Archiefdocument
Origineel
4 April (jaartal niet expliciet vermeld, vermoedelijk eerste helft 20e eeuw). De Directeur (van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. 1 4 April 9
59/2/5 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
Centrale Markt zelf, hetgeen ik het voornaamste motief
noemde, waarom ik de kleinhandelsveiling onjuist acht. Tot
verduidelyking van deze opvatting voerde ik aan, dat op de
Centrale Markt de tuinders zyn opgesteld tegenover de pak-
huizen der grossiers, die de aanwezigheid van tuinders noo-
dig hebben, omdat deze laatsten in het byzonder dagelyks
klanten trekken voor de versche groente. Wanneer meer tuin-
ders via de veiling hun producten gaan verkoopen kost dit de
Gemeente ƒ 100,- per jaar per tuinder (ƒ 90,- plaatsgeld en
ƒ 10,- entréegeld), maar bovendien worden daardoor voor de
grossiers bestemde pakhuizen minder goed verhuurbaar, omdat
er geen tuinders meer tegenover staan. De veilingruimten,
die reeds thans feitelyk te klein zyn, zouden dan absoluut
ontoereikend worden, terwyl pakhuizen zouden blyven leeg-
staan.
Ik zou het op prys stellen, indien vorenstaande
uiteenzetting zoo mogelyk alsnog in de nota werd opgenomen,
byvoorbeeld door haar in een afzonderlyke nieuwe alinea in
te voegen na de eerste alinea van pagina 9. De tweede ali-
nea, die dan derde wordt, zou misschien beter aan de inge-
voegde alinea aansluiten, indien zy zou beginnen als volgt:
"Hoewel de directeur van het Marktwezen derhalve ernstige
bezwaren tegen de kleinhandelsveiling heeft, adviseert hy
nochtans niet om haar op te heffen", enz.
Tenslotte stel ik nog de navolgende kleine aan-
vullingen voor:
a) Pagina 9 (tweede regel van boven): sedert dit
jaar is het aantal Amsterdamsche tuinders, die hun produc-
ten by de veiling inzenden toegenomen; in plaats van 60 stel
ik U voor: 80 te vermelden.
b) Pagina 14 (einde van de eerste alinea): tuin-
ders, die een marktplaats gaan bezetten, moeten tevens het
entréegeld ad ƒ 10,- per kalenderjaar betalen; aan het slot
dezer alinea ware daarom toe te voegen:"en het entréegeld
ad ƒ 10,- per jaar zouden verschuldigd worden."
De Directeur,
--- * Inhoud: De directeur van het Marktwezen uit zijn zorgen over de impact van een kleinhandelsveiling op de Centrale Markt. Hij voert aan dat de huidige opzet, waarbij tuinders tegenover grossiers staan, essentieel is voor de dynamiek van de markt. De tuinders trekken dagelijks klanten aan die ook bij de grossiers kopen.
* Argumentatie: De directeur gebruikt zowel economische als logistieke argumenten:
* Financieel: Het verplaatsen van tuinders naar een veiling kost de gemeente inkomsten en maakt pakhuizen minder verhuurbaar.
* Ruimtelijk: De veilingruimtes zijn al te klein; extra toevoer zou leiden tot overbelasting, terwijl andere gebouwen leeg komen te staan.
* Stijl en Spelling: De tekst hanteert een formele, ambtelijke toon. De spelling is verouderd (gebruik van 'y' in plaats van 'ij', zoals in 'mogelyk', 'byzonder', 'blyven'), wat typerend is voor de vroege 20e eeuw (vóór de spellinghervorming van Marchant in 1934/1947).
--- * Historisch kader: De Centrale Markthallen in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) werden geopend in 1934 om de verspreide markten in de stad te centraliseren. Dit document lijkt een intern advies of een reactie op een beleidsnota over de optimalisatie van dit marktcomplex.
* Bestuurlijke context: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een specifieke functie binnen het Amsterdamse college van B&W, belast met de voedselvoorziening en marktbeheer. De wisselwerking tussen directe verkoop door tuinders en de groothandel (grossiers) was een voortdurend punt van discussie in de stedelijke distributie van verse producten.
* Economisch belang: De genoemde bedragen (ƒ 100,- per jaar) geven inzicht in de toenmalige tarieven voor marktkooplieden en de waarde van de gulden in die periode. De stijging van het aantal tuinders van 60 naar 80 duidt op een groeiende populariteit of noodzaak van de Centrale Markt voor lokale producenten.