Archief 745
Inventaris 745-292
Pagina 407
Dossier 82
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.

18 augustus 1939. Van: De Directeur (namens deze de Secretaris), waarschijnlijk van de Centrale Markt Amsterdam.

Origineel

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 18 augustus 1939. De Directeur (namens deze de Secretaris), waarschijnlijk van de Centrale Markt Amsterdam. [Handgeschreven rechtsboven:] M. Müller

[Links:] VP/HG.

[Handgeschreven midden:] Verzonden 21/8

[Links:] 53/62/2 M.

[Rechts:] 18 Augustus 1939.

[Onderwerp links:] Restitutie entréegeld
Centrale Markt aan H.v.Rijn.

[Adressering rechts:] den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat H. van
Rijn, 2e Oosterparkstraat 131, wien als kooper voor het kalen-
derjaar 1939 toegang tot de Centrale Markt is verleend, sedert
8 Augustus jl. de bedoelde markt niet meer bezoekt, omdat hij
heeft opgehouden als kleinhandelaar werkzaam te zijn. Van Rijn
heeft het verschuldigde entréegeld ten bedrage van ƒ 10,- be-
taald, terwijl hij thans verzoekt, om hem een gedeelte van dit
bedrag terug te geven. Indien hij het entréegeld volgens het
tarief per kalendermaand en per kalenderweek had voldaan, zou
hij tot 8 Augustus jl. een bedrag van ƒ 7,50 zijn schuldig
geweest. Het lijkt mij daarom billijk hem ƒ 2,50 te restitueeren.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorde-
ren, dat daartoe door Burgemeester en Wethouders, op grond van
artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-,
standplaats- en ventgelden, wordt besloten.

De Directeur,
b.a. De Secretaris, Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De kern van de zaak is een verzoek tot gedeeltelijke terugbetaling (restitutie) van het jaarlijkse toegangsgeld voor de Centrale Markt.

De heer H. van Rijn, een kleinhandelaar wonend aan de Tweede Oosterparkstraat, heeft zijn bedrijfsvoering gestaakt op 8 augustus 1939. Omdat hij reeds het volledige jaartarief van 10 gulden had betaald, vraagt hij een deel terug voor de resterende maanden van het jaar. De opsteller van de brief rekent voor dat een tarief op basis van de werkelijke gebruiksperiode (tot augustus) 7,50 gulden zou zijn. Er wordt geadviseerd om het verschil van 2,50 gulden "billijk" te achten en terug te betalen.

Interessant is de formele juridische grondslag die wordt aangehaald: artikel 36 van de "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". Dit toont aan hoe zelfs kleine financiële correcties (2,50 gulden was destijds echter een bedrag met meer koopkracht dan nu) via de officiële weg van het College van Burgemeester en Wethouders moesten lopen. De brief is gedateerd op 18 augustus 1939. Dit is een historisch pikant moment: minder dan twee weken later, op 1 september 1939, zou de Tweede Wereldoorlog uitbreken met de Duitse inval in Polen. Nederland bevond zich op dat moment in de fase van mobilisatie. Ondanks de internationale spanningen draaide de Amsterdamse bureaucratie, zoals dit document laat zien, gewoon door met alledaagse zaken.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de voedseldistributie in Amsterdam. Kleinhandelaren zoals de heer Van Rijn kwamen hier hun goederen inkopen. De 2e Oosterparkstraat ligt in Amsterdam-Oost, een wijk die destijds veel kleine middenstanders kende.

De handgeschreven aantekening "Verzonden 21/8" geeft aan dat de brief drie dagen na opstelling de deur uit is gegaan. De naam "M. Müller" kan verwijzen naar een behandelend ambtenaar of de persoon die de afhandeling van dit specifieke dossier controleerde.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De kern van de zaak is een verzoek tot gedeeltelijke terugbetaling (restitutie) van het jaarlijkse toegangsgeld voor de Centrale Markt.

De heer H. van Rijn, een kleinhandelaar wonend aan de Tweede Oosterparkstraat, heeft zijn bedrijfsvoering gestaakt op 8 augustus 1939. Omdat hij reeds het volledige jaartarief van 10 gulden had betaald, vraagt hij een deel terug voor de resterende maanden van het jaar. De opsteller van de brief rekent voor dat een tarief op basis van de werkelijke gebruiksperiode (tot augustus) 7,50 gulden zou zijn. Er wordt geadviseerd om het verschil van 2,50 gulden "billijk" te achten en terug te betalen.

Interessant is de formele juridische grondslag die wordt aangehaald: artikel 36 van de "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". Dit toont aan hoe zelfs kleine financiële correcties (2,50 gulden was destijds echter een bedrag met meer koopkracht dan nu) via de officiële weg van het College van Burgemeester en Wethouders moesten lopen.

Historische Context

De brief is gedateerd op 18 augustus 1939. Dit is een historisch pikant moment: minder dan twee weken later, op 1 september 1939, zou de Tweede Wereldoorlog uitbreken met de Duitse inval in Polen. Nederland bevond zich op dat moment in de fase van mobilisatie. Ondanks de internationale spanningen draaide de Amsterdamse bureaucratie, zoals dit document laat zien, gewoon door met alledaagse zaken.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de voedseldistributie in Amsterdam. Kleinhandelaren zoals de heer Van Rijn kwamen hier hun goederen inkopen. De 2e Oosterparkstraat ligt in Amsterdam-Oost, een wijk die destijds veel kleine middenstanders kende.

De handgeschreven aantekening "Verzonden 21/8" geeft aan dat de brief drie dagen na opstelling de deur uit is gegaan. De naam "M. Müller" kan verwijzen naar een behandelend ambtenaar of de persoon die de afhandeling van dit specifieke dossier controleerde.

Kooplieden in dit dossier 100

A.C. 0.90
A. Cosman 21.77
A. Cosman 84.83
J. Renz. 1.800.000
A. Jansen 289.88 [rode streep]
A. Jansen 81.78
A. Jansen 2.63
A. Harten Waterlooplein 0.19
A.V.I.M. 1.05
A.V.I.M. 0.63
A.V.I.M. 7.--
A.V.I.M.
A.V.I.M. 2.77
Blijvende belegg. 29.455.338
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6