Getypte officiële brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte officiële brief (doorslag of kopie). 9 september 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven, linksboven]: Verzonden 9/9
[Handgeschreven, rechtsboven]: in de leer [onduidelijk]
[Getypt, midden-rechts]:
Mw. M. Isaac-Klijnkramer,
1e Jan Steenstraat 109 III,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
[Getypt, links]:
25/99/3 M.
[Getypt, rechts]:
9 September 1941.
[Hoofdtekst]:
Hiermede verleen ik U toestemming zich op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat in plaats van den heer I. Isaac, te laten bijstaan - niet vervangen - door diens echtgenoote, L. Isaac-Blanes, geboren 27 Juli 1902.
[Getypt, rechtsonder]:
De Directeur, Dit document is een ambtelijke beschikking betreffende de bezetting van een marktkraam op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De kern van de brief is de toestemming aan Mw. Isaac-Klijnkramer om zich te laten bijstaan door L. Isaac-Blanes (geboren 1902).
Opvallende elementen:
* Bureaucratorische precisie: Er wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen "bijstaan" en "niet vervangen". Dit wijst op strikte reglementering waarbij marktvergunningen strikt persoonsgebonden waren en overdracht of vervanging aan strenge voorwaarden was verbonden.
* Personen: De brief noemt drie personen, allen met typisch Joodse achternamen (Isaac, Klijnkramer, Blanes). In de context van 1941 is dit van cruciaal historisch belang.
* Locatie: De 1e Jan Steenstraat ligt in de Pijp, nabij de Albert Cuypmarkt, wat een logische woonplaats was voor marktkooplieden. Het document dateert van september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode waarin de anti-Joodse maatregelen door de bezetter en het meewerkende Nederlandse ambtenarenapparaat steeds verstikkender werden.
Vanaf begin 1941 werden Joodse burgers stelselmatig uit het economische leven geweerd. Hoewel Joodse marktkooplieden in september 1941 formeel nog op de Albert Cuypmarkt mochten staan, werden zij steeds meer in hun bewegingsvrijheid beperkt. Slechts enkele dagen na de datum van deze brief, op 15 september 1941, werden nieuwe verordeningen van kracht die de toegang van Joden tot openbare instellingen en markten nog verder aan banden legden (zoals de verplichting van een "J" in het persoonsbewijs en het verbod op deelname aan openbare markten buiten de specifiek voor Joden aangewezen plekken).
Deze brief toont de "banaliteit" van de administratie in oorlogstijd: terwijl de Jodenvervolging in volle gang was, hield het Amsterdamse Marktwezen zich nog bezig met de details van wie precies achter een kraam mocht staan om te "bijstaan". Veel van de in dit document genoemde personen zijn later tijdens de Holocaust gedeporteerd en vermoord. Uit archiefonderzoek (zoals de database van het Joods Monument) blijkt dat de familie Isaac op de genoemde adressen inderdaad slachtoffer is geworden van de Sjoa. I. Isaac L. Isaac M. Isaac Marktwezen