Archiefdocument
Origineel
extra (handgeschreven)
VP/G.
59/2/5 M
1.
4 April 1939
Nota inzake de kleinhandels-
veiling op de Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 24 Maart jl. om advies ontvangen stuk no.781 L.M.1937 heb ik de eer U te berichten, dat ik gaarne zou zien, dat in de uiteenzetting van myn opvatting inzake het vraagstuk van de kleinhandelsveiling nog de navolgende twee punten worden vermeld.
1e. Tot staving van myn opvatting, dat het verdwynen van de kleinhandelsveiling geen prysstyging ten gevolge zal hebben, berichtte ik (vide vervolgblad 8 alinea 1 van myn rapport d.d. 12 November 1937 No.59/20/1 M en myn rapport d.d. 29 November 1938 No.59/6/23 M), dat de veiling noch winteraardappelen noch buitenlandsch fruit verkoopt, terwyl nochtans de pryzen van deze producten hier ter stede steeds laag zyn. Dit zou in de nota kunnen worden opgenomen byvoorbeeld door op pagina 8 in den tweeden regel van onderen de punt achter het woord "gemaakt" te vervangen door een ; en daarna in te voegen: "dit blykt ook uit het feit, dat de veiling nimmer winter-aardappelen of buitenlandsch fruit (waaronder zuidvruchten) verkoopt, terwyl nochtans de pryzen van deze producten hier ter stede steeds alleszins redelyk zyn."
2e. In myn bovenaangehaald rapport d.d. 29 November 1938 (No.59/6/23 M) wees ik onder andere op het feit, dat indien de veiling zich zou ontwikkelen, dit niet alleen zou geschieden ten koste van de grossiers, maar ten koste van de
--- Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Wethouder voor Levensmiddelen. De schrijver (vermoedelijk een directeur of inspecteur van de markt) reageert op een eerder ontvangen dossier over de kleinhandelsveiling op de Centrale Markt. De kern van het betoog is dat het afschaffen of beperken van deze veiling geen nadelige invloed zal hebben op de prijzen voor de consument.
De auteur hanteert een zakelijke, argumentatieve stijl. Hij verwijst naar eerdere rapportages (uit 1937 en 1938) om zijn standpunt te onderbouwen. Een interessant argumentatief detail is de vergelijking met producten die niet op de veiling worden verkocht (winteraardappelen en buitenlands fruit), maar waarvan de prijs desondanks laag blijft. Hiermee tracht de schrijver aan te tonen dat de veiling geen doorslaggevende factor is voor de prijsvorming in de stad. Ook wordt er gezinspeeld op de belangen van de grossiers (groothandelaars), die nadeel ondervinden van de veiling.
--- Het document is gedateerd op 4 april 1939, een periode van grote economische en politieke spanning, vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) de spil van de voedseldistributie. De discussie over kleinhandelsveilingen raakte aan de kern van de stedelijke voedselvoorziening: het evenwicht tussen producenten, tussenhandelaren (grossiers) en de uiteindelijke consumentenprijzen.
De referentie aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang dat het stadsbestuur hechtte aan betaalbaar voedsel in een tijd van economisch herstel en naderende schaarste. De gebruikte spelling (zoals "prysstyging" en "terwyl") is kenmerkend voor de officiële correspondentie uit het interbellum, voor de spellinghervorming van Marchant breed werd doorgevoerd. De archiefcodes (59/2/5 M) wijzen op een zorgvuldige administratieve ordening binnen het gemeentelijk apparaat.