . . . ,, 0,15
k voor andere Noordzeevisch dan de in dit artikel genoemde per 100 pond . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ,, 0,15
[Rechterpagina, pag. 7]
7 Gemeenteblad afd. 3
ART. 22
Voor de toepassing van het in artikel 21 bedoelde tarief wordt:
a een hoeveelheid of gewicht kleiner dan de in artikel 21 genoemde, doch grooter dan de helft er van, met de volle hoeveelheid of het volle gewicht gelijkgesteld;
b een hoeveelheid of gewicht kleiner dan de helft van de in artikel 21 genoemde, met de halve hoeveelheid of het halve gewicht gelijkgesteld; hiervoor wordt de helft der in art. 21 sub 2° genoemde tarieven geheven.
ART. 23
De in artikel 5 sub b bedoelde belasting bedraagt voor den afslag van visch in de Vischhal 5 % van de bruto-opbrengst der afgeslagen visch, met dien verstande, dat, indien de bruto-opbrengst van de door denzelfden aanvoerder aan den afslag gebrachte visch in een kalenderjaar meer dan f 5000 heeft bedragen, hem een reductie zal worden uitbetaald, gelijk aan 1 % van het bedrag, waarmede die opbrengst de f 5000 te boven gaat. Is de bruto-opbrengst in het kalenderjaar hooger dan f 10.000 geweest, dan zal de reductie over het bedrag boven de f 10.000 2 % bedragen.
Voor den afslag van partijen visch, welke aan de Vischhal in consignatie zijn toegezonden, is door de afzenders, behalve de in het vorige lid bedoelde 5 %, 1 % dier bruto-opbrengst verschuldigd.
Wordt de afslag door of vanwege den aanvoerder opgehouden, dan is 5 % verschuldigd van de door den halopzichter-afslager of diens plaatsvervanger te schatten bruto-opbrengst, waarna de visch zonder verdere heffing op het buitenterrein uit de hand mag worden verkocht.
ART. 24
De in artikel 5 sub c bedoelde belasting bedraagt f 0,50 per persoon per half jaar.
Indien firma's, naamlooze vennootschappen of andere vennootschappen, coöperatieve of andere rechtspersoonlijkheid bezittende vereenigingen door of namens Burgemeester en Wethouders worden toegelaten tot het marktterrein en/of de Vischhal, is het hierboven bedoelde entrée-geld verschuldigd voor elk der vennooten, directeuren of bestuurderen, voor wien toegang wordt verlangd.
ART. 25
Van visch, welke na in de Vischhal of in de bijbehoorende bergplaatsen te zijn opgeborgen, op het buitenterrein wordt gebracht, is, indien vóór het opbergen ingevolge artikel 21 aanvoergeld is betaald, door den aanvoerder niet opnieuw aanvoergeld verschuldigd, mits vóór het opbergen aan den halopzichter-afslager of diens plaatsvervanger, de hoeveelheid en de soort der op te bergen visch zijn opgegeven.
ART. 26
Verschuldigd is voor het opbergen van visch in de Vischhal per mand of kist visch per etmaal een bedrag van f 0,10. * Structuur: Het document is opgebouwd uit genummerde artikelen (20 t/m 26) onder de overkoepelende titel "Afdeeling VI: Van de Vischmarkt". Het hanteert een strikte hiërarchische indeling met Romeinse cijfers, Arabische cijfers met graadteken (1°, 2°) en letters (a, b, c).
* Inhoudelijke details:
* Art. 20: Regelt de liggelden/belastingen voor vaartuigen (lichters en marktschepen) op basis van tonnage en verblijfsduur.
* Art. 21: Specificeert de tarieven voor de aanvoer van diverse soorten vis. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aanvoer in "bunnen" (per ton laadvermogen) en aanvoer per gewicht (per 100 pond) of aantal (per tal/200 stuks). Opvallend is de hogere belasting voor luxere vissoorten zoals aal en tarbot (f 0,40) vergeleken met bijvoorbeeld schol of wijting (f 0,15).
* Art. 22: Een rekenregel voor het afronden van gewichten bij de belastingheffing.
* Art. 23: Behandelt de veilingkosten (afslag). Er geldt een basispercentage van 5%, met een progressieve korting (reductie) voor grote aanvoerders die jaarlijks meer dan 5.000 of 10.000 gulden omzetten.
* Art. 24-26: Regelen respectievelijk het entreegeld voor de markt, regels voor wederuitvoer na opslag en de kosten voor de opslag zelf per mand of kist. Dit document is een typisch voorbeeld van lokale regelgeving in een Nederlandse vissersplaats aan het begin van de 20e eeuw. De gedetailleerde opsomming van vissoorten (inclusief "Zuiderzeebot") en de gehanteerde munteenheid (gulden, aangeduid met f) geven inzicht in de economische structuur van die tijd. Dergelijke marktverordeningen waren essentieel voor de gemeentelijke inkomsten en zorgden voor een gereguleerde handel waarbij de overheid via de "halopzichter-afslager" toezicht hield op de kwaliteit en de geldstroom. De vermelding van "naamlooze vennootschappen" en "coöperatieve verenigingen" in Art. 24 duidt op de opkomende modernisering en schaalvergroting in de visserijsector.