Administratief bijblad of dossieromslag voor een ambtelijk dossier.
Origineel
Administratief bijblad of dossieromslag voor een ambtelijk dossier. [Linksboven, stempel met handgeschreven invulling]
B I J B L A D V A N :
M. No. 53/84/1 193 9
DOORGEZONDEN: 10/11 -'39
[Rechtsboven, handgeschreven in zwarte inkt]
oproepen en brief terug
Hi 31/10
[Midden links, handgeschreven in zwarte inkt]
niet verschenen
opnieuw
Dins 29/1 40
[Midden rechts, handgeschreven in groot rood potlood]
53/84/2 M
[Midden rechts, vaag handgeschreven in potlood]
begr. 39
[Linksonder, gedrukte formulierinformatie]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document functioneert als een registratieblad voor de voortgang van een dossier (kenmerk 53/84). Uit de annotaties valt een procedurele gang van zaken af te leiden:
* Op 10 november 1939 is het initiële dossier (deel 1) doorgezonden voor behandeling.
* De opmerking "oproepen en brief terug" duidt op een poging tot contact of een sommatie waarbij post retour is gekomen of beantwoord is.
* De meest cruciale aantekening dateert van 29 januari 1940 ("Dins 29/1 40"): hier wordt vastgesteld dat een persoon "niet verschenen" is, waarna de instructie "opnieuw" volgt voor een tweede oproep.
* De roodpotlood-markering "53/84/2 M" geeft aan dat er een vervolgstuk of sub-dossier (deel 2) is aangemaakt. De tijdsgeest van dit document (winter 1939-1940) is die van de Nederlandse mobilisatie aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode vonden veel administratieve handelingen plaats met betrekking tot de dienstplicht en militaire rechtspraak. De terminologie "niet verschenen" en "oproepen" is kenmerkend voor juridische processen of militaire keuringen. De drukcode linksonder verraadt dat dit specifieke type formulier in oktober 1937 in een oplage van 10.000 stuks is gedrukt voor de rijksadministratie. M. No
Samenvatting
Dit document functioneert als een registratieblad voor de voortgang van een dossier (kenmerk 53/84). Uit de annotaties valt een procedurele gang van zaken af te leiden:
* Op 10 november 1939 is het initiële dossier (deel 1) doorgezonden voor behandeling.
* De opmerking "oproepen en brief terug" duidt op een poging tot contact of een sommatie waarbij post retour is gekomen of beantwoord is.
* De meest cruciale aantekening dateert van 29 januari 1940 ("Dins 29/1 40"): hier wordt vastgesteld dat een persoon "niet verschenen" is, waarna de instructie "opnieuw" volgt voor een tweede oproep.
* De roodpotlood-markering "53/84/2 M" geeft aan dat er een vervolgstuk of sub-dossier (deel 2) is aangemaakt.
Historische Context
De tijdsgeest van dit document (winter 1939-1940) is die van de Nederlandse mobilisatie aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode vonden veel administratieve handelingen plaats met betrekking tot de dienstplicht en militaire rechtspraak. De terminologie "niet verschenen" en "oproepen" is kenmerkend voor juridische processen of militaire keuringen. De drukcode linksonder verraadt dat dit specifieke type formulier in oktober 1937 in een oplage van 10.000 stuks is gedrukt voor de rijksadministratie.