Verklaring / Intentieovereenkomst
Origineel
Verklaring / Intentieovereenkomst 5 april 1939 V e r k l a r i n g.
Hiermede bevestigt ondergeteekende, dat hy in prin-
cipe bereid is om voor een kalenderjaar een plaats:
van 20 m2 à f 150,- per jaar
~~van 30 m2 à f 200,- per jaar~~ in te nemen op de Vischmarkt
aan de De Ruyterkade, wanneer de Gemeenteraad de daartoe
vereischte besluiten zal hebben genomen.
Hy verzoekt tevens, dat Burgemeester en Wethouders
toestaan, dat de voor bovenbedoelde plaats(en) verschuldig-
de belasting in het bovenbedoelde jaar in twaalf gelyke
termynen wordt voldaan, op den eersten van elke kalender-
maand.
Het is hem bekend, dat ook al wordt de plaats niet
regelmatig bezet of in den loop van het kalenderjaar ver-
laten, toch het plaatsgeld over een vol kalenderjaar door
hem verschuldigd zal zyn.
Amsterdam, 5 April 1939.
Handteekening:
Gebr Klooster
') Doorhalen, wat niet gewenscht wordt. * Inhoud: De Gebroeders Klooster verklaren zich bereid om een staanplaats van 20 vierkante meter te huren voor een bedrag van 150 gulden per jaar. Ze kiezen hierbij expliciet voor de kleinere optie (de optie van 30 m2 voor 200 gulden is conform de instructie onderaan het document doorgehaald).
* Betalingscondities: Er wordt specifiek verzocht om de belasting (het 'plaatsgeld') in twaalf maandelijkse termijnen te mogen betalen in plaats van in één keer.
* Juridische bepaling: De ondertekenaar erkent de volledige betalingsverplichting voor het gehele jaar, ongeacht of de plek daadwerkelijk elke dag wordt gebruikt. De overeenkomst is onder voorbehoud van goedkeuring door de Gemeenteraad.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gangbare spelling (bijv. "ondergeteekende", "gelyke", "termynen", "gewenscht"). Dit document stamt uit april 1939, een periode waarin de Amsterdamse haven en de bijbehorende markten aan de IJ-oever (zoals de De Ruyterkade) nog een zeer centrale rol speelden in de stedelijke economie. De "Vischmarkt" aan de De Ruyterkade was een bekende plek voor de handel in verse vis, direct nabij het Centraal Station.
De brief geeft inzicht in de administratieve afhandeling van marktplaatsen door de gemeente Amsterdam kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het toont aan dat ondernemers, zoals de Gebroeders Klooster, behoefte hadden aan gespreide betaling van gemeentelijke belastingen, wat mogelijk duidt op de economische realiteit van kleine handelaren in die tijd.