Archief 745
Inventaris 745-290
Pagina 282
Dossier 44
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie/verslag van een bespreking.

31 maart 1939.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie/verslag van een bespreking. 31 maart 1939. (Plattegrond V.M. aanvragen) 3000.-

Wijnenburg, Steur, Roseman
H Rooseman Seymonsbergen
J Catskade 1

Vischmarkt: 4 grossiers. 31/3 1939

[Roseman] Hebben vergaderd met $\pm$ 31 grossiers v. d.
Vischmarkt over voorstel Marktwezen.
Grootste bezwaar is entreegeld voor grossiers.
En men wenscht hieraan saneering vast te
knoopen. Dus scheiding tusschen grossiers en
kleinhandel. Men wil afsluiting.

[Insp.] In z'n algemeenheid kan dit niet; een venter, die
een jaarplaats wil nemen, bestaat toch niet.
Prijs van de plaats zal daarvoor wel een bezwaar zijn.

[Roseman] Wij willen plaatsen v. 20 $M^2$ (6 bij 3 1/3 M)
ieder op zijn eigen plaats, geen samenhuren
behalve erkende compagnonschappen.
Men wil prijs v. f 100.- per jaar betalen.
(f 150.- is door mij voorgesteld, doch men wilde dit niet
accepteeren).
Er zijn er echter 6, die 2 plaatsen willen
nemen.

[Direkt.] Is het mogelijk om 2 soorten plaatsen te
creëren: 15 $M^2$ en 30 $M^2$? Dan kunnen
de grooten en de kleinen tevreden worden
gesteld.

[Insp.] 20 $M^2$ 150.-
30 M 200.-

[35 ex. stencil] Rooseman vraagt formulieren voor hem op te
stellen, die hij de grossiers kan voorleggen
(bereidverklaring) die zij moeten teekenen.
Plaatsen zijn strikt persoonlijk. Het document verslaat een overleg tussen de gemeente (Afdeling Marktwezen) en een vertegenwoordiging van de vishandel. De kernpunten zijn:

  1. Professionalisering en Scheiding: De grossiers eisen een fysieke of organisatorische "afsluiting" (scheiding) van de kleinhandel (venters). Dit duidt op een wens naar een meer gecontroleerde groothandelsomgeving.
  2. Financiële frictie: Er is onenigheid over de kosten. Waar de handelaren 100 gulden per jaar per plaats willen betalen, zet de inspecteur in op 150 gulden. Uiteindelijk worden er tarieven genoteerd van 150 en 200 gulden, afhankelijk van de grootte.
  3. Ruimtelijke ordening: Er wordt gediscussieerd over standaardmaten voor staanplaatsen. Men stelt voor om twee categorieën (15 $M^2$ en 30 $M^2$) te creëren om zowel kleine als grote handelaren te bedienen.
  4. Regulering: Om onderverhuur en wildgroei te voorkomen, wordt benadrukt dat plaatsen "strikt persoonlijk" zijn en dat handelaren een formele "bereidverklaring" moeten ondertekenen. Het document dateert van maart 1939, een periode waarin de Amsterdamse markten (gezien de referentie naar de Catskade en de genoemde namen) volop in reorganisatie waren. De overgang van informele straathandel naar gereguleerde markthallen en vaste staanplaatsen was in deze jaren een belangrijk thema voor het gemeentelijk Marktwezen. De genoemde namen zoals Seymonsbergen en Roseman zijn historisch verbonden aan de Amsterdamse vishandel. De notitie toont de spanningsvelden tussen de belangen van de ondernemers (kostenbeheersing en exclusiviteit) en die van de gemeente (handhaving, inkomsten en ordelijke inrichting van de publieke ruimte).

Samenvatting

Het document verslaat een overleg tussen de gemeente (Afdeling Marktwezen) en een vertegenwoordiging van de vishandel. De kernpunten zijn:

  1. Professionalisering en Scheiding: De grossiers eisen een fysieke of organisatorische "afsluiting" (scheiding) van de kleinhandel (venters). Dit duidt op een wens naar een meer gecontroleerde groothandelsomgeving.
  2. Financiële frictie: Er is onenigheid over de kosten. Waar de handelaren 100 gulden per jaar per plaats willen betalen, zet de inspecteur in op 150 gulden. Uiteindelijk worden er tarieven genoteerd van 150 en 200 gulden, afhankelijk van de grootte.
  3. Ruimtelijke ordening: Er wordt gediscussieerd over standaardmaten voor staanplaatsen. Men stelt voor om twee categorieën (15 $M^2$ en 30 $M^2$) te creëren om zowel kleine als grote handelaren te bedienen.
  4. Regulering: Om onderverhuur en wildgroei te voorkomen, wordt benadrukt dat plaatsen "strikt persoonlijk" zijn en dat handelaren een formele "bereidverklaring" moeten ondertekenen.

Historische Context

Het document dateert van maart 1939, een periode waarin de Amsterdamse markten (gezien de referentie naar de Catskade en de genoemde namen) volop in reorganisatie waren. De overgang van informele straathandel naar gereguleerde markthallen en vaste staanplaatsen was in deze jaren een belangrijk thema voor het gemeentelijk Marktwezen. De genoemde namen zoals Seymonsbergen en Roseman zijn historisch verbonden aan de Amsterdamse vishandel. De notitie toont de spanningsvelden tussen de belangen van de ondernemers (kostenbeheersing en exclusiviteit) en die van de gemeente (handhaving, inkomsten en ordelijke inrichting van de publieke ruimte).

Kooplieden in dit dossier 23

A. Koning 6 47
E. Tuijn 98 64
I. Grootkerk 474 61
H. Dortsh 192 74
J. Pet 5 11
J. Snoek 1 91
J. Tuijn 163 63
K. de Haan 55 27
K. Veerman 96 66
K. Kol 15 88
C. Platje 148 01
K. Visser 101 47
L.A.A. Cohen. 200 62
M. Gerrits 369 50
N. Steur 253 28
P. Kleijn 229 37
S. Meij 171 17
D. Kwaan 508 99
D. Urk Nieuwmarkt f 28,05
D. Urk Nieuwmarkt 28,05
V. Schaik 2 80

Gerelateerde Documenten 6