Administratieve notitie / handgeschreven memo.
Origineel
Administratieve notitie / handgeschreven memo. Augustus 1939 (specifieke annotaties van 8 en 10 augustus 1939). T. Schotvanger had voor 1939.
leg. krt. 2411, jaarkaart 6162.
In 1938 had T. Schotvanger als personeel
m. Waterman, leg. krt. 416, jaarkaart 3806
welke op 1 Augustus 1938 is ontslagen.
8/8-39 [onleesbaar]
m.i. geen bezwaar restitutie te ver-
leenen 1939.
Voor 1938 niet - heeft geen beteekenis.
JvE 10/8 '39 Het document is een interne ambtelijke notitie betreffende een verzoek om restitutie (terugbetaling) van gelden die betaald zijn voor een jaarkaart of legitimatiebewijs. Uit de tekst valt op te maken dat T. Schotvanger in 1938 M. Waterman in dienst had, maar dat dit dienstverband op 1 augustus 1938 eindigde.
De behandelaar (JvE) oordeelt op 10 augustus 1939 dat er geen bezwaar is om restitutie te verlenen voor het jaar 1939. Voor het jaar 1938 wordt de restitutie afgewezen omdat dit "geen beteekenis" (waarschijnlijk administratief niet meer relevant of verjaard) meer heeft, mede gelet op de ontslagdatum in dat jaar. Dit type documentatie komt vaak voor in archieven van gemeentelijke diensten of brancheorganisaties uit de jaren '30, zoals de marktwezen-administratie of de havenautoriteiten, waar legitimatiebewijzen en jaarkaarten verplicht waren voor personeel.
De datum (augustus 1939) is historisch saillant, aangezien dit vlak voor de Duitse inval in Polen en de algemene mobilisatie in Nederland is. De achternaam "Waterman" is een veelvoorkomende Joodse naam in Nederland; dergelijke personeelskaarten worden om die reden vaak teruggevonden in collecties die de sociaaleconomische positie van de Joodse bevolking vlak voor de oorlog documenteren. De spelling "verleenen" en "beteekenis" is conform de toen geldende spelling-De Vries en Te Winkel. T. Schotvanger (werkgever) M. Waterman (personeel) J.v.E. (ondertekenaar/behandelaar). Marktwezen
Samenvatting
Het document is een interne ambtelijke notitie betreffende een verzoek om restitutie (terugbetaling) van gelden die betaald zijn voor een jaarkaart of legitimatiebewijs. Uit de tekst valt op te maken dat T. Schotvanger in 1938 M. Waterman in dienst had, maar dat dit dienstverband op 1 augustus 1938 eindigde.
De behandelaar (JvE) oordeelt op 10 augustus 1939 dat er geen bezwaar is om restitutie te verlenen voor het jaar 1939. Voor het jaar 1938 wordt de restitutie afgewezen omdat dit "geen beteekenis" (waarschijnlijk administratief niet meer relevant of verjaard) meer heeft, mede gelet op de ontslagdatum in dat jaar.
Historische Context
Dit type documentatie komt vaak voor in archieven van gemeentelijke diensten of brancheorganisaties uit de jaren '30, zoals de marktwezen-administratie of de havenautoriteiten, waar legitimatiebewijzen en jaarkaarten verplicht waren voor personeel.
De datum (augustus 1939) is historisch saillant, aangezien dit vlak voor de Duitse inval in Polen en de algemene mobilisatie in Nederland is. De achternaam "Waterman" is een veelvoorkomende Joodse naam in Nederland; dergelijke personeelskaarten worden om die reden vaak teruggevonden in collecties die de sociaaleconomische positie van de Joodse bevolking vlak voor de oorlog documenteren. De spelling "verleenen" en "beteekenis" is conform de toen geldende spelling-De Vries en Te Winkel.