Handgeschreven ambtelijke notitie/verslag van een bespreking.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/verslag van een bespreking. 31 maart 1939. (Plattegrond V.M. aanvragen) 3000.-
Wijnenburg, Steur, Roseman
H Rooseman Seymonsbergen
J Catskade 1
Vischmarkt: 4 grossiers. 31/3 1939
[Roseman] Hebben vergaderd met $\pm$ 31 grossiers v. d.
Vischmarkt over voorstel Marktwezen.
Grootste bezwaar is entreegeld voor grossiers.
En men wenscht hieraan saneering vast te
knoopen. Dus scheiding tusschen grossiers en
kleinhandel. Men wil afsluiting.
[Insp.] In z'n algemeenheid kan dit niet; een venter, die
een jaarplaats wil nemen, bestaat toch niet.
Prijs van de plaats zal daarvoor wel een bezwaar zijn.
[Roseman] Wij willen plaatsen v. 20 $M^2$ (6 bij 3 1/3 M)
ieder op zijn eigen plaats, geen samenhuren
behalve erkende compagnonschappen.
Men wil prijs v. f 100.- per jaar betalen.
(f 150.- is door mij voorgesteld, doch men wilde dit niet
accepteeren).
Er zijn er echter 6, die 2 plaatsen willen
nemen.
[Direkt.] Is het mogelijk om 2 soorten plaatsen te
creëren: 15 $M^2$ en 30 $M^2$? Dan kunnen
de grooten en de kleinen tevreden worden
gesteld.
[Insp.] 20 $M^2$ 150.-
30 M 200.-
[35 ex. stencil] Rooseman vraagt formulieren voor hem op te
stellen, die hij de grossiers kan voorleggen
(bereidverklaring) die zij moeten teekenen.
Plaatsen zijn strikt persoonlijk. Het document verslaat een overleg tussen de gemeente (Afdeling Marktwezen) en een vertegenwoordiging van de vishandel. De kernpunten zijn:
- Professionalisering en Scheiding: De grossiers eisen een fysieke of organisatorische "afsluiting" (scheiding) van de kleinhandel (venters). Dit duidt op een wens naar een meer gecontroleerde groothandelsomgeving.
- Financiële frictie: Er is onenigheid over de kosten. Waar de handelaren 100 gulden per jaar per plaats willen betalen, zet de inspecteur in op 150 gulden. Uiteindelijk worden er tarieven genoteerd van 150 en 200 gulden, afhankelijk van de grootte.
- Ruimtelijke ordening: Er wordt gediscussieerd over standaardmaten voor staanplaatsen. Men stelt voor om twee categorieën (15 $M^2$ en 30 $M^2$) te creëren om zowel kleine als grote handelaren te bedienen.
- Regulering: Om onderverhuur en wildgroei te voorkomen, wordt benadrukt dat plaatsen "strikt persoonlijk" zijn en dat handelaren een formele "bereidverklaring" moeten ondertekenen. Het document dateert van maart 1939, een periode waarin de Amsterdamse markten (gezien de referentie naar de Catskade en de genoemde namen) volop in reorganisatie waren. De overgang van informele straathandel naar gereguleerde markthallen en vaste staanplaatsen was in deze jaren een belangrijk thema voor het gemeentelijk Marktwezen. De genoemde namen zoals Seymonsbergen en Roseman zijn historisch verbonden aan de Amsterdamse vishandel. De notitie toont de spanningsvelden tussen de belangen van de ondernemers (kostenbeheersing en exclusiviteit) en die van de gemeente (handhaving, inkomsten en ordelijke inrichting van de publieke ruimte).