Archief 745
Inventaris 745-292
Pagina 66
Dossier 7
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt verslag/memorandum met handgeschreven datering en paraaf.

15 augustus 1939.

Origineel

Getypt verslag/memorandum met handgeschreven datering en paraaf. 15 augustus 1939. De N.V. Blaauwhoedenveem-Vriesseveem te ROTTERDAM bezit aldaar sedert 1911 groote graan-silo's, bekend onder den naam "St. Job". Deze zyn voorzien van graan-elevatoren, waarmede het graan uit de schepen in de silo's wordt gepompt.

Herhaaldelyk komt het voor, dat slechts een gedeelte van de lading voor opslag in de silo's bestemd is, terwyl tegelykertyd het andere deel van de lading in lichters moet worden overgeladen. Daarop was Blaufries nog niet ingericht en moest zy gebruik maken van de dryvende elevatoren van de Graan Elevator My. Deze heeft weliswaar nimmer geweigerd, een of meer van haar 28 elevatoren ter beschikking te stellen, maar dit geschiedde tegen een prys, die aan Blaufries hoegenaamd geen marge liet.

Om nu het eigen werk ook met eigen materiaal goed te kunnen uitvoeren, is Blaufries ertoe overgegaan, om zelf dryvende elevatoren aan te schaffen. Daarby is zy zoo fortuinlyk geweest om de hand te kunnen leggen op een geheel nieuwe wyze van graan overpompen. Deze nieuwe methode heeft het voordeel, dat zy gelegenheid zal geven, om ook grondnoten en soyaboonen machinaal te lossen. Tot nu toe moest dit met de hand geschieden, daar deze zaden in pneumatische inrichtingen stuk slaan. De elevatoren van de G.E.M., waarvan de jongste tien jaar oud is, zyn alle pneumatisch. Verder is het met de dryvende elevatoren als met de schepen. De steenkoolstokers zyn ouderwetsch geworden. De nieuwe dryvende elevatoren, die Blaufries in bedryf gaat stellen, zyn diesel-electrisch, werken dus zuiniger en geven aan de te lossen schepen geen overlast van vuile rook. Bovendien zal de capaciteit grooter zyn dan waarover men thans op eenige dryvende elevator in de Rotterdamsche haven beschikt. Zoo zullen dus naar alle waarschynlykheid deze nieuwe elevatoren een zeer welkome aanwinst zyn voor de Rotterdamsche haven.

Dat dit niet welkom is aan den monopolist, die voor de overlading van granen gedurende 25 jaar den schepter heeft gezwaaid in de Rotterdamsche haven, is duidelyk.

De G.E.M. heeft, toen haar de plannen van Blaufries bekend werden, gemeend den weg te moeten inslaan van intimidatie. Zy is daarin zelfs zoo ver gegaan, dat een harer directeuren, de Heer C. Gips, zich heeft laten aandienen by de directie van Blaufries te AMSTERDAM en haar onmiddellyk is gaan vertellen, dat de G.E.M. niet Blaufries te Rotterdam, maar Blaufries te AMSTERDAM zou "aanpakken" en wel door het oprichten van een nieuw koel- en vrieshuis te Amsterdam. Dat zy hiermede te Amsterdam iets nieuws, iets beters of ook maar in de verte iets "noodigs" zou brengen, wordt in vakkringen nauwelyks met een schouderophalen beantwoord. Er is immer nog een teveel aan prima koel- en vriesruimte te Amsterdam, zoowel in de stad als aan diep water in de haven. Blaufries te Amsterdam beschikt over ca. 32000 M³ koel- en vriesruimte, die hoogstens enkele maanden van het jaar moeizaam emplooi vinden. Bovendien kan Blaufries op zeer korten termyn nog met 3800 M³ uitbreiden, evenwel is daar niet de minste aanleiding toe.

Door het feit, dat een nieuw te stichten koel- & vrieshuis te Amsterdam dus niet alleen hoegenaamd niet in een behoefte voorziet en de verwachting gewettigd is, dat deze behoefte zich in de naaste toekomst evenmin zal laten gevoelen, wordt met het afstaan van de noodige terreinen daarvoor de bestaansmogelykheid van de reeds in werking zynde koel- en vriesinrichtingen - zoowel die der Gemeente als die van Blaufries - o.i. in zeer belangryke mate geschaad.

