Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 24 mei 1939. Nederlandsche Bond van Kleinhandelaren in het Visch- en Haringbedrijf (Afdeeling Amsterdam, Vischhandelvereniging "De Eendracht"). NEDERLANDSCHE BOND VAN KLEINHANDELAREN IN HET VISCH- EN HARINGBEDRIJF
OPGERICHT 3 SEPTEMBER 1934
SECRETARIAAT: L. PRESSER - RETIEFSTRAAT 82
TELEF. 55546-55591-52561 - AMSTERDAM-O.
Vischhandelver: De Eendracht
afd: Amsterdam
secretariaat Retiefstr: 82
tel: 55546
AMSTERDAM-O., 24 MEI 1939
Aan den Heer Directeur van Marktwezen
ALHIER.
Weledele Heer,
Ons bestuur draagt mij op het volgende Ued: te berichten en te verzoeken,
Het komt in de laatste tijd aan de Gemeentelijke Vischafslag nog al eens voor dat er elementen zijn o'a L.Biet die de afslag bezoeken, den Chef afslager, 2e afslager en verder personeel bemoeilijken in hun werk, zeer ten ongerief van de andere kooplieden-bezoekers.
Waar deze gang van zaken storend werkt op een goede gang van zaken aan de afslag, en orde verstoring door deze elementen verwekt achterwege dienen te blijven,
verzoeken wij U beleefd doch dringend ons hieromtrent een onderhoud te willen toestaan, inzonderheid onzen Voorz: Klaas Lammers.
Vertrouwende dat Ued: ons verzoek zult willen inwilligen
Inmiddels
Namens Bestuur
[Handtekening: L. Presser]
secretaris. * Onderwerp: Een formele klacht over ordeverstoring bij de Gemeentelijke Vischafslag in Amsterdam.
* Kern van de zaak: De bond beklaagt zich over bepaalde personen (met name een zekere L. Biet) die de veilingmeesters en het personeel hinderen. Dit wordt gezien als schadelijk voor de dagelijkse handel en storend voor de andere aanwezige kooplieden.
* Verzoek: De secretaris verzoekt namens het bestuur om een gesprek tussen de directeur van het Marktwezen en de voorzitter van de bond, Klaas Lammers, om deze kwestie op te lossen.
* Toon: De brief is geschreven in een formele, beleefde maar dwingende ambtelijke stijl, kenmerkend voor de vooroorlogse periode ("Weledele Heer", "Ued:" (Uw Edelachtbare)). Deze brief dateert van mei 1939, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Vischafslag in Amsterdam was in die tijd een cruciaal economisch knooppunt voor de voedselvoorziening in de stad. De bond "De Eendracht" behartigde de belangen van de kleine visboeren en straathandelaren.
Het document geeft inzicht in de interne spanningen op de werkvloer van de afslag en de directe lijn die beroepsverenigingen hadden met het gemeentelijk apparaat (het Marktwezen) om de orde te handhaven. De specifieke vernoeming van "L. Biet" suggereert dat het om een bekende ragemaker of een persoon met een conflictueuze reputatie binnen de vismarkt ging. De voorzitter Klaas Lammers, die in de brief genoemd wordt, was een bekende figuur binnen de Amsterdamse viswereld van die tijd.