Na verschillende démarches te Amsterdam, waar niemand, naar verluidt, bereid bleek, zich voor de kar van de G.E.M. te laten spannen, is zy er in geslaagd, de hand te leggen op het noodlydende Nederlandsche Veem, dat sedert kort haar bedryf in Rotterdam heeft gestaakt. Deskundige leden der veem-directie zyn er uit gezet. De Heeren J.C. Smal en C. Gips, directeuren van het tot dusverre monopolistische bedryf der dryvende graan-elevatoren te Rotterdam, zyn benoemd tot commissaris van het Nederlandsche Veem te Amsterdam.

Amsterdam, 15 Aug '39
[onleesbare paraaf, mogelijk Fabric.] Dit document schetst een scherp zakelijk conflict in de havensector aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De kern van het geschil is de doorbreking van de monopoliepositie van de Graan Elevator Maatschappij (G.E.M.) door Blaauwhoedenveem-Vriesseveem (Blaufries).

Blaufries introduceert technologische vernieuwing: diesel-elektrische drijvende elevatoren die efficiënter zijn en meer soorten lading (zoals sojabonen) kunnen verwerken dan de verouderde pneumatische stoom-elevatoren van de G.E.M.

De reactie van de G.E.M. wordt beschreven als pure intimidatie. Omdat zij de concurrentie in Rotterdam op technische gronden lijken te verliezen, dreigen zij de markt in Amsterdam te verstoren door daar een overbodig koelhuis te bouwen, enkel om Blaufries economisch te treffen. Het document eindigt met de melding dat de G.E.M. via een overname van het 'Nederlandsche Veem' een voet tussen de deur heeft gekregen in Amsterdam. * Technologische transitie: Het document markeert de overgang van stoomkracht en pneumatiek naar diesel-elektrische aandrijving in de havenindustrie.
* Economische spanning: De jaren '30 waren economisch zwaar; de strijd om marktaandeel tussen de grote 'vemen' (pakhuismeesterbedrijven) was meedogenloos.
* Historische timing: Gedateerd op 15 augustus 1939, slechts twee weken voor de Duitse inval in Polen. Dit geeft het document een extra laag van urgentie; de grootschalige havenactiviteiten die hier beschreven worden, zouden kort daarna door de oorlog volledig ontregeld worden.
* Locaties: De "St. Job" silo in Rotterdam (Lloydkwartier) is tegenwoordig een bekend industrieel monument. De genoemde heren (zoals C. Gips) waren prominente figuren in de Rotterdamse havenbaronie van die tijd.

Samenvatting

Dit document schetst een scherp zakelijk conflict in de havensector aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De kern van het geschil is de doorbreking van de monopoliepositie van de Graan Elevator Maatschappij (G.E.M.) door Blaauwhoedenveem-Vriesseveem (Blaufries).

Blaufries introduceert technologische vernieuwing: diesel-elektrische drijvende elevatoren die efficiënter zijn en meer soorten lading (zoals sojabonen) kunnen verwerken dan de verouderde pneumatische stoom-elevatoren van de G.E.M.

De reactie van de G.E.M. wordt beschreven als pure intimidatie. Omdat zij de concurrentie in Rotterdam op technische gronden lijken te verliezen, dreigen zij de markt in Amsterdam te verstoren door daar een overbodig koelhuis te bouwen, enkel om Blaufries economisch te treffen. Het document eindigt met de melding dat de G.E.M. via een overname van het 'Nederlandsche Veem' een voet tussen de deur heeft gekregen in Amsterdam.

Historische Context

  • Technologische transitie: Het document markeert de overgang van stoomkracht en pneumatiek naar diesel-elektrische aandrijving in de havenindustrie.
  • Economische spanning: De jaren '30 waren economisch zwaar; de strijd om marktaandeel tussen de grote 'vemen' (pakhuismeesterbedrijven) was meedogenloos.
  • Historische timing: Gedateerd op 15 augustus 1939, slechts twee weken voor de Duitse inval in Polen. Dit geeft het document een extra laag van urgentie; de grootschalige havenactiviteiten die hier beschreven worden, zouden kort daarna door de oorlog volledig ontregeld worden.
  • Locaties: De "St. Job" silo in Rotterdam (Lloydkwartier) is tegenwoordig een bekend industrieel monument. De genoemde heren (zoals C. Gips) waren prominente figuren in de Rotterdamse havenbaronie van die tijd.

Locaties

Amsterdam / Rotterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

A.C. 0.90
A. Cosman 21.77
A. Cosman 84.83
J. Renz. 1.800.000
A. Jansen 289.88 [rode streep]
A. Jansen 81.78
A. Jansen 2.63
A. Harten Waterlooplein 0.19
A.V.I.M. 1.05
A.V.I.M. 0.63
A.V.I.M. 7.--
A.V.I.M.
A.V.I.M. 2.77
Blijvende belegg. 29.455.338
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6